Indonesische activist vergiftigd

De Indonesische activist voor de mensenrechten Munir blijkt tijdens een vliegreis van Jakarta naar Amsterdam te zijn vergiftigd. Toen hij op 7 september met een toestel van Garuda Indonesia na een tussenstop in Singapore op Schiphol aankwam, was hij overleden. Hij was 38 jaar oud.

Bij een autopsie door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is in Munirs lichaam een dodelijke dosis arsenicum aangetroffen. Dit melden goed ingevoerde bronnen bij het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken. De directeur-generaal Europa en Amerika van dat departement kreeg het NFI-rapport vandaag overhandigd door Nederlandse diplomaten. Zij brachten ook het verzoek van Den Haag over om Munirs familie zo spoedig mogelijk in te lichten. De weduwe van Munir, Suciwati, was vanmiddag nog niet benaderd.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken acht `een verder strafrechtelijk onderzoek gerechtvaardigd' en heeft dat vandaag laten weten aan de regering in Jakarta. Die neemt de zaak hoog op. Minister van Buitenlandse Zaken Hassan Wirajuda heeft president Susilo Bambang Yudhoyono persoonlijk ingelicht.

Tussen de dood van Munir en de overhandiging van het NFI-rapport vond in Jakarta een presidents- en kabinetswisseling plaats. De nieuwe procureur-generaal, Abdul Rahman Saleh, geldt als onkreukbaar en krachtdadig, wat de kans op een strafrechtelijk onderzoek vergroot.

Munir leidde al onder het bewind van president Soeharto verschillende organisaties ter verdediging van de mensenrechten en gold als uiterst moedig. Hij ging aanvaringen met de in Indonesië zeer machtige strijdkrachten niet uit de weg. Op uitnodiging van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO zou Munir een cursus gaan volgen aan de Universiteit Utrecht.

PORTRET: pagina 4