Werkende vrouwen, zorgende mannen

De arbeidsparticipatie van vrouwen moet hoger. Dat kan alleen als mannen meer zorgtaken op zich nemen. Veel mannen zeggen dat ze dat wel zouden willen, maar niet kunnen. Onzin, zeggen de praktiserende huismannen. ,,Het kan best, als je maar wil.''

`Hebben jullie soms een gen te veel?' `Zijn jullie een ander soort mannen?' Dat soort vragen krijgen Rudolf Hunnik en Harry Maarse als ze samen hun huismannenlezing houden. Hunnik en Maarse zijn allebei huisman, bestuurslid van de Stichting Huismannen.nl en medewerker van de website www.huismannen.nl. Deze zomer publiceerde Hunnik (samen met mederedacteur en huisman Roel van der Wekken) het boek Huismannen, parttime vaders en carrière-papa's, over het leven van de moderne, zorgende vader. Het boek, de site en de lezingen moeten het huismanschap onder de aandacht brengen. ,,We proberen de informatie positief en goed onderbouwd te brengen om zo het traditionele denken te doorbreken'', vertelt Hunnik. ,,Veel mannen die kinderen hebben, willen graag meer zorgen en minder werken. `Het kan niet', klagen ze dan. Maar het kan wél, als je maar wil. Er wordt altijd zo groots over `het huishouden' gedaan, alsof het vreselijk belangrijk is. Het is ook wel belangrijk dat het gezin goed loopt en dat het toilet schoon is, maar het huishouden wordt echt overschat.''

Hunnik wil het beeld wegnemen dat mannen niet kunnen stofzuigen en dat ze de was niet kunnen doen. Want natúúrlijk kunnen ze dat wel. ,,Als een man maar wil, kan hij de was net zo goed doen als een vrouw'', vult Maarse aan. ,,We gaan niet de barricade op om te verkondigen dat iedereen huisman moet worden. Wij zijn voor keuzevrijheid. Maar als je kiest, maak dan wel een onderbouwde keuze. Als je een uur per dag stevig doorwerkt in het huishouden, dan ben je klaar. De zware taak van het huismanschap is het opvoeden. Wat we ervoor terugkrijgen is dat we een sterkere band met onze kinderen hebben dan mannen die fulltime werken. Als mijn zoon of dochter een buil heeft, komen ze eerder naar mij toe dan naar hun moeder.'' Hunnik: ,,Het grote voordeel is dat je je kinderen kent. Er zijn vaders die niet weten wie de juf is op school, of wat hun kinderen daar precies doen.''

De website huismannen.nl geeft aankomende huismannen een steun in de rug en biedt praktiserende huismannen een forum waar ze informatie en ervaringen kunnen uitwisselen. Naast praktische tips over `slimmer en sneller strijken', kalkaanslag in de toiletpot, kaarsvet op het tapijt en de kookrubriek `Mannen met Pannen' is er informatie over wettelijke verlofregelingen en opvoedkundige kwesties. De huismannen-webshop verkoopt behalve boeken ook T-shirts met opschriften als `Wie nu leeft, wie nu zorgt' of `Ik werk want ik strijk'.

Vader is al lang niet meer alleen de man die op zondag het vlees aansnijdt. Maar de zorgende vader is nog steeds een grote uitzondering. Zoals Hunnik en Van der Wekken in hun boek becijferen heeft ongeveer 1 procent van de vaders geen betaalde baan en daarvan is nog eens een deel onvrijwillig huisman. De mannen achter huismannen.nl hebben wel vrijwillig en bewust gekozen voor het huiselijke bestaan. ,,Ik heb een studie theaterwetenschap gedaan en kreeg uiteindelijk een baan bij de Bijenkorf'', vertelt Hunnik. ,,De carrière van mijn vrouw ging heel goed. Zij is ambitieus en haar werk is haar hobby. Toen we besloten dat we kinderen wilden, ben ik bewust minder gaan werken.'' Hunnik, die twee kinderen van 4 en 8 jaar heeft, werkt nu 2 dagen per week. Maarse was tot voor kort fulltime huisman, maar sinds zijn jongste kind naar school gaat is hij weer twee dagen gaan werken als banketbakker, zijn oude beroep. ,,Ik heb vanaf mijn zeventiende in de banketbakkerij gestaan. Op een gegeven moment had ik het wel gezien. Toen mijn vrouw was bevallen van ons eerste kind, hebben we besproken hoe we het zouden gaan doen. Zij wilde wel weer aan het werk. Toen heb ik gezegd dat ik het helemaal niet erg zou vinden om het huishouden en de opvang van de kinderen op me te nemen – vooral voor de kinderen blijf ik thuis, niet om te dweilen en te stofzuigen. We hebben heel zakelijk afgesproken dat we het een jaar zouden proberen en het daarna zouden evalueren. Dat hebben we inderdaad gedaan en we waren in vijf minuten klaar: het beviel ons beiden heel goed.''

