Mohammed B. een `bijfiguur'

Mohammed B. maakte volgens de AIVD deel uit van een groep. Maar hij zou niet horen tot de kern van het netwerk.

Vijf weken voor de moord werd hij opgepakt. Op 29 september van dit jaar werd Mohammed B., de verdachte van de moord op Theo van Gogh, betrapt op zwartrijden in het openbaar vervoer. Toen Mohammed, gehuld in een islamitisch gewaad en met een beginnend baardje, begon te schreeuwen, werd hij ingerekend. Persoonlijke documenten werden in beslag genomen en doorgestuurd naar de AIVD.

De papieren bevatten een schat aan informatie: adressen, telefoonnummers, e-mailadressen. Deze bevestigden wat de AIVD al wist: Mohammed B. maakte deel uit van een groepering die de codenaam `Hofstadgroep' heeft meegekregen. Deze groepering werd al langer door de dienst in de gaten gehouden. Verschillende leden van de groep waren zelfs al eens gearresteerd. Mohammed B. was daar niet bij.

Hij behoorde, zo heeft de dienst in oktober van het vorige jaar geconstateerd, ,,niet tot de kern van het netwerk''. Die inschatting, zo blijkt uit een Feitenreconstructie die minister van Binnenlandse Zaken Remkes gisteravond laat naar de Tweede Kamer stuurde, was vijf weken voor de moord op Theo van Gogh nog steeds dezelfde. Mohammed B. was voor de AIVD een belangrijke bijfiguur. Enkele uren na zijn arrestatie stond hij weer op straat.

Het onderzoek naar de Hofstadgroep was begonnen in de zomer van 2002. Van de verschillende ,,groepjes'' die ,,op dat moment'' de aandacht trokken van de AIVD kreeg ééntje vanaf 26 september 2002 de naam `Hofstadgroep' of `Hofstadnetwerk'.

Het ging om ,,een groep moslims van Noord-Afrikaanse afkomst'', zo schrijft Binnenlandse Zaken, ,,die zich lijkt te verzamelen rond een leidersfiguur en opvallen door hun op het oog steeds orthodoxer wordende geloofsbeleving en geloofsuitingen''.

De meest interessante figuur in dit onderzoek voor de inlichtingendienst was op dat moment Nouredine El F., die illegaal in Nederland verbleef. Nouredine zou wonen aan de Marianne Philipsstraat 27 in Amsterdam-West. Het is het adres van Mohammed B., zo ontdekte men al snel.

Maar, zo schrijft Binnenlandse Zaken, het was nog niet duidelijk of Mohammed B. op dat moment ,,tot het bedoelde netwerk'' behoorde.

In de maanden die volgden deed de AIVD ,,in wisselende samenstelling en frequentie'' onderzoek naar de Hofstadgroep.

[vervolg HOFSTADGROEP: pagina 3]

HOFSTADGROEP

AIVD verloor enige tijd zicht op Hofstadgroep

[vervolg van pagina 1]

Daarbij speelde het huis van Mohammed aan de Marianne Philipsstraat een centrale rol. Observanten van de RID zagen dat in de voormalige bejaardenwoning ,,huiskamerbijeenkomsten'' plaatsvonden. Toen, op 29 januari 2003, kreeg de RID het bericht dat twee Amsterdamse scholieren op weg waren naar Tsjetsjenië om te vechten voor de jihad. Een van hen was de 17-jarige Samir A., die, zo wist de dienst, ,,in de kring van het Hofstadnetwerk'' verkeerde. Samir werd daarmee naast Nouredine één van de belangrijkste targets in het onderzoek. In de maanden die volgden nam de AIVD waar hoe de Hofstadgroep snel radicaliseerde. De dienst onderscheidde voor het eerst een ,,leidersfiguur''.

