Fortuinlijke botsingen

Chuck Prophet is een muzikant met een imposante staat van dienst. ,,Ik klink als een man die geen grenzen kent, maar ik ben een man wie het geen donder uitmaakt wat anderen vinden.''

Als we bij het Amsterdamse Paradiso vandaan lopen, waar hij zojuist een solo-optreden heeft gegeven, draait Chuck Prophet zich nog eens om. Hij neemt het gebouw in zich op en herhaalt wat hij op het podium een uur tevoren zei. ,,Dit zouden ze met alle kerken moeten doen: er muziektempels van maken.''

Hij is de schok van de herverkiezing van George W. Bush nog niet te boven en dan vooral de greep die het religieus conservatisme op zijn land heeft gekregen. ,,Ik ben geen doemdenker, en ik heb als muzikant nauwelijks invloed, maar het zijn bizarre tijden'', zegt hij hoofdschuddend. Hij vervolgt met een korte tirade over fundamentalisme in al zijn gedaanten, om dan meteen van onderwerp te veranderen, als om aan te geven dat hij niet wil dat de politiek het gesprek zal beheersen.

En over muziek zal het gaan. Chuck Prophet is, ondanks zijn nog altijd jongensachtige verschijning, een muzikant met een imposante staat van dienst. In het midden van de jaren tachtig was hij een van de voormannen van Green on Red, een band die samen met the Long Ryders, Dream Syndicate en nog enkele anderen de erfenis van de Byrds en Flying Burrito Brothers voortzette, zij het in een danig aangepaste vorm die als alternative country bekend zou komen te staan. Het etiket zint hem in het geheel niet, en wie luistert naar de platen die hij na de ontbinding van Green on Red onder zijn eigen naam maakte begrijpt heel goed waarom.

Van die zeven platen vormen vooral de laatste vier, gemaakt sinds hij van een contract met Warner Bros werd verlost, een herkenbaar en oorspronkelijk oeuvre, dat hem met voorsprong tot de meest interessante muzikant van bovengenoemde stilistische generatie maakt.

Prophet (geboren in Orange County, Californië, territorium van Richard Nixon ,,die wat mij betreft nu onmiddellijk terug zou mogen komen'') klinkt als een zich langzamerhand bevrijdend mens, die alle invloeden die hij onderging, van de soul-muziek uit Memphis tot de crime-novels van Elmore Leonard, van rap tot electronica, hun plaats laat krijgen in zijn werk.

Zijn thematiek raakt vaak aan de onderliggende angsten en demonen van suburban Amerika. De naam John Cheever valt en Prophet bevestigt dat recht-toe-recht-aan teksten van hem niet meer verwacht kunnen worden: ,,Gewone mensen in ongewone situaties interesseren me meer.''

Dat hij zelf nogal onverschillig doet over de omschrijving van zijn werk hoort bij zijn visie op de popmuziek. Wat hem betreft komt er veel meer toeval kijken bij het ontstaansproces van zijn platen dan luisteraars denken. ,,Als je Tony Bennett met een stratocaster-gitaar en een laptop-computer in een studio zou zetten, en zeggen `doe maar wat', zou er ook iets heel interessants uit kunnen komen. Ik houd van muzikanten als Moby, die al veel eerder de dingen deed die ik nu doe. Wat mij betreft mag je je inspiratie overal vandaan halen, uit Oorlog en Vrede of uit oude blues, en er 1 procent uitpikken en in je eigen truc-doos incorporeren. Het belangrijkste is dat het jezelf inspireert en aanspreekt.''

Zijn platen zijn in groeiende mate een avontuur voor het oor, vooral omdat Prophet zich net zo comfortabel voelt met computers als met een ouderwetse rock&roll-gitaar, en dan is alle apparatuur die daar tussenin zit nog niet eens genoemd. Veel van zijn recente repertoire klinkt als een pointillistisch schilderij op muziek gezet, met loops en scratches en samples en alle mogelijke geluidseffecten als aanvulling, invulling, ondersteuning van de traditioneler elementen.

Maar een methode? Hij gruwt nog net niet bij het woord. ,,Ik zal nooit de vuistregel van een crime writer vergeten wiens naam me nu is ontschoten. Die zei, de plot is altijd hetzelfde, namelijk dat de dingen niet zo zijn als ze eruit zien. Als je dat niet vergeet, zijn er een miljoen manieren om te blijven doen wat je wilt doen.'' Veel van wat hij maakt is inderdaad niet wat het in eerste instantie lijkt.

