Ramadan

Met een krat bier op mijn bagagedrager fiets ik door de Javastraat in Amsterdam als ik moet remmen voor een mannetje op een fiets dat midden op de weg stilstaat. Met zijn kont op het zadel en voeten op de trappers is hij als een baanwielrenner bezig met een sur place. Het wonder is van korte duur; de man gaat zijwaarts tegen de vlakte.

Met mijn linkertenen sta ik aan de grond genageld. Mijn rechterbeen zweeft en angstvallig houd ik mijn kratje in evenwicht. Het slachtoffer komt uit zichzelf overeind en vervolgt zijn weg.

De zweem van surrealisme rondom mij lost op als ik twee typisch Amsterdamse vrouwen tegen elkaar hoor zeggen: ,,Je ken wel sien dat 't ramadan is. Se falle bij bossies fan hun fiets.''