`Hopelijk blijft de herinnering in leven'

België herdenkt vandaag het einde van de Eerste Wereldoorlog. Voor het eerst sinds de Grote Oorlog ontbreken oud-strijders bij de herdenking in Ieper. Maar hun vredeswens leeft voort.

Donald Snaddon was vijftien toen hij op 18 januari 1916 op de slagvelden van West-Vlaanderen sneuvelde. Hij moet de jongste zijn geweest van de kwart miljoen Britse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog in België omkwamen. En hij moet hebben gelogen over z'n leeftijd, want anders was hij niet bij de Royal Scots Fusiliers gekomen. `I give my all for you and for all', staat op zijn graf.

Op het oorlogskerkhof Lijssenthoek in Poperinge staan de witte stenen rij op rij. Naast Donald Snaddon ligt soldaat W. Waple die als 52-jarige op dezelfde dag omkwam. Hij behoorde tot de Royal Engineers die tijdens de `Grote Oorlog' de loopgraven aanlegden. Even verder liggen jonge Chinezen die meevochten in de legers van het Gemenebest. Zij haalden het einde van de oorlog, maar stierven in april 1919 door een griepepidemie.

Hovenier Stanley White wijst naar de boerderij bij het kerkhof, waar bijna een eeuw geleden een militair hospitaal was ondergebracht. Hij leidde er onlangs nog een tv-ploeg van de BBC rond die tekeningen wilde filmen die gewonde militairen met hun bajonetten in de balken hebben gekerfd. In de wijde omtrek liggen Flanders Fields, waar zoveel Britten sneuvelden. Rond de kerkhoven rijden op deze middag de boeren met hun bietenkarren.

Bij Ieper lag een uitstulping van het westelijk front tegen de Duitsers. In deze Ypres Salient vielen aan beide kanten meer dan 800.000 doden.

Hier ligt ook Pilkem Ridge dat zijn naam ontleent aan het dorpje Pilkem waar het Duitse leger voor het eerst in de geschiedenis een gasaanval lanceerde. Sindsdien heet mosterdgas ook wel yperiet. Het plan om de snelweg A19 via dit gebied door te trekken is na protesten van Britse kant voorlopig van de baan. Om de rust op de vele militaire kerkhoven niet te verstoren en uit piëteit voor dit landschap.

Een Engelse journalist schreef in 1920 over Ieper als een ,,verschrikkelijk oord. De doden wegen hier zwaarder dan de levenden. Men schaamt er zich voor in leven te zijn.'' Het middeleeuwse stadje was veranderd in een puinhoop met noodbarakken. Elke dag werden er dode jonge mannen en onontplofte munitie uit de klei opgegraven. Ieper is door de Vlamingen in zijn oude luister hersteld. Sommige Britten wilden de plek als monument in onttakelde staat laten.

Met 11.000 oorlogsgraven is Lijssenthoek bij Poperinge het op een na grootste Britse kerkhof in West-Vlaanderen. De beplanting moet voor de vele Britten die er elk jaar komen, het gevoel oproepen van hun tuinen in eigen land. Hovenier Stanley White is de kleinzoon van een strijder die na de oorlog met een groep ex-soldaten op verzoek van de Britse overheid naar Vlaanderen terugkeerde om er kerkhoven voor gevallen kameraden aan te leggen en te onderhouden. Hij is in dienst van de Commonwealth War Graves Commission, die in de hele wereld Britse militaire kerkhoven beheert. Zijn vader Walter en oom Alfred werkten ook op de oorlogskerkhoven van West-Vlaanderen.

Door de komst van meer dan honderd oud-strijders met hun gezinnen kreeg Ieper in de jaren twintig van de vorige eeuw een belangrijke Britse gemeenschap binnen haar stadsgrenzen. ,,We hadden onze eigen school met onderwijzers uit Engeland'', zegt Walter White. Maar na de Duitse inval in mei 1940 vluchtten de Britse families halsoverkop via Calais naar Engeland. In de oorlog dienden Walter en Alfred White bij de Britse marine. Wegens hun moed staan ze als `The White Brothers' in een Brits gedenkboek. Enkele jaren geleden deden ze in de VRT-documentaire Holy Ground hun verhaal.

Na de oorlog kwamen ze naar West-Vlaanderen om vrienden te bezoeken. De liefde heeft hen er voorgoed gehouden. Van de Britse gemeenschap in deze regio is niet veel meer over. ,,We zijn de laatste der Mohikanen'', glimlacht Walter White. Hij heeft zijn Britse paspoort gehouden. ,,Ik ben er fier op'', zegt hij met onvervalst West-Vlaams accent. Op het buffet in zijn bejaardenwoning staat een foto van zijn vader in het uniform van de Royal Navy.

Toch is Ieper met de meer dan 200.000 bezoekers uit Groot-Brittannië die er elk jaar komen nog een beetje Brits. De St. George Memorial Church is 's zondags altijd goed gevuld. Elke avond om acht uur blaast de lokale brandweer sinds 1928 The Last Post onder de Menenpoort, die als eerbetoon door de Britten is gebouwd op de plek waarlangs de soldaten naar het slagveld liepen. Op stenen panelen staan de namen gebeiteld van 54.896 vermiste soldaten van het Britse Gemenebest. Op kleine kruisjes zijn aandoenlijke boodschappen geschreven. Voor Len Barrott: `Never known by your niece Barbara'. En voor George Chandler: `From the Chandlers and Mills you're one of us GB'.

Op deze avond zijn er meer dan honderd scholieren uit Groot-Brittannië. Eerder hebben ze al Flanders Fields Museum bezocht. ,,We doen veel aan de Eerste Wereldoorlog en daarom komen we hier twee keer per jaar met onze 14-jarigen'', zegt een onderwijzer van de Grammar School for Boys uit Canterbury. De 52-jarige Alfred Bingham, die een familielid verloor, komt hier bijna elk jaar. Hij heeft het zichtbaar moeilijk: ,,Ik heb mijn eigen vlees en bloed hier. Het is extreem emotioneel. Ik zeg aan mijn eigen kinderen dat oorlog nooit meer mag.''

Vandaag dwarrelen als extra eerbetoon wegens Wapenstilstandsdag vanaf de Menenpoort de klaprozenblaadjes (poppies) naar beneden. Voor de Britten is de klaproos een symbool voor de Eerste Wereldoorlog door het in 1915 geschreven gedicht van John McCrae `In Flanders Fields'. Maar op deze Wapenstilstandsdag is voor het eerst geen oud-strijder meer aanwezig geweest. De 106-jarige Harry Patch, die op Pilkem Ridge bijna al zijn kameraden verloor, mocht van zijn dokter de Kanaaloversteek niet meer maken.

,,Jammer'', zei hij tegen de BBC. ,,Zolang wij er waren, werd de herinnering aan al onze gesneuvelde makkers levendig gehouden. Hopelijk verandert dat nu niet.''