Gefröbel met grote benauwenis

Het Van Abbemuseum toont, als eerste museum in Europa, het werk van twee aanstormende jonge kunstenaars: Tomma Abts (1967), Duitse van geboorte en sinds 1995 wonend in Londen, en de Amerikaan Vincent Fecteau (1969), wonend in San Francisco. Het Van Abbe heeft de combinatie niet zelf bedacht. In 2002 exposeerden Abts en Fecteau al samen in een galerie in Los Angeles. Het verwondert niet dat deze twee kunstenaars elkaar hebben gevonden, want hoe verschillend hun werk lijkt, in hun artistieke strategieën en opvattingen zijn ze nauw verwant.

Abts maakt schilderijen op hetzelfde formaat, 48 x 38 cm. Zij schildert optisch driedimensionale vormen en patronen die als object of voorstelling niet herkenbaar zijn. Zoals stervormige patronen die eruit zien als gevouwen papier, of scherpe geometrische constellaties. De kleuren zijn gedempt, met veel grijsblauwe, donkergroene en bruine tonen. De vormen zijn meestal zorgvuldig gemodelleerd zodat er een schaduwwerking ontstaat die het 3d-effect veroorzaakt. Onderliggende lagen en verborgen patronen zijn vaag herkenbaar in de textuur van het verfoppervlak. De titels, die associaties oproepen met Ikea-meubilair, geven geen clou over een mogelijke betekenis van deze schilderijen.

Fecteau vervaardigt kleine objecten die het midden houden tussen sculptuur, maquette (een direct voorstel voor een ding dat op groter formaat uitgevoerd gaat worden) en model (een driedimensionale schets, idee). De objecten, uitgestald op grote tafels, zijn gemaakt van papier-maché, schuimrubber, balsahout en gevonden voorwerpen. Ze doen denken aan architectuur, meubilair, abstracte sculptuur, Flintstone-hutjes. Hun schaal is echter onduidelijk. Het zijn dubbelzinnige maaksels die bruikbaarheid suggereren maar ongrijpbaar blijven. Je weet niet goed waar je naar kijkt, hoe deze objecten te interpreteren.

Om deze verwarring is het Fecteau te doen. Met eindeloze aandacht maakt hij bouten na uit balsahout op zo'n manier dat ze nauwelijks van echt te onderscheiden zijn, hij schildert realistische nepschroeven, maakt boomstammetjes van papier maché. Evengoed kunnen al deze dingen ook `echt' zijn, niet-nagemaakt, beide varianten, echt en namaak, worden door elkaar heen toegepast.

Abts en Fecteau willen duidelijk maken dat kunstwerken zich onderscheiden van andere soorten dingen in de wereld. Dat kunst een eigen categorie is, en dat kunstwerken een apart soort materialiteit hebben, een eigen soort zingeving. Dit is niets nieuws, het is waar het in de kunst altijd om gaat, om die tweeledigheid, die gelijktijdigheid van verschillende manieren van zijn. De wijze waarop Abts en Fecteau het laten zien overtuigt niet, het is te bedacht, te programmatisch. Met name wat Abts doet is al veel eerder veel beter gedaan, bijvoorbeeld door een schilder als Jan Roeland.

Alles bij elkaar is het werk van deze twee kunstenaars een hoop pietluttig gefröbel. Abts en Fecteau wentelen zich genotterig in een hervonden ambachtelijkheid. Er is in de kunst niets tegen ambachtelijkheid als die noodzakelijk is, een doel dient (denk bijvoorbeeld aan de ambachtelijkheid bij Richard Artschwager), maar hier is de ambachtelijkheid doel op zichzelf geworden. Er stijgt een grote benauwenis op uit het werk van Abts en Fecteau. Er zit geen geestelijke, mentale vrijheid in. Het is een muf en ouderwets soort kunst.

Abts en Fecteau hebben uit de collectie van het Van Abbe een aantal werken gekozen die zij in de tentoonstelling combineren met hun eigen werk. Het is een gotspe dat zij kunstenaars als On Kawara, Daniël Buren en André Cadere hebben uitgekozen, want dit zijn nu juist kunstenaars die zich aan het benauwende kunstbegrip dat hier gebracht wordt als `nieuw' hebben ontworsteld. Nee, dit is beslist niet de jonge kunst waar we op zitten te wachten.

Tentoonstelling: Tomma Abts en Vincent Fecteau. T/m 23 jan 2005 in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Di t/m zo 11-17u. Publicatie €2,-. Inl. 040-2381000 of www.vanabbe.nl.