Verzoening tot op zekere hoogte in Macedonië

De plechtigheid in Ohrid, in Macedonië, had er gisteren een van verzoening en unanimiteit moeten zijn, na het mislukte referendum over de zeggenschap van de Albanese minderheid. De leiders van alle Macedonische partijen hadden gisteren in Ohrid hun instemming moeten betuigen met een verklaring, waarin het land nog eens zijn strategische doelen op een rij zette: het lidmaatschap van de EU en de NAVO.

Aldus moest de breuk worden geheeld tussen de regerende sociaal-democraten en de nationalisten, die met het referendum vergeefs hadden geprobeerd te verhinderen dat de Albanezen meer zeggenschap krijgen op lokaal gebied. Het referendum mislukte omdat maar een kwart van het electoraat naar de stembus kwam.

In Ohrid waren de president van Macedonië, de premier en afgezanten van de regerende sociaal-democraten, de partijen van de Albanese minderheid, de andere minderheden, de Amerikaanse regering en de EU. Zij allen, zo onderstreepte president Branko Crvenkovski, accepteerden ,,voor een binnen- en buitenlands publiek'' unaniem de verklaring, en daarmee ,,de soevereiniteit, de territoriale integriteit en het multi-etnische karakter van Macedonië, en waren kortom ,,eensgezind over de politieke sleutelthema's'', aldus het persbureau MIA.

Eén partij ontbrak: de nationalistische VMRO, de drijvende kracht achter het referendum. VMRO-leider Nikola Gruevski liet weten niet te zijn uitgenodigd voor `Ohrid'. Maar hij tekende de verklaring wel, in Skopje. ,,Zestig tot zeventig procent'' van de tekst van de verklaring is, zei hij tegen Radio Macedonië, identiek aan wat de VMRO vanouds wil.

Dat hij de verklaring toch tekende, zij het niet in Ohrid, kwam hem direct op kritiek te staan van partijen en organisaties die nog nationalistischer zijn dan de VMRO. De rivaliserende VMRO-Volkspartij maakte Gruevski uit voor ,,huichelaar'' en een man die ,,dubbel spel speelt''. Immers, hij was wél naar Ohrid uitgenodigd, maar ging niet, ,,om zijn handen schoon te houden in de ogen van de 500.000 burgers die in het referendum hun stem uitbrachten''. Het `dubbelspel' speelde Gruevski door de verklaring toch te tekenen. Twee nationalistische organisaties gingen nog verder en bestempelden Gruevski's daad als ,,verraad''.

President Crvenkovski wilde de afwezigheid met de mantel der liefde bedekken: Gruevski had getekend. Al was, zei Crvenkovski, zijn gedrag ,,spijtig genoeg wel tegenstrijdig gezien zijn pleidooi voor consensus''. Maar de conclusie was helder: ,,Uiteindelijk is meneer Gruevski de enige verliezer.''