Weg met mea- culpa-media- Marokkanen

De moord op Theo van Gogh legt pijnlijk bloot dat de Marokkaanse gemeenschap op landelijk niveau onvoldoende is vertegenwoordigd en door de verkeerde mensen, menen Rachid Majiti en Ahmed Dadou.

De afgelopen week hebben mensen hun afschuw uitgesproken over de moord op Theo van Gogh. Het kan de oplettende toeschouwer echter niet zijn ontgaan dat met name de als Marokkaanse voorlieden gepresenteerde figuren dit keer extra hun best deden om te voldoen aan de verwachtingen van de nieuwe politieke realiteit. U vraagt, wij draaien. De gemiddelde Marokkaans-Nederlandse moslimjongere luistert met gemengde gevoelens naar de uitspraken van de Aboutalebs en Tonca's van deze wereld. Boosheid over hoe een jongen uit `de eigen gemeenschap' in staat is tot een brute moord leeft bij allen. Nog bozer is men over de manier waarop hij de minachting voor Nederlandse moslims verder heeft vergroot. Maar evenzo grote woede bestaat er over de in-stropdas-gehulde jaknikkers die de gemengde gevoelens van de gemeenschap niet helder verwoorden.

De moord op Theo van Gogh legt pijnlijk bloot dat de vertegenwoordiging van de Marokkaanse gemeenschap op landelijk niveau onvoldoende is. Lokaal zijn er vaak vruchtbare contacten tussen bijvoorbeeld moskeeën en Marokkaanse jongerenorganisaties en de gemeente en allerlei lokale instellingen. Maar op landelijk niveau laat minister Verdonk zich formeel en informeel liever omringen door een batterij aan mensen die vanuit een professionele achtergrond als bestuurder, politicus of multiculti-adviseur waarschijnlijk over een heleboel zaken verstandige dingen kunnen zeggen, maar veelal niet het lef of het inzicht hebben om te verwoorden wat de gemiddelde Marokkaanse Nederlander denkt en vindt.

Is het doen van maatschappelijk gewenste uitspraken het gevolg van gebrek aan binding met de zogenaamde achterban of spelen carrière-ambities en andere persoonlijke belangen ook een rol? Vaststaat dat het ontbreekt aan sleutelfiguren die weten wat er in de gemeenschap leeft en die vertrouwen en steun genieten.

Het gros van de MarokkaansNederlandse moslims voelt zich niet vertegenwoordigd door op subsidie terende clubs als het SMT, Islam & Burgerschap, het CMO en Forum, waarvan de woordvoerders zelden de mening van de achterban uiten. Ook herkennen zij zich niet in wethouders of Kamerleden van Marokkaanse komaf die op televisie op gemaakte wijze met woorden goochelen; om vooral in de ogen van de gevestigde orde niets verkeerds te zeggen. Zij zijn niet onafhankelijk ten opzichte van hun partij of collega-bestuurders en ze hebben ook geen binding met de gemiddelde Marokkaanse Nederlander in het land om onverholen uit te spreken wat er speelt. Door dit gebrek aan draagvlak onder de groep die zij pretenderen te vertegenwoordigen, is ieder beleid dat geïnspireerd is door gesprekken met deze quasi-vertegenwoordigers gedoemd te mislukken. Het is de vraag of minister Verdonk zich überhaupt realiseert dat samenwerking met deze zelfbenoemde leiders op geen enkele manier bijdraagt aan de acceptatie van haar beleid onder allochtone groepen. Waren ze eerlijk geweest, dan hadden zij de minister kenbaar gemaakt dat Verdonk als integratieminister geen prominente plek behoort te hebben in de publiciteit rondom deze moordzaak. Maar de heren wisten niet hoe snel ze naar Den Haag af moesten reizen. De waarheid doet soms pijn. Maar het doet nog meer pijn als er continu een rookgordijn van vaagheden en politieke correctheden opgetrokken blijft.

Een veelgehoorde kreet vandaag de dag is dat men lang geprobeerd heeft de boel bij elkaar te houden. En terecht. Het enige alternatief is namelijk het tegenovergestelde: bevolkingsgroepen dus bewust uit elkaar laten groeien. `De boel bij elkaar houden' zou volgens critici plaats moeten maken voor een hardere, nietsontziende aanpak. Ironisch genoeg zijn reeds sinds 11september en de politieke opmars van Fortuyn c.s. verschillende groepen in de samenleving juist tegen elkaar uitgespeeld. Ook, en voornamelijk, door politici die nu moord en brand schreeuwen over de huidige situatie.

We voeren een verkapt en utopisch assimilatiebeleid waarin we willen dat allochtonen zich zo snel mogelijk zo Nederlands mogelijk gaan gedragen. Zodra er echter iets vervelends gebeurt, zijn we terug bij af en vragen we en masse om collectieve boetedoening. In een mum van tijd zijn `zij' dan allemaal weer in de eerste plaats Marokkaan en mogen `zij' gaan uitleggen `waarom jullie verdomme zoiets doen'.

Een voorbeeld van een geopperde paniekmaatregel is het intrekken van de Nederlandse nationaliteit om zo de rechtspositie van allochtone Nederlanders dusdanig te verzwakken dat ze legaal uitgewezen kunnen worden. Het signaal dat hiervan uitgaat naar de allochtone medelanders, is dat zelfs het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit geen garantie is voor het afschudden van hun tweederangs positie. Het Nederlandse publiek schrok zich lam toen Mohammed B., die hbo had gevolgd en als vrijwilliger in het buurthuis had gewerkt, een product bleek te zijn van deze samenleving. Oplossen van problemen begint met de erkenning daarvan. Het wordt tijd dat Nederland accepteert dat we hier te maken hebben met een Nederlands probleem en dat de oplossing moet worden gezocht binnen de wettelijke grenzen die voor alle Nederlanders gelden. Alleen op die manier kun je je geloofwaardigheid als overheid in de ogen van de 99 procent goedwillende moslims behouden. Dat onze jaknikkers geen verweer hebben gevoerd tegen deze belachelijke maatregel, bewijst dat ze erg ver van `hun' gemeenschap staan.

We hebben te maken met een aantal jongeren dat zich diep gekrenkt voelt door het beeld dat opinieleiders, politici en programmamaker creëren en instandhouden. Laat de AIVD ons nou net hiervoor gewaarschuwd hebben. We zullen de rekruteerders moeten aanpakken, maar laten we niet vergeten kritisch te kijken naar de manier waarop we spreken over moslims in dit land. Het vijandige klimaat van de laatste dagen nodigt blijkbaar uit om frustratie te uiten. Het brengt ons echter geen stap dichter bij een veiliger en leefbaarder Nederland. Even diep ademhalen en met respect voor elkaar het vrije woord blijven verkondigen. Wij willen een gevoel weergeven dat dichter bij de waarheid ligt dan wat de mea-culpa-media-Marokkanen de afgelopen dagen hebben laten horen. Daar heeft de lezer meer aan.

Rachid Majiti is MBA-student en voormalig lid van het Marokkaans-Nederlands Interactieteam Jeugd. Ahmed Dadou is student Internationaal & Europees Recht (UvA) en vast panellid van het tv-programma Het Lagerhuis.