Geen plaats voor beledigende teksten

Met een gevoel van walging nam ik kennis van de column van Bas Heijne (Opinie & Debat, 6 november). Heijne presteert het om de afschuwelijke moord op Theo van Gogh te misbruiken voor de in de media voortrazende hetze tegen ME-patiënten. Hij citeert professor Buunk, die op de website van de Rijksuniversiteit Groningen schreef dat (o.a.) ME geen echte ziekte is, waarna hij volgens Heijne werd overstelpt met ,,reacties die zo hevig en beledigend waren dat Buunk het zekere voor het onzeker heeft genomen''.

De lezer krijgt de indruk dat Buunk net als Hirsi Ali met de dood is bedreigd en is ondergedoken. Terwijl, aldus Heijne, het nota bene om wetenschappelijke bevindingen gaat.

Het gaat hier echter om te beginnen helemaal niet om een wetenschappelijke analyse, maar om een losse flodder. Meneer Buunk is weliswaar professor, maar in sociale psychologie, niet in medicijnen, en hij is, zoals hij zelf nadien heeft toegegeven, een totale leek als het gaat om de door hem genoemde ziekten. Hij stelde niets vast, hij riep maar wat.

Ten tweede is zijn stuk niet verwijderd vanwege haatmail die heeft hij namelijk helemaal niet gekregen. Wel boze reacties op zijn tekst natuurlijk, maar dat is heel wat anders.

Het is verwijderd, omdat Buunk de patiënten beledigde, en niet andersom. ME is tenslotte geen inbeelding of modeverschijnsel. Deze invaliderende, neurologische ziekte, die zich uit in onder andere zuurstoftekort en stofwisselingsstoornissen, staat al sinds jaar en dag gewoon in het grote boek van de Wereld Gezondheids Organisatie.

De kop van Heijnes bijdrage, `Het allerhoogste goed', verwijst naar het recht op vrije meningsuiting.

Maar hoe belangrijk ook, dit is geen absoluut recht. Even belangrijk, zo niet belangrijker, is wat er dan zo vrij wordt gezegd. Voor beledigende teksten is in een beschaafd land geen plaats. Vreemd genoeg vindt Heijne dat zelf ook, behalve als het over ME gaat.