Afgebeten oor

Neem een nummer als de titeltrack van The Hurting Business. Dat was een uitspraak van bokser Mike Tyson, die maar niet begreep waarom mensen zo ontsteld waren dat hij Evander Holyfield een oor afgebeten had: mensen pijn doen was toch immers zijn vak!? Maar het liedje gaat, op enkele aan de bokssport ontleende metaforen na, een heel andere kant op. Hetzelfde geldt voor het meest opzienbarende nummer van zijn laatste cd, You did, waarin een deel van de tekst ontleend is aan een oude novelty-song van Barry Mann: `Who put the bomp in the bomp-she-bomp-she-bomp, who put the ram in the ram-a-lama-ding dong?'

,,Dat zijn heel diepzinnige vragen'', zegt Prophet, zachtjes lachend, ,,vragen waar geen antwoord op mogelijk is. Je treedt er een spiritueel domein mee binnen, het domein van dichters die zich dooddrinken omdat ze er geen antwoord op weten.'' Maar dat citaat is alleen maar een begin, want vandaar gaat het de kant op van een liefdesverklaring die op verschillende niveaus gelezen kan worden. ,,Een liedje kan overal vandaan komen. Van een stuk conversatie dat je toevallig hoort, of van een sample... het is als een bot dat je in een soeppan gooit en er uithaalt als de soep klaar is. Naarmate ik ouder word heb ik de neiging het bot erin te laten zitten.''

Chuck Prophet werkte met de meest gerenommeerde producers die Amerika kent: Glyn Johns, Steve Berlin en zelfs de legendarische excentriek Jim Dickinson. De kans dat hij ooit nog een van die mannen met reputaties bij zijn werk zal toelaten is niet groot. ,,Toen ik nog een jonge muzikant was, wilden ze me niet de controlekamer in laten; ik mocht, zogezegd, niet achter het stuur plaatsnemen. Nu de moderne technologie me dat wel toelaat, is het een bevrijding voor me dat ik wel achter het stuur mag zitten.

,,Het is waar, ik klink als een man die geen grenzen meer kent sinds ik van mijn contract met Warner Bros werd verlost; maar je kunt het ook anders formuleren: als een man onder wie de mat vandaan getrokken is, en nu maakt het hem geen donder meer uit wat anderen vinden.''

Hij heeft zich eerder de term `lucky collisions', fortuinlijke botsingen, laten ontvallen om zijn werk te omschrijven: ,,Wat je hoort als je het venster van je auto omlaag draait en twee seconden meeneemt van wat er in de auto naast je klinkt, voordat die optrekt. Een heleboel van die hip-hop jongens zijn daar veel beter in dan ik. Ze zijn totaal zonder vrees, ze combineren een drummachine met een paar maten Bruce Hornsby, en dat is nog maar het begin.''

Dat klinkt allemaal wat te bescheiden. Het verschil is dat Chuck Prophet uitgaat van een eigen repertoire van sterke liedjes die ook kaal gestript, alleen met een gitaar, hun waarde behouden. ,,Natuurlijk'', beaamt hij, ,,je moet uitgaan van een song die op zichzelf ook overeind blijft. Als het van zichzelf niet steekhoudend is kun je zoveel geluidseffecten bij elkaar harken als je wilt, maar dan wordt het nooit wat. Ik wil geen arrangeur zijn; als mensen van een nummer zeggen: ja, maar moet je die strijkers eens horen, dan weet je dat je in moeilijkheden bent.''

De vergelijking met Randy Newman ligt voor de hand, niet voor niets ziet Prophet hem als een van zijn grote voorbeelden. ,,Hij schreef de meest avontuurlijke arrangementen met de mooiste orkestrale trucjes, maar in zijn eentje achter de piano zingt hij ze net zo goed. Wat ik ook van Newman heb geleerd is een karakter een stem geven, niet alleen maar egodocumenten zingen. Zoals `Short People', en `We're rednecks': veel van mijn nummers had ik niet kunnen schrijven zonder het besef dat je die vrijheid ook hebt.

,,Ik zal nooit het type beschadigde singer songwriter zijn als Nick Drake. Die straalt uit: kijk eens hoeveel ik lijd, mijn vader begrijpt me niet en mijn koffie wordt ook al koud en dan maar veel naar de vloer staren. Daarvoor ben ik geen muziek gaan maken. Ik ben muziek gaan maken omdat ik een neef had die `Foggy Mountain Breakdown' kon spelen op de banjo en mij een gitaar in handen duwde en zei: play rhythm, en dan jensden we de hele dag door en begonnen de volgende ochtend opnieuw.''

