Oorlog als big business

Vandaag wordt in Europa het einde van de Eerste Wereld- oorlog herdacht. In Nederland is een boek verschenen over het toenemende slagveldtoerisme.

Zoals altijd om acht uur zal ook vanavond onder de Menen-poort in Ieper door de plaatselijke brandweer de Last Post worden geblazen. Maar de herdenking van de wapenstilstand op 11 november 1918, vandaag 86 jaar geleden, brengt een aanzienlijk grotere groep mensen op de been dan gebruikelijk.

Eregast is een van de laatste WO I-veteranen, de 106-jarige Harry Patch. Onder de poort, waarin de namen staan gegraveerd van 55 duizend vermisten uit de Eerste Wereldoorlog, herdenken oud-strijders uit latere oorlogen, rijen insignes op de borst en een regimentsbaret op het hoofd, in de houding de gevallenen. Na afloop trekt een Schotse doedelzakband in kilt door de mistige straten.

De Eerste Wereldoorlog is big business geworden, dat is in het naar oude tekeningen en foto's geheel wederopgebouwde Ieper goed te merken. Ieper-reizigers hebben de revers getooid met een rode klaproos van papier. Deze `poppy' is ontleend aan het gedicht In Flanders Fields van John McCrae over de klaprozen die aan het front tussen de kruisen bloeiden.

Op nationale gedenkdagen als deze is het voor de Westfront-reiziger dringen in de vele winkels die geheel in het teken staan van WO I. Het aantal boekpublicaties over The Great War heeft het afgelopen decennium een enorme vlucht genomen. Chrisje en Kees Brants, van wie Velden van weleer een bestseller werd, publiceerden onlangs Levende herinnering met een inventarisatie in woord en beeld van de nog steeds uitdijende herdenkingsplekken langs het voormalige front.

Opvallend in Ieper is de grote nadruk op het geallieerde aandeel; over het Duitse westelijke front is in de boekwinkels nauwelijks iets te vinden. Bij chocolaterie Peter de Groote zijn bonbons in de vorm van helmen en granaten te krijgen. Elders doen bierglazen en muismatten met WO I-plaatjes dienst als souvenir. Een aantal kroegbazen heeft in de achtertuin loopgravenstelsels gereconstrueerd. In het museum In Flanders Fields kan de bezoeker een levensechte `Trench Experience' ondergaan.

Het oorlogstoerisme heeft een enorme impuls gegeven aan de plaatselijke economie, bevestigt Peter Schlosse van het toerismebureau in Ieper. Er zijn talloze souvenirshops, boekwinkels, hotels en restaurants gekomen. Ook Belgische touroperators verzorgen sinds enige tijd excursies langs de slagvelden, naast de 75 à 80 hierin gespecialiseerde Britse reisbureaus. Omdat ze er nu pas het geld voor hebben, zeggen de Engelsen die ik er sprak, is het aantal reizen naar het WO I-front sterk gestegen. En ook omdat internet het zoeken naar graven aanzienlijk heeft vereenvoudigd; de Commonwealth Wargraves Commission publiceert sinds een paar jaar namen en locaties van zo'n 1,7 miljoen geallieerde oorlogsslachtoffers in WO I en II. Bovendien is een `Battlefield'-excursie op veel Engelse scholen verplicht.

In de straten van Ieper ontmoette ik Ann Harding, de kleindochter van een Brits oorlogsslachtoffer. Zij is met haar broer en zus uit Bishop's Stortford (Hertfordshire) gekomen om bloemen op het graf van hun grootvader te leggen. Ze vertelde geëmotioneerd haar familiegeschiedenis. Jachtopziener James Albert Goodwin had begin vorige eeuw drie broers en vier zusters. James trouwde met Millie, die zwanger was toen hij in 1916 naar het front aan de Somme ging. De aanstaande vader had voor zijn vertrek bepaald hoe het kind zou heten, maar hield Violet nooit in zijn armen. Vier maanden voor ze ter wereld kwam, sneuvelde de dertigjarige soldaat van het Royal West Surrey Regiment.

Pas toen Violet was gestorven, ontdekte haar dochter, Ann Harding, via internet de begraafplaats van James Goodwin. Het drietal is ook geweest bij het graf van James' jongere broer John Thomas, die in 1917 bij de slag om Arras omkwam, en dat van broer George die met zijn paard op een mijn stapte. Alleen de oudste broer overleefde de oorlog, maar stierf kort na thuiskomst aan de gevolgen van een gasaanval.

Ann Harding zit op het terras van The Old Tom in Ieper met een deel van het gezelschap dat in vijf bussen langs de oude frontlinie reist. Ze toont een foto van haar moeder in The Luddesdown Recorder: `Violet Goodwin, aged 4. She never knew her father.' ,,Onze familie bestond na de oorlog hoofdzakelijk uit vrouwen'', stelt ze nuchter vast. ,,Iedereen heeft zijn eigen verhaal, zijn familietragedie – die kennen we allemaal van elkaar.'' Het samen daarover praten en de begraafplaatsen bezoeken heeft een louterend effect, beamen de reizigers.