Olie op de golven

De moord op Van Gogh als uitdrukking van extremisme heeft een verontrustende kettingreactie op gang gebracht. Brandstichting in moskeeën, kerken en scholen, doodsbedreigingen en invallen wegens terreur. Politiek Den Haag biedt de aanblik van verdeeldheid en verlamming. Het wordt geconfronteerd met een dubbele crisis: in de samenleving en in het landsbestuur. Dat is de stand van de natie in november 2004. Nederland is even zichzelf niet meer. Het lijkt in een week tijd op drift geraakt. De maatschappelijke samenhang is onder druk komen te staan. Met de Nederlandse verdraagzaamheid, sinds Erasmus bezongen, is het dezer dagen slecht gesteld. Bevolkingsgroepen staan lijnrecht tegenover elkaar. Niet iedereen en overal – het leven gaat op de meeste plekken gewoon door – maar wel zò gepolariseerd dat moeilijk te vatten is waar al dit venijn vandaan komt. De grote vraag is ook: hoe krijgen we geest weer in de fles?

Allereerst door de eigen regels na te leven. Ontwrichting begint wanneer wetten en regels worden genegeerd of ingeruild voor eigenrichting; wanneer niet meer de moraal telt maar het botte eigen gelijk. Niet de overheid, maar de burger, het individu, is verantwoordelijk voor diens gedrag of wangedrag. Als sprake is van wangedrag dient de overheid op te treden – en als het moet met harde hand. Als een columnist en filmmaker om zijn mening wordt omgebracht, als godshuizen en scholen in brand worden gestoken wegens de daar gepraktiseerde geloofsovertuiging, moet de staat niet alleen aan prompte opsporing en vervolging werken, maar ook bescherming en beveiliging bieden. In tijden van nood leert men wat het begrip rechtsstaat werkelijk inhoudt. In die zin zijn de gebeurtenissen van de afgelopen week een harde les.

Wat dat laatste betreft sloeg minister Verdonk (Integratie en Vreemdelingenzaken, VVD) een verkeerde toon aan door te zeggen dat moskeeën geen aparte bewaking krijgen omdat de Nederlandse overheid niet alles en iedereen kan beschermen. Letterlijk genomen is dat juist, maar de moord op Van Gogh leert dat er een verschil is tussen `iedereen' en de veel kleinere groep om wie het ècht gaat. Natuurlijk kan en moet de overheid hun bescherming bieden. Het gebeurt ook wel, maar nog te weinig en zeker niet pro-actief genoeg. Hetzelfde geldt voor moskeeën, kerken en scholen. Indien dat nodig is, dienen deze bewaakt te worden. Als het nu niet kan, hoeft het nooit.

De politiek zal dezer dagen alle zeilen moeten bijzetten om de geschokte burger het vertrouwen in de rechtsstaat te laten hervinden. Onvoorzichtige of overhaaste uitlatingen van politici en partijpolitiek gekissebis zijn nu wel het laatste waar Nederland op zit te wachten. Een politicus van het kaliber-Zalm moet geen onbezonnen taal bezigen, maar moet kalm blijven en duidelijk maken waar de grenzen liggen. De roep om het hoofd van minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) is prematuur. Laat eerst maar eens duidelijk worden waarvoor hij precies zou moeten aftreden, los van extra onrust die dit met zich meebrengt.

Burgers kunnen zelf helpen deze onzinnige spiraal van actie en reactie, een beschaafd land onwaardig, teniet te doen. Daarnaast zullen de justitiële autoriteiten met precisie en accuratesse moeten werken aan de wandaden die nu zijn en worden gepleegd. Dan is het woord aan de politiek, die immers in een democratie het primaat heeft. De politiek zal olie op de golven en niet op het vuur moeten gooien. Ze zal heel duidelijk stelling moeten nemen tegen wat niet kan en moet bescherming aan de bedreigden bieden. De ogen zijn gericht op premier Balkenende, de eerste onder zijn gelijken.