`Begrijpelijke zelfcensuur' bij Iraanse galerie

Zoals alle beurzen is ook de fotobeurs Parisphoto, die vandaag voor de achtste keer open gaat, weer groter dan vorig jaar. De cijfers: 105 exposanten, waarvan 92 galeries en 13 uitgevers, uit zestien verschillende landen. Frankrijk is het best vertegenwoordigd met 32 deelnemers, Amerika is de grootste buitenlandse aanwezige met 17 deelnemers. Er doen zeven Nederlandse galeries mee. Italië is voor het eerst aanwezig, met twee galeries en ook Iran maakt zijn debuut, met galerie Silk Road.

De vrijheid van laatstgenoemde galerie is of lijkt beperkt. Het museum van hedendaagse kunst in Teheran heeft volgens dagblad Libération de kunstenaars van de galerie, onder wie Shadi Ghadirian en Hanaei Arash, verboden sommige van hun werken te tonen `omdat ze ingaan tegen de islamitische waarden en het beeld van de Iraanse vrouw bespottelijk maken'.

De organisatie van Parisphoto ontkent het bericht en zegt dat de galerie om `begrijpelijke' redenen aan 'enige zelfcensuur' doet.

Ook dat is misschien niet (helemaal) de waarheid. Navraag bij de galerie leert dat de foto van Shadi Ghadirian van een vrouwensilhouet in burqa met een steelpan ter hoogte van het gezicht en met de titel Zoals gewoonlijk (2002) om `puur esthetische redenen' niet in de stand te zien is.

Niet galeriehoudster Minou Saberie velt dat oordeel; volgens haar vonden de Iraanse uitvoerautoriteiten de foto `niet mooi' en is de uitvoer ervan daarom tegengehouden. Volgens een opgewekt klinkende Saberi is het `in geen enkel opzicht bijzonder of merkwaardig' dat autoriteiten er een artistieke mening op nahouden en daar consequenties aan verbinden. Ander, vergelijkbaar werk van Ghadirian is wel aanwezig in de stand en de gewraakte foto hangt, volgens Saberi, in een gebouw van de Europese Unie in Brussel.

Kenmerkend voor een fotobeurs is dat die de hele geschiedenis van de discipline kan omvatten. Van de oertijd van een `fototekening' van William Henry Fox Talbot (bij de New Yorkse galerie Hans P. Kraus) tot hedendaagse `chromogenic Dye Coupler prints' van Mona Kühn (bij Jackson Fine Art).

In het oude genre is in de Parijse galerie Laurent Herschtritt een prachtige, in een `donkere kamer' geïnstalleerde presentatie te zien van boerderijfoto's van Adolphe Braun. Fascinerend bij deze galerie zijn ook de foto's van Jules Jansen, van de oppervlakte van de zon, eind vorig eeuw gemaakt, op een tot op de seconde gepreciseerd tijdstip.

Eerlijk is eerlijk, een van de verrassingen op de beurs is van Nederlandse bodem. Erwin Olaf (Flatland Gallery) heeft zich geheel vernieuwd en een grote sprong voorwaarts gemaakt.

Van het al te gladde, nogal ordinaire glitterwerk van met bloed besmeurde beautiful people is hij overgestapt op een even zorgvuldige als subtiele enscenering van een verontrustend soort kleinburgerlijkheid. De tonen zijn mat, als van verfletste technicolor-platen, en het beeld is overeenkomstig deprimerend.

Waaraan dat ligt is moeilijk uit te maken, hoewel Arjen Ederveen-achtige ingrediënten zoals een te dikke vrouw in bloemschortjurk met overbloezende vochtenkels in een kapperszaak erkend `campy' materiaal vormt. Maar Olafs beelden bespotten niets of niemand, integendeel, ze zijn eerder een soort liefdesverklaring.

Een andere aangename ontdekking in dezelfde sfeer maar dan documentair is het werk van Jean-Philippe Charbonnier, bij de galerie van zijn weduwe Agathe Gaillard. Het gaat om beelden van patiënten in een Frans psychiatrisch ziekenhuis in de jaren vijftig. Gezien de, overigens fascinerende, naargeestigheid ervan is het nauwelijks voor te stellen dat omstreeks dezelfde tijd Hongaarse avant-gardisten (in groten getale bij Vintage, uit Boedapest) op verpletterend creatieve wijze uiting gaven aan een kennelijk onwrikbaar geloof in de vooruitgang.

Parisphoto, Carrousel du Louvre, Parijs. Tot en met zondag 14 november. Info: www.parisphoto.fr.