Maarse en Hunnik krijgen nog regelmatig opmerkingen over hun huismanschap. Maar ze merken wel dat het onderwerp uit de taboesfeer komt. Dat is misschien de verdienste van de campagne `Mannen in de hoofdrol' van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het doel van dit project – dat 15 november afloopt – is om de huidige rol- en taakverdeling tussen mannen en vrouwen bespreekbaar te maken. `Mannen in de hoofdrol' en de bijbehorende multimediacampagne `Wiedoetwat.nl' werden mede gefinancierd met Europees geld uit het ESF-Equalfonds. Want het huismanschap kan zelfs op Europees niveau op aandacht rekenen. Eind september was er in Rotterdam een grote Europese conferentie `Working fathers, caring men' over de verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen. Dat onderwerp staat hoog op de Europese sociale agenda. Bij de opening van de conferentie noemde minister van Sociale Zaken Aart Jan de Geus een aantal redenen die het noodzakelijk maken dat vrouwen meer gaan werken en mannen meer gaan zorgen. Economische noodzaak was volgens hem de belangrijkste: om mee te kunnen doen met de rest van de wereld is het nodig zoveel mogelijk mensen die kunnen werken ook te laten werken. Maar het gaat ook om emancipatie en rechtvaardigheid. Als vrouwen meer werken is het rechtvaardig dat de overige taken evenredig worden verdeeld. De Europese Unie moedigt mannen daarom aan een groter deel van de huishoudelijke taken op zich te nemen.

Het Verwey-Jonker Instituut deed in opdracht van het Europese ESF-Equal programma onderzoek naar de taakverdeling tussen mannen en vrouwen. Het rapport Working Fathers, Caring Men werd op de gelijknamige conferentie in september gepresenteerd. Bij het onderzoek werd van een aantal huishoudelijke taken bekeken in hoeverre het nog typisch vrouwelijke taken zijn. Het doen van de boodschappen en koken is inmiddels een sekseneutrale activiteit geworden, de was behoort nog vrijwel helemaal tot het vrouwendomein en het bezoek aan het consultatiebureau neemt een middenpositie in. ,,Taken zijn veranderlijk, dat is gebleken'', zegt Monique Stavenuiter, medeauteur van het rapport. ,,De zichtbaarheid van een taak speelt daarbij een rol, bijvoorbeeld bij het boodschappen doen en het bezoek aan het consultatiebureau. Maar de was is totaal niet zichtbaar. Vrouwen willen die taak vaak ook niet uit handen geven. Blijkbaar kan er dramatisch veel misgaan bij deze huishoudelijke activiteit.''

Om te komen tot een gelijkere verdeling van taken zijn veranderingen op drie niveaus nodig, volgens Stavenuiter. Op microniveau gaat het om een mentaliteitsverandering. Bij huishoudens waarin de taken wel eerlijk verdeeld zijn, blijkt dat de dingen gewoon gedaan worden op het moment dat de vader verantwoordelijk is. Bijvoorbeeld bij gezinnen, waar de vader in ploegendienst werkt en overdag veel thuis is. ,,Dan blijkt dat de oude argumenten om niet te veranderen – `mijn vrouw kan het beter' – niet meer gehanteerd worden.'' Op mesoniveau zouden `professionals' als consultatiebureau-artsen, onderwijzers en werkgevers hun houding kritisch tegen het licht moeten houden. In Zweden krijgen vaders zowel voor als na de bevalling een cursus om ze al voor de geboorte bij de zorg voor hun kinderen te betrekken. In de grote steden in Spanje zijn er vaderschapsgroepen, waarin mannen zich buigen over een verandering van de traditionele rolverdeling.''

Op macroniveau is het de overheid die maatregelen moet treffen om een gelijke verdeling van taken mogelijk te maken: mogelijkheden voor kinderopvang, ouderschapsverlof en deeltijdarbeid. Volgens Stavenuiter wordt de verdeling van arbeid en zorg hét thema in de sociale zekerheid van de komende periode. ,,Zoals mensen het lang geleden zelf maar moesten oplossen als ze ziek werden, zo hebben we nu het onderwerp zorg: als je voor iemand moet zorgen, moet je dat in je eigen tijd oplossen en zelf betalen. Als we inderdaad vinden dat we allemaal moeten werken, dan zal voor de zorg iets bedacht moeten worden. Dat debat is nog lang niet ten einde.''

Bij gebrek aan goede regelingen zullen mensen vaak kiezen voor traditionele oplossingen, hetgeen betekent dat de vrouw stopt met werken. Opvallend is volgens Stavenuiter dat landen als Italië, Spanje en Portugal grote stappen nemen op dit gebied, maar dat Nederland achterblijft. ,,In een aantal opzichten worden we zelfs ingehaald door het Verenigd Koninkrijk, dat op dit terrein jarenlang heel laag stond op de ranglijst. Nederland begint een beetje onderaan te bungelen in Europa.''

Rudolf Hunnik en Roel van der Wekken, `Huismannen, parttime vaders en carrière-papa's' (MOM/Unieboek, 2004) isbn 9026928734

Jan Willem Duyvendak en Monique Stavenuiter (eds), `Working Fathers, Caring Men. Reconciliation of Working Life and Family Life' (Ministerie SZW/Verwey Jonker Instituut, 2004) isbn 9058301583