Duizenden eren Arafat terug in Ramallah

Honderdduizenden Palestijnen hebben zich vanmorgen in en bij de muqata, het regeringskwartier in Ramallah, verzameld en het stoffelijk overschot van hun leider Yasser Arafat met geweersalvo's weer thuis verwelkomd. Snel aanzwellende groepen, vooral jonge mannen, scandeerden Abu Ammar, Abu Ammar, de respectvolle koosnaam voor de voormalige guerrillaleider/diplomaat die gisteren in Parijs is gestorven. De helikopter met Arafats lichaam landde door enigszins vertraagd.

Palestijnse ordebewakers, politieagenten en veiligheidstroepen verloren kort na het bericht dat het stoffelijk overschot van Arafat onderweg was van Kairo, waar een internationale uitvaartceremonie was gehouden, de controle over de muqata. De muren werden bestormd en de gebouwen, waar Arafat de laatste jaren van zijn leven heeft doorgebracht, werden door zijn volk ingenomen. Op de daken en de muren posteerden zich vele duizenden jongens en mannen, die zich hadden getooid met zwart-witte keffiyahs, Palestijnse vlaggen en beeltenissen van het symbool van de Palestijnse strijd met zich meedroegen.

Onder de aanwezigen waren ook gemaskerde en gewapende aanhangers van de extremistische groepen Hamas en de Aqsabrigades. Palestijnse ministers werden zwaar beveiligd. Voor het eerst sinds het overlijdensbericht werden de emoties zicht- en hoorbaar.

Tot een paar uur voor de eigenlijke begrafenis van Arafat in Ramallah waren op het terrein van de muqata, Arafats de facto gevangenis, voorladers, bulldozers en vrachwagens in de weer. Onder de enige vier bomen is in grote haast een graf geconstrueerd van wit en zwart marmer. Daarin wordt de sarcofaag met Arafat gelegd op een ondergrond van aarde en zand uit Jeruzalem. De Palestijnse leider wilde begraven worden op het complex Haram al-Sharif (Tempelberg) in Jeruzalem, maar dat is door de Israëlische regering verboden. Palestijnse ministers benadrukten – tegen beter weten in – dat niet gerust zal worden voordat Arafat naar Jeruzalem zal zijn overgebracht.

Soldaten van Eenheid 17, die fungeerde als presidentiële garde, en eenheid van een van de veiligheidsdiensten marcheerden ongewapend over het met Palestijnse vlaggen versierde terrein en werden op enige afstand van het graf in het gelid gezet. De betonnen muren van de muqata waren afgedekt met witte doeken en vlaggen. De ravage, die twee jaar is aangericht na een Israëlische bombardement, bleef niet zonder opzet goed zichtbaar.

De Palestijnse kranten waren vandaag van voor tot achter gevuld met rouwadvertenties, condoleancebetuigingen en internationale reacties, waarin de president werd geprezen. Een van de weinige prominente Palestijnen, die zich al uitsprak over het post-Arafattijdperk, was oud-minister van Veiligheid, Mohammed Dahlan. Hij waarschuwde Israël en de internationale gemeenschap voor ongefundeerd optimisme. ,,Wie denkt dat de nieuwe leiders in een paar maanden tijds de militanten zullen aanpakken, leeft in een wereld van illusies'', zei Dahlan vanochtend in gesprek met journalisten. Hij zei dat het Palestijnse regime door Israël ,,totaal vernietigd'' is en dat de nieuwe leiders eerst de Palestijnse instellingen moeten opbouwen. Volgens Dahlan is het van het grootste belang dat er binnen zestig dagen verkiezingen worden gehouden, want een president, die niet de steun heeft van de Palestijnse staat en van de Palestijnen in de vluchtelingenkampen, is bij voorbaat kansloos.

De voormalige Amerikaanse consul-generaal in Jeruzalem, Edward Abington, tegenwoordig adviseur van de PLO in Ramallah, zei te hopen dat Washington begrijpt dat de nieuwe Palestijnse leiders ,,alleen voor de bevolking geloofwaardig zijn als zij concrete resultaten boeken''. Bijvoorbeeld, zei Abington ,,door de stopzetting van de liquidaties, vrijlating van gevangenen, ontmanteling van nederzettingen en duidelijke stappen op weg naar de vorming van een Palestijnse staat.''