Onverschrokken en gevreesd

Op het eerste gezicht leek hij meer een popzanger dan een vechter. Grote bruine ogen met lange wimpers, een spoelinkje door de kortgenipte haren en de kloeke snor. Zodra hij evenwel de microfoon greep, kwam er geen zoetgevooisde ballade over zijn lippen, maar een krachtig requisitoir. Tegen de kidnapping van activisten aan de vooravond van Soeharto's val, tegen de militiefurie in Oost-Timor, in september 1999, en – vaak – tegen de strijdkrachten van de Republiek Indonesië.

In de vreedzame strijd van de jurist Munir bleef geen enkel machtsbolwerk buiten schot. Politie, leger, openbaar ministerie en rechterlijke macht: hij riep ze allemaal ter verantwoordeling als zij hun plicht verzaakten, de wet aan hun laars lapten en de rechten van de mens met voeten traden. In 1998 richtte hij als advocaat het Comitee voor de verdediging van vermiste personen en geweldsslachtoffers (KontraS) op. Aanleiding was de verdwijning, in de eerste maanden van dat jaar, van activisten tegen het bewind van potentaat Soeharto. Later bleek dat zij waren ontvoerd door het Korps Speciale Troepen (Kopassus), dat destijds onder bevel stond van een schoonzoon van Soeharto, luitenant-generaal Prabowo Subianto.

In september 1999 werd Munir lid van de Commissie van Onderzoek naar Rechtsschendingen in Oost-Timor. Die was ingesteld door de semi-officiële Nationale commissie voor de rechten van de mens (Komnasham). Het onderzoek leverde een schat aan bewijs op voor de betrokkenheid van het leger bij de recrutering, financiering, training en inzet van de milities die bloedig huishielden in Oost-Timor nadat de bevolking per referendum voor onafhankelijkheid had gekozen. Het verslag noemde de namen van hoge officieren die de furie hadden geleid of gedoogd. Ook de naam van de toenmalige stafchef van de strijdkrachten, generaal Wiranto, werd genoemd, maar op de lijst van personen waartegen het OM vervolging instelde, ontbrak Wiranto.

Vanuit KontraS richtte Munir ook Imparsial op, een organisatie die zich vooral wijdt aan onderzoek naar en informatievoorziening over civiel-militaire relaties in Indonesië. Munir gold als één van de belangrijkste specialisten op dit terrein in Indonesië.

Juist omdat hij zo onverschrokken was, werd hij gevreesd en maakte hij vijanden. Hij is een keer beschoten, zijn huis was doelwit van een bomaanslag en de KontraS-burelen werden kort en klein geslagen. Dat schrok hem niet af, maar eiste een tol van zijn gezondheid. Munir is enkele malen opgenomen voor maagklachten en een leverkwaal. Toen hij op 6 september naar Nederland vertrok om op uitnodiging van de ontwikkelingsorganisatie ICCO een cursus te volgen aan de rechtenfaculteit in Utrecht, was hij in goede doen. Bij het afscheid van vrienden en collega's was niets te merken van gezondheidsproblemen. Maar kort na een tussenstop in Singapore, waar de passagiers een uur op de luchthaven moesten doorbrengen, begon Munir heftig over te geven.

Gezien zijn oude klachten dacht menigeen aan een natuurlijke dood, maar autopsie door het Nederlands Forensisch Instituut wees anders uit. Eén van zijn vele vijanden had toegeslagen.

Op de dag van Munirs overlijden onderbrak – toen nog – presidentskandidaat Susilo Bambang Yudhoyono, een gepensioneerde generaal, een campagnebijeenkomst voor een kort herdenkingswoord. ,,Munir was een kritische, onverzettelijke figuur,'' aldus `SBY', ,,en soms werden de oren rood van zijn kritiek. Hij nam het Indonesische leger onder vuur en, vaak, mijzelf. Maar we hebben mensen als Munir nodig om ons ter verantwoording te roepen als we afdwalen van de democratische weg.'' SBY is inmiddels president en heeft het in zijn macht om de moordenaars van Munir voor het gerecht te brengen.