Terug

Nog geen maand weggeweest uit Nederland, en bij terugkeer blijkt de chaos niet te beschrijven. Moord, brand en alles wat daar bij hoort. Nederland is niet meer alleen in de war, maar in the war, waarschuwde vice-premier Zalm. Daarna begon het pas goed.

Ik hoor opeens zinnen die ik nooit eerder in dit land heb gehoord, zoals deze van premier Balkenende: ,,We moeten beseffen dat we één land en één volk zijn.''

Eén gedachte ging vooral door me heen: ruim twee jaar na de opkomst van Fortuyn is Nederland veranderd van ,,een eiland van tolerantie en fatsoen'' (woorden van Maxime Verhagen) in een vrijplaats voor terreur en hysterie (woorden van mij). Zou er verband tussen die twee zaken zijn? Je mag het van de politiek-correcte rechtse gedachtepolitie niet zeggen, maar ik doe het toch maar even.

Als je al die kranten en tijdschriften in korte tijd achter elkaar leest, valt je vooral op hoe weinig mensen het hoofd een beetje koel wisten te houden. Het is moeilijk na zo'n weerzinwekkende moord, maar het mag vooral van gezagsdragers en publicisten toch verwacht worden.

De manier waarop Van Gogh, vooral door modieus rechts in Amsterdam, postuum is bewierookt als een heilige van het vrije woord, grenst aan het ongelofelijke. Is het vreemd dat extreem-rechts zich gelegitimeerd voelt tot terreurdaden (RIP Theo!) als het gedachtegoed van het slachtoffer zó kritiekloos vergoelijkt wordt? ,,Theo van Gogh was op zoek naar harmonie'', looft HP/De Tijd op de cover. Straks krijgen we nog te horen dat hij in het geheim samen met Lenie 't Hart de zeehondencrèche in Pieterburen runde.

Hier hadden we te maken met iemand die ruim twintig jaar lang joden en moslims en allerlei particulieren tot op het bot beledigde. Zijn website laat zich lezen als een open riool vol verdachtmakingen, laster en leugens. Intimidatie, telefonische stalking, karaktermoord – Van Gogh draaide er zijn hand niet voor om. En als hij het zelf niet deed, liet hij het anderen opknappen.

In sociaal opzicht was Van Gogh een genie. Met zijn charme en gulheid (cadeaus van duizenden guldens, zeggen zijn vrienden nóg smullend) pakte hij invloedrijke mensen in die beter hadden moeten weten. Het verschafte hem de vrijheid om andere mensen en groepen kapot te maken zonder gecorrigeerd te worden.

,,Hij is veel te weinig weersproken'', schrijft Paul Scheffer nu over Van Gogh in Het Parool. Tja, Paul, denk ik dan, waar was jijzelf? Waarom heb je in al je hooggestemde beschouwingen niet één keer gewaarschuwd voor de xenofobe drijfjachten van dit soort mensen?

Gelukkig waren er ook uitzonderingen. Arnon Grunberg veegde in Het Parool de vloer aan met de naïeve professor Heertje: ,,De stijl van Van Gogh was abominabel, zijn denken zo vulgair dat het nauwelijks het woord provocatie verdient.''

Scherp en koel, als altijd, bleef ook J.A.A. van Doorn in zijn column in Trouw: ,,Indien hij is vermoord om wat hij zei, dan was het om zijn onophoudelijke agressieve beschimping van de moslims en hun godsdienst.''

De moedigste van allen was Remco Campert, die het als eerste durfde te zeggen.