Daling olieprijs logisch

De olieprijs is dit jaar drie keer gezakt nadat beleggers tot de conclusie waren gekomen dat de top was bereikt, maar iedere keer bleek die conclusie voorbarig: de olieprijs ging telkens toch weer verder omhoog. Nu heeft zich een vierde prijsdaling voorgedaan, ditmaal vergezeld door een boodschap van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat het hoogtepunt achter de rug is.

De prijs van een vat Brent-olie is met 14 procent gedaald, na eind oktober op een recordhoogte van 51 dollar per vat te hebben gestaan. Maar is deze jongste prijsdaling werkelijk een omslagpunt of slechts een kortstondig oponthoud tijdens een meedogenloze klim?

De sleutel tot het antwoord op deze vraag ligt bij de fundamentele economische factoren. Het ziet er nu naar uit dat die zijn veranderd. De stijging van de vraag, met name vanuit India, lijkt af te nemen, aldus het IEA. Het aanbod uit landen, die niet bij de OPEC zijn aangesloten, neemt toe. En de capaciteit van de OPEC-landen zelf stijgt ook, met zo'n 1,5 miljoen vaten per dag.

Dit alles is het gevolg van simpele economische wetmatigheden: de stijgende prijs heeft de vraag ondermijnd en het aanbod gestimuleerd. Speculanten hebben daar notitie van genomen en hun marktposities navenant bijgesteld.

Het bereiken van een omslagpunt betekent echter nog niet dat de olieprijs zal terugkeren naar het langetermijngemiddelde van 23 dollar per vat. Op de korte termijn blijft de markt kwetsbaar voor onverwachte ontwrichtingen, die kortstondige prijsstijgingen kunnen veroorzaken. Op de middellange termijn zullen de technische factoren die de prijsstijging op de weg omhoog in toom hebben gehouden, steun bieden op de weg omlaag. En de langetermijnprijs van olie is gestegen dankzij de groei van de vraag uit China en hogere exploratiekosten. Maar het kernpunt is dat, zelfs als de langetermijnprijs met de helft blijkt te zijn gestegen, het gemiddelde nog steeds niet hoger uitkomt dan op zo'n 35 dollar per vat, en niet op de 51 dollar per vat van een halve maand geleden.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.