Economie neemt voorschot op groei

De economische groei zette in het derde kwartaal door, met 1,4 procent op jaarbasis. Maar in de cijfers ligt de teleurstelling over het huidige vierde kwartaal al besloten.

Zo op het eerste gezicht gaat het niet slecht met het economisch herstel. De groei van 1,4 procent op jaarbasis die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen bekendmaakte, wijst op een doorgaande lichte vesnelling ten opzichte van vorige kwartalen. Na het rampjaar 2003, toen het volume van het bruto binnenlands product (bbp) nog met 0,9 procent kromp, is de weg naar boven hervonden. Het eerste kwartaal van dit jaar liet voor het eerst weer een positieve groei zien op jaarbasis, van 1,2 procent, het tweede kwartaal toonde 1,3 procent. Waarna de 1,4 procent die vanmorgen over het derde kwartaal bekend werd het lijntje keurig lineair doortrekt naar boven. Een toonbeeld van exportgeleid herstel. Want het is de uitvoer die het hem, evenals in de meeste andere Europese landen, op dit moment doet.

Waarom is de reactie van analisten dan toch licht teleurgesteld? Zowel de Rabobank als de Britse zakenbank Morgan Stanley lieten vanmorgen weten dat er de nodige schaduwkanten zitten aan wat vanmorgen werd gepubliceerd. Dat heeft alles te maken met de dynamiek van het herstel van de Nederlandse economie. Die was tot aan de zomer redelijk goed. Maar de klad zit er een beetje in.

Die dynamiek is het beste af te lezen aan de groei van kwartaal op kwartaal, die het CBS apart publiceert. Al vanaf het derde kwartaal van 2003 was daaruit af te leiden dat de weg omhoog was ingeslagen. Na een zee van krimpende of stagnerende kwartalen was er toen eindelijk een sprankje groei te zien van 0,2 procent. Het vierde kwartaal toonde 0,5 procent. En het eerste kwartaal van 2004 overtrof de verwachtingen met een groei van 0,8 procent. Dat was nogal overtekend, omdat het goed weer was voor de tijd van het jaar, en de bouwsector een grotere productie kon laten zien dan omstreeks die tijd gebruikelijk is. Dat verklaart waarom de kwartaalgroei in het tweede kwartaal 0,1 procent negatief was.

Toch had het in de lijn der verwachtingen gelegen dat het tempo in het derde kwartaal, dat vanmorgen bekend werd, zo'n beetje op het gemiddelde van het eerste halfjaar had gelegen. Analisten rekenden gemiddeld op 0,4 procent. Dat had op jaarbasis een groei betekend van zo'n 1,6 procent, waarmee de lijn naar boven veel duidelijker was geweest. Het werd echter maar 0,2 procent. Wat ging er mis?

Wie de groei van kwartaal op kwartaal uitsplitst, komt op een dalende gezinsconsumptie, die met 0,5 procent kromp. De overheidsconsumptie groeide wel, met 0,5 procent. Dat ligt vooral aan de zorgsector. Aangezien de overheidsconsumptie in harde euro's nog niet eens de helft bedraagt van wat gezinnen consumeren, weegt die stijging niet op tegen de krimp van de gezinsuitgaven. Overheidsinvesteringen groeiden ook, maar de veel belangrijker bedrijfsinvesteringen krompen met 2,1 procent. Daartegenover staat dan weer een exportgroei met 1,3 procent, en een importgroei van eveneens 1,3 proccent. Omdat de export veel groter is dan de import, levert een gelijke groei van beide posten een groter handelsoverschot op, wat bijdraagt aan de economische groei.

De overheid en de buitenlandse handel zorgden dus voor groei, maar het bedrijfsleven en de burger droegen bij aan krimp. Aangezien die laatste twee een groter gewicht in de schaal leggen, had de economie op kwartaalbasis dus moeten krimpen in het derde kwartaal. En niet zo'n beetje ook: als enkel deze posten zouden zijn geteld zou het bbp in het derde kwartaal 0,4 procent kleiner zijn geweest dan in het tweede kwartaal.

Waarom is er dan toch groei geweest? Dat ligt enkel en alleen aan de voorraden, die zo fors zijn gestegen dat er uiteindelijk toch een economische groei van 0,2 procent uit de bus komt.

Dat is geen goed nieuws. Kennelijk hadden de industrie en groothandel gerekend op een veel sterkere vraag uit zowel binnen- als buitenland dan uiteindelijk bleek. Die vraagopleving is niet opgetreden, maar er is wel voor geproduceerd. In de manier waarop het bbp wordt berekend, wordt die voorraadvorming toch meegeteld. De keerzijde van de medaille is dan ook dat als de vraag in de naaste toekomst aantrekt, er eerst wordt geleverd vanuit de voorraad.

De moraal: het huidige vierde kwartaal wordt alsnog zwaar voor de economie. De vraag zal zeer fors moeten aantrekken om de opgaande lijn van de conjunctuur vast te houden. In de gegevens over het derde kwartaal ligt een kleine teleurstelling, zoals de cijfers er nu voorstaan, al besloten.