Prophet beschouwt zich dan ook niet als solo-artiest maar in de eerste plaats als een collaborator. ,,Ik weet dat ik het beste uit andere muzikanten naar boven kan halen. In de studio houd ik van de zelfontbranding die er dan kan ontstaan. Er staat nog helemaal niets vast, behalve de basis van het liedje, maar dan haal ik drummer Mike Urbano erbij en de trompettist van Calexico bijvoorbeeld, mensen die mijn kosmologie kennen, en dan komt er nog iemand bij, als op een blind date, om het weer niet te voorspelbaar te maken, en dan doe ik een stap achteruit, ik breng de cocktailparty op gang, zet de margarita's klaar en wacht af wat er gaat gebeuren.

,,Als je het helemaal zou plannen hoef je de studio niet in te gaan, dan kun je iedereen zijn bijdrage via de computer laten sturen. Dat is geen muziek maken. Kijk naar de Beatles in de tijd van `the White Album', toen ze eigenlijk al niet meer samenwerkten. Soms zat John Lennon alleen maar in de hoek met een tamboerijn te klooien maar dan nog had hij invloed. Ik houd van dat soort toevalligheid, zelfs al is het georganiseerd. Met mijn teksten worstel ik soms een jaar of langer, tot ze klinken alsof ze me vijf minuten hebben gekost.'

Mom&Pop

Op zijn lijst van `mede-samenzweerders' zoals hij zijn muzikanten graag noemt, staat echtgenote Stephanie Finch bovenaan. Ze is op al zijn platen te horen als intrigerende tweede stem en bespeelster van diverse toetseninstrumenten. ,,We zijn nu vijftien jaar bij elkaar en wonen niet alleen samen maar werken ook samen en zijn samen op tournee. Dan is zo iemand niet langer alleen je vrouw maar een soort vriendje uit het leger. Mensen vragen ons vaak hoe we het zo lang uithouden als showbusiness-echtpaar, en we hebben nu eindelijk het antwoord: we're not in showbusiness! We hebben een soort Mom&Pop winkeltje, als de tabakszaak op de hoek.

,,Er waren tijden dat we moesten kiezen uit de huur betalen of een versterker laten repareren, zoiets schept een band. We hebben een klein appartement in San Francisco en als we geen geld hebben voor een studio zetten we thuis wat apparatuur aan en beginnen op te nemen. Stephanie haat dat, maar het is soms nodig en het levert de mooiste resultaten op. Haar vervormde tweede stem op `You've got me where you want me?' was geen speciaal effect want daar was even geen geld voor: ze zingt gewoon met haar handen als een koker voor haar mond.''

Die ergste armoede lijkt overigens voorbij. ,,Tot twee jaar geleden verkocht ik in Amerika vijf- of zesduizend exemplaren van een cd, nog minder dan in Europa. Met No other love werd dat ineens tien keer zoveel. Dat kwam vanwege New West, mijn nieuwe label, maar ook vanwege zangeres Lucinda Williams die ons meenam op haar tournee als voorprogramma. Ze nam ons onder haar vleugels, ze heeft me een carrière gegeven. Daar kwam dan nog bij dat `Summertime Thing' als single een hitje werd. Ongelofelijk, want het is niet eens mijn beste nummer, meer een novelty-hit.''

Als Prophet over helden als Bob Dylan en Dan Penn praat, is hij haast niet te stuiten. Met Penn, de bejaarde songwriter van een schat aan soul-materiaal, werkt hij regelmatig samen: ,,We hebben een hoog slaggemiddelde, uit iedere sessie komt wel iets tevoorschijn. En alles begint en eindigt bij Dylan. Ik houd vooral van de platen die hij onder contractuele verplichtingen maakte, I like great men stumbling around in the dark. Je hoort hem boksen in het donker tegen zijn demonen. Dylan is niet in staat oninteressant te zijn, wat mij betreft.''

Tot slot wil hij even terugkomen op de term arrangeren die in het begin viel. ,,Wat ik zei houd niet in dat ik niet graag een film-soundtrack zou willen schrijven. Voor iemand als Jim Jarmusch bijvoorbeeld. Ik wil het zo graag dat de eerste gratis is, net als bij de crack-dealer. Ik sta in het telefoonboek.''

Chuck Prophet komt volgend voorjaar met band op tournee door Nederland. Zijn laatste twee cd's verschenen op het New West label: No other love (2002) en Age of miracles (2004).