Jonge leiders, oude meesters

Teleurstelling op veler gezichten. Een generatie werknemers die had gedacht binnenkort op te houden met werken, zal er nog een tijdje aan moeten trekken. De VUT afgeschaft, vervroegde pensionering versoberd. Niks flierefluiten, wérken voor de kost, tot je 65ste of langer, dat lijkt het nieuwe parool te zijn. Het is een tegenvaller voor wie het treft, maar voor ons allen kan het wel eens een zegening worden. Een hele leeftijdsgroep van mensen met ervaring en een gerijpt perspectief, die anders de deur achter zich zou dichttrekken, blijft beschikbaar.

De belangrijkste vraag is, hoe bedrijven en organisaties gebruikmaken van deze onverwacht beschikbare hulpbron. Gaan we doen alsof een zestiger een veertiger is met een energietekort, of heeft hij een eigen, specifieke en waardevolle bijdrage te leveren?

Ik was laatst bij de publiekspresentatie van een cd van twee jonge musici, violiste Liza Ferschtman en pianist Bas Verheijden, waarbij zij ook enkele stukken speelden. Het was een ontroerende ervaring. Ten eerste door de muziek zelf, die zij uitvoerden als een betoverend web rond componist, musici en publiek. Maar vooral toen Liza met enkele woorden de eerste cd aanbood aan haar oude leermeester, Herman

Krebbers. Wat zij zei was respectvol en liefdevol, en kwam eigenlijk neer op: ,,Meneer Krebbers, ziet u wat ik

inmiddels allemaal kan en wat ik geleerd heb? En dat heb ik aan u te danken.''

De echte ontroering kwam toen Krebbers (,,Meneer Krebbers want er wordt tegenwoordig veel te gemakkelijk familiair gedaan''), 81 jaar oud, zijn vroegere leerling toesprak. In de kern kort samengevat: ,,Kind, wat ben je groot geworden. Ik zie je ontwikkeling als persoonlijkheid en als musicus. Ik was de meester, jij bent nu de meester. Ik ben blij en trots dat ik daaraan heb mogen bijdragen.''

Meesterschap. Het is het cement tussen generaties, de manier waarop de traditie wordt overhandigd. Niet om in fossiele vorm eeuwig en onveranderd te blijven, maar als basis van vernieuwing en groei. In de wereld van topmusici, begrijp ik, is het volstrekt normaal dat een briljant solist niet alleen bezig is met zijn eigen plek op de wereldpodia, maar ook veelbelovende jongeren onder zijn hoede neemt.

In bedrijven en organisaties is het meesterschap afgeschaft. Het is uit de traditie verdwenen, en bijgevolg weten we ook niet goed meer wat we ermee aan moeten. Voorbeelden van goede meesters en hoe die hun rol invulden ten opzichte van de organisatie zijn verdwenen. Daardoor ziet iedere medewerker die het einde van zijn productiviteit ziet naderen, als solist of als orkestlid, uit naar het afscheid. Hij zou niet weten hoe hij anders een waardige en waardevolIe rol zou moeten vervullen. Nu het ernaar uitziet dat vertrekken met 57 of 60 geen optie meer is, staan we voor een tweesprong.

Slagen onze organisaties erin, opnieuw de rol en positie van oude meesters te scheppen en van waarde te verklaren, of gaan we doormodderen met zielige, gemankeerde oudjes? En op het persoonlijke vlak: lukt het ons als senioren – als 55-jarige tel ik mezelf maar alvast mee – een belangrijke mentale knop om te zetten? Een carrière lang hebben wij onszelf en onze waarde afgemeten aan succes, scoren en productiviteit. Die bron van eigenwaarde – en, laten we eerlijk zijn, van economisch winvermogen – droogt op. Jongeren zijn beter geïnformeerd, schakelen sneller en hebben gewoon meer energie. De vraag is: hebben wij nog iets geleerd dat de moeite waard is door te geven, ook nu we zelf niet meer de sterren van de hemel spelen? Krebbers zag in 1980 door een ongeval zijn uitvoerende carrière abrupt tot een einde komen. Dat heeft hem niet belet een bron van inspiratie en een voorbeeld voor talloze jongere violisten te blijven.

Meesterschap is niet hetzelfde als leiderschap. Leiderschap streeft omhoog; meesterschap gaat door voorbij de top. Misschien komt het juist daar tot volle ontwikkeling. Je hebt behaald wat er te behalen was, je vat is vol, of in elk geval zo vol als het ooit zal worden.

De vraag is wat je nu met de opbrengst gaat doen. Trek je de buit op het droge en ga je in ijdelheid zitten terugkijken op wat je ooit was, of slaag je erin de inhoud van je vat ten nutte te maken voor de jonge stijgers om je heen.

Ik spreek wel eens met leiders die bezig zijn met hun weg naar de top, of met de verdediging van hun reeds verworven plek. ,,Hoe ga je om met de jonkies om je heen'' is een vraag die dan vaak aan de orde komt. Steevast komt het antwoord erop neer dat iedereen

aandacht voor hun ontwikkeling

belangrijk vindt, maar tegelijk dat

het er eigenlijk nooit of te weinig van komt.

Ik zou zeggen dat dit kenmerkend gedrag is voor de leider: in de eerste plaats gericht op de top, op het te bereiken doel en wat dat voor hem betekent. De leider is nog bezig vaten te vullen, zijn eigen en die van zijn organisatie, en dat is goed ook. Dan is het mooi als hij een meester bij hem in de buurt heeft. Iemand die hem kan stimuleren en bemoedigen, en hem, door iets aan te reiken van zijn geaccumuleerde ervaring, in contact kan houden met de traditie waar hij in staat en waar hij aan voortbouwt. Opdat wellicht ook de leider van nu verder zal kunnen groeien tot de meester van de toekomst. Met minder macht. Misschien ook met minder geld, maar daar gaat het niet meer om als je vat al vol is.