Deze ,,prediker'' met een ,,charismatische uitstraling'' hield op verschillende plaatsen in Amsterdam bijeenkomsten, waarbij werd gesproken over de jihad. De prediker was naar alle waarschijnlijkheid Redouan al I., een Syriër die in Duitsland asiel had aangevraagd en die onder zijn jonge volgelingen bekend stond als `Abu Khaled'. Abu Khaled preekte ook bij Mohammed B. thuis. Toch, zo schrijft Binnenlandse Zaken nu, kwam Mohammed B. nog ,,niet duidelijk naar voren''.

In het najaar van 2003 kwam het onderzoek naar het Hofstadnetwerk in een stroomversnelling. Leden van het netwerk vertoonden ,,conspirationeel gedrag'', schrijft Binnenlandse Zaken. Twee leden van de groep, Ismail A. en Jason W., waren in Pakistan geweest. Ismail, zo ving de AIVD tijdens het afluisteren op, was door de ,,emir'' teruggestuurd ,,om een westrijd te spelen''. Ismail en Smair A. hadden bovendien contact met zekere Abdelhamid A., alias `Naoufel' in Spanje, die werd verdacht van betrokkenheid bij de bomaanslagen in Casablanca, in mei 2003.

Zijn arrestatie op 14 oktober deed de AIVD besluiten in te grijpen. Vijf verdachten werden gearresteerd: Samir, Ismail, Jason, Abu Khaled, en ene Mohammed Fahmi B. Zij allen, zo stelde de AIVD in een ambtbericht van 15 oktober 2003, zouden betrokken zijn bij het voorbereiden van ,,een mogelijke op handen zijnde terroristische actie''. De recherche doet ook een inval in het huis van Mohammed B. aan de Marianne Philipsstraat. Toch speelde in onderzoek RL8020 van de nationale recherche de nu van de moord op Theo van Gogh verdachte Mohammed B. geen rol. Mohammed was immers niet in Pakistan geweest. Bovendien had hij geen contact gehad met Naoufel in Spanje.

Enkele weken na hun arrestatie stonden de verdachten van onderzoek RL8020 weer op straat. De aanhoudingen waren vooral preventief, `harde verdenkingen' ontbraken. Bovendien verloor de AIVD, zo blijkt uit de reconstructie, gedurende enige tijd het zicht op de Hofstadgroep. Dat bleek des te meer op 30 juni van dit jaar, toen de Rotterdamse politie Samir A. oppakte wegens mogeijke betrokkenheid bij een gewapende roofoverval. Bij huiszoeking trof de politie plattegronden en `situatieschetsen' van verschillende `doelen' aan, zoals Schiphol en de kerncentrale Borssele. Het leek er daarom op dat de Hofstadgroep gewoon doorging met het plannen van een aanslag. Verhoor van Nouredine, die die zomer werd opgepakt in Portugal, leidde niet tot resultaten.

Zo dreigde het strafrechtelijk onderzoek naar het Hofstadnetwerk opnieuw spaak te lopen. Deze zomer berichtte de nationale recherche aan het Landelijk Parket dat het vanwege het ,,gebrek aan actuele informatie over de plannen van het netwerk rond Samir A.'' raadzaam was om de zaak tegen hem ,,en de verdachten die rechtstreeks aan die voorbereidingshandelingen (van een aanslag, red.) kunnen worden gelinkt'', af te ronden. Mohammed B. behoort niet tot die verdachten. Een laatste serie telefoontaps, onder andere op een mobiele telefoon ,,bij Mohammed B.'' leverde niet veel op. Mohammed B. bleef voor de AIVD een ,,moslimradicaal'' uit Amsterdam met verkeerde vrienden.

Die vrienden zijn nu opgepakt. Met de golf van aanhoudingen na de moord op Van Gogh is een deel van het Hofstadnetwerk opgerold. Belangrijke figuren als Abu Khaled en Nouredine El F. lijken echter niet tot de arrestanten te behoren. In het komende onderzoek zal moeten blijken of de AIVD en justitie het goed gezien hebben. In dat geval was de moord mogelijk een éénmansactie, die los stond van de activiteiten van de Hofstadgroep. Een ander scenario behoort echter óók tot de mogelijkheden: de inlichtingendienst heeft de rol van Mohammed zwaar onderschat.