Europadebat in de schaduw van Van Gogh

De onrust in Nederland overschaduwde gisteren het jaarlijkse debat over de staat van de Europese Unie in de Tweede Kamer. De voorzitter van de EU was er zelfs niet bij.

Het debat over de staat van de Europese Unie was gisteren halverwege, toen Tweede-Kamervoorzitter Weisglas plechtig aankondigde dat premier Balkenende verstek moest laten gaan. Reden, volgens Weisglas: ,,De huidige ontwikkelingen in ons land''.

De minister-president had besloten een bezoek te brengen aan de islamitische school in Uden, die de avond tevoren door brandstichting in de as was gelegd. Een pijnlijk moment voor de premier, die op het ogenblik bovendien nog voorzitter is van de Europese Unie.

De ironie wilde dat het CDA-Kamerlid Van Dijk, een partijgenoot van Balkenende, even eerder had gehamerd op de belabberde positie van christenen in Turkije. Die ondervinden problemen bij het opleiden van priesters en worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, had van Dijk bij een recent bezoek aan Turkije ervaren. Zonder verbetering daarin moeten de regeringsleiders van de EU wat de CDA-fractie betreft volgende maand niet akkoord gaan met het openen van onderhandelingen met Turkije over een volwaardig EU-lidmaatschap.

Namens het kabinet werden de honneurs na Balkenendes vertrek waargenomen door minister Bot (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken). Maar ook zij verwezen af en toe naar de huidige onrust in Nederland. ,,Ook in Nederland gebeuren wel eens dingen waar we niet trots op zijn'', verklaarde Bot fijntjes, toen enkele Kamerleden hem naar zijn smaak wat al te nadrukkelijk wezen op misstanden in Turkije.

Zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer daags tevoren, waar een soortgelijk debat werd gehouden, vormde de `Turkse kwestie' de hoofdmoot. Met belangstelling was vooral uitgezien naar de bijdragen van de CDA-fracties in beide Kamers. Zowel CDA-senator Van der Linden als Van Dijk betoogde dat Turkije op dit moment nog niet rijp is voor onderhandelingen. Niet alleen moet een aantal belangrijke wetten nog in werking treden, er zijn bovendien nog veel te veel meldingen van martelingen. En dan was er natuurlijk nog de slechte behandeling van de christenen, voor hen als christen-democraten altijd een teer punt.

Toch sloten Van Dijk en Van der Linden niet expliciet uit dat het CDA volgende maand wel degelijk kan instemmen met een besluit van de EU-leiders op hun top in Brussel, mits aan hun voorwaarden is voldaan. Minister Bot, zelf eveneens CDA'er, zegde gisteren grif toe zich er ,,met grote hartstocht'' voor te zullen inzetten dat de Turken snel meewerken aan verbeteringen. Ook wil hij proberen de CDA-verlangens opgenomen te krijgen in de conclusies van de Europese leiders op hun top in Brussel van 17 december.

De opstelling van Van Dijk kwam hem op honende reacties te staan van het PvdA-Kamerlid Timmermans en zijn GroenLinks-collega Duyvendak. Volgens Timmermans bezondigde Van Dijk zich aan ,,een Bolkesteintje''. Hij doelde daarbij op de vroegere fractieleider Bolkestein (VVD) die volgens hem vaak stilzwijgend akkoord ging met kwesties waar hij zich eerst luid tegen had verklaard. Duyvendak verweet het CDA ,,voor de bühne'' te opereren. Van Dijk hield echter vol dat zijn partij steeds consistent is geweest.

De christelijke fracties zetten ook in ander opzicht een stempel op het debat. Zowel in de Eerste als in de Tweede Kamer roerde de ChristenUnie zich heftig tegen de wijze waarop de Italiaanse kandidaat-Eurocommissaris Buttiglione aan de kant was geschoven. Fractievoorzitter Rouvoet beklaagde zich over de ,,selectiviteit'', die hij had bespeurd bij de verdedigers van het vrije woord.

Die staan volgens hem wel pal voor het recht van de vermoorde Theo van Gogh om de moslims met kritiek te overladen, maar deden niets om het recht van Buttiglione om zijn conservatief-katholieke opvattingen te uiten over de rol van de vrouw en homoseksualiteit.

Onzin, stelden Kamerleden van meer linkse signatuur. Niemand betwistte Buttiglione het recht zijn mening te geven. Alleen maakten die opvattingen hem ongeschikt om uitgerekend de post van Justitie te bekleden. Hij had immers onder meer geprobeerd amendementen in te dienen op het Europese handvest van grondrechten, waardoor homodiscriminatie mogelijk zou blijven. ,,Het ging erom'', aldus Duyvendak, ,,of je iemand met deze opvattingen als bestuurder in een dergelijke functie wilt hebben. Ik had Theo van Gogh ook niet in die functie willen hebben vanwege zijn opvattingen.''