De komst van het digitale bioscoopgevoel

Vanavond doet de digitale cinema zijn intrede in de Nederlandse bioscoop met de start van CinemaNet Europe. Beamers projecteren de Britse film `Peace One Day'.

Schimmen van mensen naderen het filmdoek tot op enkele decimeters en turen ingespannen naar een weefsel van kleurige lijntjes. Dan lopen ze achteruit en proberen ze naar twee filmdoeken tegelijk te kijken. Ze fluisteren woorden als ,,grijswaarden'' en ,,verzadiging'' tegen elkaar en maken in het duister notities. Deze zomer werden in Duivendrecht de laatste tests gehouden voor een digitaal projectiesysteem. Kees Ryninks, initiator en managing director van wat nu CinemaNet Europe heet, nodigde deskundigen uit om uit een keur van digitale projectoren de beste aan te wijzen. De meesten vonden de Panasonic het best. Die gaf het meeste ,,bioscoopgevoel''.

Dus projecteren zo'n 180 Panasonic-beamers vanavond in filmtheaters in negen Europese landen de documentaire Peace One Day van Jeremy Gilley op het grote doek. Daarmee doet de digitale cinema zijn intrede in het Nederlandse bioscoopwezen. Behalve de 25 filmtheaters die zijn gedigitaliseerd in het kader van CinemaNet Europe, is ook in bioscoopcomplex Utopolis in Almere, dat vanavond opengaat, een zaal ingericht voor digitale projectie.

Digitale cinema heeft de toekomst – het is alleen de vraag wanneer die zal zijn. Lauge Nielsen, directeur van Pathé Nederland, denkt dat het een jaar of vijf zal duren. Dan is een bevredigende afweer tegen piraterij ontwikkeld, zijn bioscopen, filmdistributeurs en producenten het eens over kosten en baten. En dan moet ook de beeldkwaliteit beter zijn dan die van film zoals wij die nu kennen: cellulloidstroken die door een vlinderende projector langs een lichtbron worden getrokken. ,,Eerder wil ik het niet brengen'', zegt Nielsen.

Beter? Reijer Visscher en Peter Limburg, technisch manager en algemeen directeur van filmlaboratorium Cineco, kijken elkaar even aan. ,,Nee. Never, never, never wordt digitale cinema beter dan film.'' Denk niet dat ze digi-beten zijn. Cineco is klaar voor de digitale revolutie. Maar het verschil is groot. Visscher en Limburg hebben ook meegetest voor CinemaNet Europe. Limburg schreef ijverig op zijn papiertje: `Bagger' en `Ziet er niet uit'. Maar Kees Ryninks zei: je moet ze niet met film vergelijken, maar met elkáár.

Het essentiële verschil is volgens hen de suggestie van diepte die film wel en digitale cinema niet geeft. Visscher: ,,Film heeft nu negen emulsielagen. Dat geeft meer dimensie. Vergelijk het met twee voorwerpen die voor elkaar langs schuiven. Bij digitale opnamen springen de kleuren als het ware van de pixels die het object weergeven naar het andere. Bij film blijven het twee objecten.''

Betekent dit dat Cineco met lange tanden meewerkt aan CinemaNet Europe? Nee, zegt Limburg: de kwaliteit is aanvaardbaar gezien de achterliggende bedoeling van het project, namelijk om kleine, artistiek interessante Nederlandse en Europese films in de bioscoop te krijgen. Nu moet een film worden geprint op een of meer 35mm-kopieën, voor minimaal zo'n 60.000 euro. Voor een art-film of een documentaire is dat een (te) grote investering om terug te verdienen.

Bij CinemaNet Europe is van filmkopieën geen sprake meer. De digitale versie wordt opgeslagen op de centrale server en – dat is uiteindelijk de bedoeling – per satelliet verzonden naar de computers van de filmtheaters, die hem daaruit projecteren. Dat is goedkoper en het voorkomt slijtage of beschadiging.

Misschien dat de beeldkwaliteit het niet haalt bij film, maar de voordelen voor bioscoopexploitanten, producenten en distributeurs zijn zo groot, dat het vrijwel zeker is dat digitale cinema ten slotte film zal vervangen. Producenten schatten dat de filmbudgetten ongeveer 30 procent omlaag gaan met compleet digitale opnamen.

Maar de belangrijkste reden dat in Nederland de digitalisering wordt geleid door een aan het Filmfonds geliëerde overheidsinstelling is niet om de sector rijk te maken. Het is, zegt Kees Ryninks, om documentairemakers en filmers veel meer dan nu het geval is aan een serieus roulement te helpen. Dat is ook goed voor het publiek, dat de films nu niet of nauwelijks in de bioscoop kan zien. Dat niet alle filmers staan te springen is volgens Ryninks een kwestie van gewenning. ,,De oudere generatie hecht erg aan een cellulloid print. Jongeren zijn al veel meer gewend digitaal op te nemen.''