Park Chan-wook begint waar Kafka ophoudt

De Amerikaanse remake is al in de maak, een bewijs dat de Aziatische genrecinema nog steeds `hot' is in Hollywood, en al helemaal als het de Zuid-Koreaanse lievelingsfilm betreft van Quentin Tarantino, die hij eerder dit jaar als juryvoorzitter op het filmfestival van Cannes met de Grote Juryprijs bekroonde. Voor de vele Tarantinoanen zal Oldboy, de vijfde speelfilm van Park Chan-wook (1963), daarom al ongezien een meesterwerk zijn, en in ieder geval gespreksstof te over bieden om Tarantino's eigen Kill Bill-films aan te toetsen.

Voor liefhebbers van de vele en diverse films uit het Verre Oosten die zich met de duisterste kanten van de menselijke drijfveren bezighouden, had Park na Sympathy for Mr. Vengeance uit 2002 al een naam te verliezen als impulsief, gewelddadig en beeldvast regisseur. Iemand die, zoals in Oldboy, martelingen kan verzinnen als `de fameuze tandentortuur' en ze met sadistische precisie in filmbeelden kan vertalen.

Wraak is Parks hoofdthema. Of zoals een van de personages in Oldboy zegt: ,,Wraak is goed voor je gezondheid, maar wat gebeurt er nadat je jezelf gewroken hebt?''

Wraak kan wachten, jaren woekeren.

Wraak slaapt in Oldboy, vijftien jaar in een hotelkamercel, waar dronkaard Oh Dae-su de dag na zijn dochters eerste verjaardag ontwaakt. Een zuiplap met engelenvleugeltjes in een plastic tas, die elke avond in slaap wordt gesust door valiumgas dat door een buis zijn kamer in suist. Vijftien jaar lang ziet hij op de televisie de tijd voorbij gaan. Alleen al Parks compilatie van de moderne (Koreaanse) geschiedenis is een tweede bezoek aan de film waard. Het beeldscherm is zijn enige klok en kalender. De dagen tatoeëert hij op zijn handen.

En even plotseling als hij daar verzeild is geraakt, bevindt Oh Dae-su zich weer op straat. Een verhaal van Kafka zou hier eindigen. Een film van Park Chan-wook begint dan pas.

Dae-su heeft maar een voornemen: erachter komen wie hem dit heeft aangedaan en dan lang en ongenadig wraak nemen. Wie wreekt of gewroken moet worden en waar wraak toe leidt, dat zijn de vragen die Oldboy opwerpt. Dae-su ontdekt dat zijn wraaktocht deel uitmaakt van een groter `masterplan' waarin er juist op hém wraak moet worden genomen. Beul en slachtoffer jagen op elkaar, op een manier die de wraakexercities in Kill Bill doet verbleken tot plagerijtjes op het schoolplein. Allereerst zijn daar natuurlijk Parks extreme geweldserupties, niet alleen letterlijk, maar ook door de manier waarop hij het beeld versnelt, vertraagd, in stukken knipt. Hoe dichter we echter met de twee dolle tijgers ons doel naderen, hoe stiller de film wordt. Gemeen is dat, het doet de paranoia en claustrofobie van Dae-su's gevangenschap terugkeren terwijl hij door de wereld dwaalt.

Net zoals veel van zijn geestverwanten - te denken valt bijvoorbeeld aan Japanner Miike Takashi - heeft Park een haast nonchalante manier gevonden om zijn gruwelen in te bedden in een filosofisch concept waarin de fysieke mens er als zak vol botten en ingewanden bekaaid af komt. Ook andere levende wezens trouwens, getuige een waarachtig gore scène waarin een levende octopus opgeslobberd wordt. Het lichaam is duidelijk maar bijzaak, in een groter geheel: ,,Ook al ben ik niet beter dan een mens, heb ik niet het recht om te leven?'' is een van die banaal-raadselachtige uitspraken die de film daarover doet.

Misschien ligt de uiteindelijke vergelding wel buiten dit bestaan, en is het de tragiek van de hoofdpersonen dat zij daar te laat achterkomen. ,,Wat gebeurt er nadat je jezelf gewroken hebt? Ik durf erom te wedden dat de pijn terugkomt.'' Daarbij verbleken die vijftien jaar in de gevangenis tot een schijntje en het aardse leven tot een vingerknip.

Oldboy. Regie: Park Chan-wook. Met: Choi Min-sik, Yu Ji-tae, Kang Hye-jeong, Jo Dae-han, Oh Dal-su. In: 7 bioscopen.