Multiculturele Dodenherdenking

,,Het maakt de burgemeester niet uit of Theo van Gogh, André Hazes, Joes Kloppenburg of 100.000 vermoorde Nederlandse joden worden herdacht, als het maar gaat om de vrijheid, gelijkheid en de broederschap.''

Met dit citaat in Opinie & Debat van 6 november geeft de reizende commentator Maarten Huygen in zijn artikel `Multiculturalisme is nog steeds de doctrine van de overheid', mijn mening over de toekomst van de Dodenherdenking niet alleen onzorgvuldig, maar ook onjuist weer.

De Tweede Wereldoorlog blijft weliswaar vertrekpunt, maar is geen eindstation. We hebben helaas nieuwe collectieve ervaringen die ons ook op andere manieren doen stilstaan bij de essentie van Dodenherdenking. De opsomming komt nogal onverschillig en gemakkelijk over (Het maakt de burgemeester niet uit). Terwijl ik juist wil aangeven dat er een verband is tussen de `kleine' twee politieke moorden en grote rampen de Tweede Wereldoorlog die ons zijn overkomen en we daar dus ook gelijktijdig bij stil mogen staan.

In beide situaties gaat het om dodelijk geweld tegenover de vrijheid en de gelijkwaardigheid. De Dodenherdenking kan de volle ruimte geven aan de democratische rechtsstaat, weg van fascisme en fundamentalisme. Met multiculturalisme heeft dat niets te maken. Net zo min als André Hazes in het rijtje thuis hoort. Die suggestie werd door de `reizende commentator' nota bene in een nagesprek zelf gedaan. ,,Als je Theo van Gogh herdenkt, kun je ook wel André Hazes gedenken.'' Mijn verbaasde antwoord was dat de heer Hazes een natuurlijke en niet-gewelddadige dood is gestorven en dus niet in het rijtje thuishoort.