Een griep die niet stopt

Psychiatrische patiënten zijn geestelijk gehandicapte slappelingen. Deze aloude vooroordelen zijn helaas nog niet de wereld uit, maar worden effectief ontkracht door het boek Pechvogels en burgers. Leven met de psychiatrie van psychiatrisch verpleegkundige Rense Schuurmans. Schuurmans laat daarin achttien mensen met de diagnose schizofrenie aan het woord: chronische patiënten, wier leven op een zeer laag pitje staat. Eén van hen vergelijkt zijn toestand met een eeuwigdurende griep: `Je voelt je moe, hangt wat rond en staart naar de tv. De mensen in je omgeving blijven bezig met wat ze al deden. Je kunt niet goed meedoen.' Stuk voor stuk zijn het dappere doorzetters, en allesbehalve dom. Hun kracht en intelligentie worden echter grotendeels opgeslorpt door hun aandoening. Ze kampen dagelijks met kwaadaardig gezinde dubbelgangers, opruiende stemmen of voortdurende kriebels en zoemen in het hoofd.

Het getuigt van de respectvolle en geduldige benadering van Schuurmans dat hij ook uit de snauwende, stinkende en paranoïde Koos een biografie weet los te peuteren. Op zijn twintigste begon Koos te denken dat hij door iedereen werd uitgelachen, om een (niet bestaande) grote moedervlek in zijn gezicht. Deze `overspannenheid', zoals Koos het noemt, betekende een breuk in zijn bestaan. In alle levensverhalen zit zo'n breukmoment.

Alle door Schuurmans geïnterviewde cliënten vragen zich uiteraard af, waarom ze psychotisch werden. `Wie en wat is schuldig, of maakt althans mijn levensloop begrijpelijk?', aldus Sjoerd, ooit een veelbelovende student biologie. Sommigen wijzen naar hun werk, een instabiele jeugd of een zware hersenschudding uit hun kindertijd. Anderen spreken van een stoornis in het brein. De bejaarde Fedje snapt er nog steeds niks van: `Ik was zo goed opgeleid, en toch werd ik overspannen'. Genezende medicijnen zijn er niet, luidt de algemene mening. Wel zorgen pillen voor meer stabiliteit. Maar ze kosten ook veel: de libido neemt af, het gewicht neemt toe, gevoelens vervlakken. Het beste medicijn is heroïne, aldus Jan. Dat haalde de stemmen weg.

Ook over de psychiatrische hulpverlening zijn de gevoelens gemengd. Veel geïnterviewden voelen zich gesteund door verpleegkundigen, maar men komt ook veel `koelkasthulpverleners' tegen. Het leven in de psychiatrie ervaren sommigen als veilig, anderen als vernederend. Fedje: `Jarenlang zat ik op een paviljoen waar altijd koffiehag werd gedronken. Dit vond ik vreselijk omdat ik van koffie hield.' De overgang van een ouderwets `gesticht' naar een kleinschalige woonvorm betekende voor haar een enorme vooruitgang. Voorheen sliep ze op een slaapzaal. Nu heeft ze een eigen kamer en kan ze zelf haar potje koken. Dat lijkt, afgaand op deze achttien levensverhalen, nog de grootste verbetering in de psychiatrische hulpverlening van de afgelopen decennia: de toegenomen privacy en zelfstandigheid van de cliënten.

Rense Schuurmans: Pechvogels en burgers. Leven met de psychiatrie. Nieuwezijds, 253 blz. €19,95