Zijn erfenis is vreselijk

Het formaat van een leider wordt bepaald door wat hij tot stand heeft gebracht, maar vooral ook door de obstakels die hij heeft moeten overwinnen. In dat opzicht doet Yasser Arafat voor niemand onder: geen andere leider van onze generatie heeft zulke wrede beproevingen en zulke tegenslagen te verduren gehad.

De geschiedenis heeft Yasser Arafat meer tijd gegund dan de meeste leiders om zijn missie te volbrengen. Bij zijn overlijden is hij tenslotte 35 jaar leider van de Palestijnen geweest.

Toch heeft hij zijn volk in een vreselijke toestand achtergelaten, zonder land, midden in een oorlog die zij verliezen, en economisch bankroet. Of zijn opvolgers de historische missie van de Palestijnen nieuw leven kunnen inblazen en zullen kunnen voltooien, hangt af van wat zij zich ten doel stellen.

Een terugblik op Arafats loopbaan leert dat hij nooit echt is afgeweken van de overtuiging dat het zijn levenstaak was om Israël met alle vereiste middelen te vernietigen en er een Palestijns-Arabische staat voor in de plaats te stellen. Een onafhankelijke Palestijnse staat die niet geheel Israël omvatte, lokte hem niet aan. Om het materiële welzijn van zijn volk bekommerde hij zich net zo min als om de praktische details van een levensvatbaar politiek en economisch bestel.

Nu Arafat verleden tijd is, moeten de Palestijnen kiezen uit enkele strategieën. Helaas vereisen de meeste alternatieven een aanhoudend toepassen van geweld en terrorisme.

De gematigde strategie probeert zo snel mogelijk een onafhankelijke Palestijnse staat te realiseren, op basis van de gedachte dat zodra de Israëliërs weg zijn en geen aanvallen meer uitvoeren, de Palestijnen zich kunnen toeleggen op constructieve activiteiten, zoals vluchtelingen een nieuwe woonplaats geven en de levensstandaard verhogen. Slechts een kleine minderheid van de leiders hangt dit standpunt aan, met name de voormalige premier Abu Mazen (Mahmoud Abbas) en Mohammed Dahlan, die in de Gazastrook zijn eigen militie leidt.

Als Arafat deze weg had gekozen – het bestaan van Israël aanvaarden, stoppen met terrorisme, afrekenen met Palestijnse extremisten – was het conflict al lang geleden beëindigd. Maar nu er niet één almachtige leider is, zal iedere mogelijke opvolger veel moeite hebben om de moeilijke besluiten die zo'n aanpak vereist, erdoor te drukken.

De strategie van de harde lijn is de traditionele, ideologische benadering die wordt voorgestaan door vele Fatah- en PLO-veteranen die net als Arafat uit hun ballingschap zijn teruggekeerd naar de Westoever en de Gazastrook. Hun leiders willen tegen Israël blijven strijden totdat het vernietigd is.

Dan zullen zij Palestina besturen met een betrekkelijk wereldlijk, nationalistisch bewind. Zij kijken neer op hun jongere rivalen en beschouwen de islamisten als een gevaar.

De jongere generatie van inheemse Palestijnen van de Westoever, wier leiders hun politieke activiteiten zijn begonnen tijdens de opstand van eind jaren '70, is voorstander van een militante strategie waarbij de mensen van de harde lijn gelden als opgebrande, door corruptie ondermijnde ouwe sokken. In tegenstelling tot de seculieren van de harde lijn zijn deze militanten, wier bekendste aanvoerder Marwan Barghouti is, het hoofd van de Tanzim-basisfractie van Fatah, bereid om samen te werken met de islamisten.

Volgens de militanten is een tweefasenstrategie nodig om Israël te verslaan. Eerst zal langdurig gebruik van geweld Israël dwingen zich terug te trekken uit de bezette gebieden. Vervolgens, wanneer de Palestijnen de overhand beginnen te krijgen, kunnen zij overgaan tot de tweede fase, waarin heel Israël wordt veroverd. Dit impliceert een gewapende strijd – veelal in de vorm van terrorisme tegen burgers – die nog vele jaren zal duren.

Ten slotte is er de revolutionaire islamistische visie van Hamas, dat wil doorgaan met strijd en terrorisme totdat zowel Israël als de Palestijnse seculiere nationalisten zijn verslagen. Dan zal Palestina een islamistische staat worden, waar gematigden worden doodgeschoten en de oude nationalistische leiders onder dwang aftreden of wegens corruptie in de gevangenis belanden.

Zolang het nog niet zover is, is Hamas bereid allianties aan te gaan met de nationalisten, met name met de militante factie van Fatah.

Het is duidelijk waar gematigde Palestijnen mee te kampen hebben: iedere leider die bereid is tot een vredesverdrag met Israël zal – hartstochtelijk en met geweld – worden tegengewerkt door zo'n 80 procent van deze beweging. Essentieel is de vraag of de Palestijnse massa, het geruzie, de corruptie en de incompetentie van haar leiders beu, zijn wensen kenbaar kan maken om een einde te maken aan een conflict waarvoor al zo'n hoge prijs is betaald.

Maar geen van de voornaamste facties binnen de leiding is van plan veel aandacht te schenken aan wat de massa wil. Arafat heeft trouwens van de daartoe benodigde instellingen niets heel gelaten.

Daar komt bij dat de aantrekkingskracht van een radicale religie, een ideologie en onjuiste informatie op het volk niet mag worden onderschat. Er zijn zelfs maar heel weinig Palestijnen die weten dat Arafat vier jaar geleden een onafhankelijke staat ter grootte van de hele Westoever en de Gazastrook heeft afgewezen, plus nog eens ruim 20 miljard dollar aan schadeloosstelling voor de vluchtelingen.

Het voornaamste probleem dat Arafat nalaat, is het volslagen gebrek aan leiding. Maar zelden in de geschiedenis is een politieke beweging door haar leider zo welbewust naar een chaos geleid. Arafat laat geen opvolger na, maar ook geen bestel. In de loop van tientallen jaren heeft de beweging een stuurloze politieke cultuur ontwikkeld. Arafat stond aan het hoofd van een soort anarchie: hij stimuleerde rivaliteit, ondermijnde andere potentiële leiders en zorgde ervoor dat al het gezag – en al het geld – door zijn handen ging.

Alleen als de beweging na Arafat besluit dat zij werkelijk een Palestijnse staat wenst, en bereid is in ruil daarvoor het conflict met Israël in alle opzichten te beëindigen, is er een reële kans op vrede. De dood van Arafat zou het begin van dat proces kunnen inluiden, maar de overgang naar een nieuwe Palestijnse leiding zou jaren kunnen vergen, en niets garandeert dat het een gematigde overgang wordt.

Barry Rubin is directeur van het Global Research in International Affairs (GLORIA) Center en co-auteur van `Yasir Arafat: a political biography'. © Project Syndicate