Euroland verder op eigen kracht

Na de VS toont ook de euro-economie een zwakke plek. De dure euro legt het eenzijdige karakter van het economisch herstel pijnlijk bloot.

Het wordt nog druk in de telefooncentrale van de Europese Centrale Bank, nu berichten over de dure euro en een wankelende economische groei beginnen samen te vallen.

Eerst was er woensdag de Italiaanse minister van Economische Zaken Siniscalco die openlijk zei dat ,,er wordt gepraat over een gecoördineerde interventie in de euro-dollarkoers'', wat hij later terugnam. Daarna liet zijn premier Berlusconi toch weer weten dat er actie moet komen. Want de economische groei in de eurozone ,,wordt niet beter tenzij er een supranationale interventie is om de koers van de euro te wijzigen''.

Nu worden er van Italiaanse zijde wel vaker premature dingen gezegd op dit vlak, en de markt neemt die zelden serieus. Maar ook de Duitse minister van Economische Zaken Clement voegde zich gisteren in het koor, met de opmerking dat de ECB ,,het hare moet doen om de situatie rond de euro te kalmeren'', gevolgd door de plaatsvervangend fractievoorzitter van regeringspartij SPD in de Bondsdag, Stiegler, die er op aandrong dat ,,de ECB nu massief moet interventiëren en in een gecoördineerde actie euro's voor dollars moet verkopen''.

Dat spoort moeilijk met het voornemen van politici om zich niet met het monetaire beleid van de ECB te bemoeien. Valuta-interventies behoren formeel weliswaar tot het domein van de politiek, maar het is met het oog op een samenhangend communicatiebeleid richting de financiële markten beter om commentaar op dit vlak aan de bankiers in Frankfurt over te laten.

Toch is de zorg begrijpelijk. Gisteren kwam de Duitse economische groei over het derde kwartaal binnen op een magere 0,1 procent ten opzichte van het tweede kwartaal. Nederland scoorde 0,2 procent groei. Vanmorgen kwam ook Frankrijk met cijfers: in plaats van een verwachte 0,4 procent groei kwam er maar 0,1 procent uit de bus. Italië meldde vanmorgen een groei van 0,4 procent en Spanje deed het beter met 0,6 procent. Eurostat vatte het later samen met een eerste raming van de economische groei in heel euroland van 0,3 procent. Deze zogenoemde flash estimate is, gezien de nationale gegevens van Duitsland en Frankrijk, waarschijnlijk aan de hoge kant.

Dat is niet veel. En het laat zien hoe eenzijdig, en kwetsbaar het economische herstel in de eurozone op dit moment is. Export domineert de groeicijfers, terwijl de binnenlandse vraag nog steeds niet betekenisvol toeneemt. Joachim Fels van de zakenbank Morgan Stanley illustreerde dat gistermiddag treffend: sinds 1999 toen de euro werd ingevoerd, is in Duitsland de export gemiddeld met 7,5 procent per jaar toegenomen. De Duitse binnenlandse vraag groeide gemiddeld maar 0,3 procent per jaar. Zo extreem is de situatie in de andere eurolanden niet, maar overal is de wanverhouding te signaleren. Zeker ook in Nederland.

Dat het derde kwartaal van de eurozone zo zwaar tegenvalt, is voor een deel toe te schrijven aan de koers van de euro. Hier gaat het niet om de recente stijging van de munt ten opzichte van de dollar, die de euro woensdag even boven de 1,30 dollar tilde en leidde tot de roep van politici om interventies. Het gaat hier om het effect van een eerdere koerssprong in januari van dit jaar toen de euro ook de 1,30 naderde maar later terugviel naar een koers van rond de 1,21 dollar.

Bovendien kwamen ook de VS in de zomermaanden terecht in wat centralebankier Alan Greenspan ,,a soft patch'' (een zwakke plek) noemde. Er is volgens de zakenbank Dresdner Kleinwort Wasserstein dan ook sprake van een synchrone neergang in de industrielanden.

Groeien op eigen kracht is vanaf nu het devies voor de eurozone. Mocht de economie van de VS verder afzwakken, en mochten de tekenen van een afnemende groei van de wereldhandel inderdaad waar blijken, dan is export sowieso geen optie meer om het economisch herstel te trekken. De dure euro heeft in dat opzicht ook zijn voordeel: de lange rente daalt en heeft op de obligatiemarkt vanmorgen met minder dan 3,8 procent zijn laagste peil in drie jaar bereikt. En wellicht dat de officiële ECB-rente ook langer op de lage 2 procent van nu kan blijven. Dat kan gunstig zijn voor het vereiste aantrekken van de binnenlandse bestedingen. Komt de ECB toch nog een beetje tegemoet aan de roep om actie uit Rome en Berlijn.