`Noem mij de Zwarte Dood'

Voordat omwonenden in de Haagse Antheunisstraat werden geëvacueerd, zagen ze hoe de politie probeerde een woning binnen te vallen. Urenlang schreeuwden politie en verdachten naar elkaar.

Op een hoekhuis in het Haagse Laakkwartier, achter station Hollands Spoor, hangt een man in gevechtskledij – bivakmuts, helm, zwarte kleding – over de dakgoot. Op straat kijkt een groep collega's van de antiterreureenheid van het Korps Mariniers voorzichtig om diezelfde hoek. In deze straat, de Antheunisstraat, ligt de woning waar vannacht om kwart voor drie een bestorming begon, die aan het begin van de middag nog steeds voortduurde. Bij deze inval raakten drie agenten van het arrestatieteam gewond.

Wat er precies is gebeurd, wilde politie, gemeente Den Haag noch het landelijk parket op een persconferentie vanochtend melden. In de wijk willen acht bewoners wel vertellen wat ze hebben meegemaakt.

Rond half drie vannacht verzamelden zes agenten zich in de straat, zo vertellen de bewoners. De agenten groepeerden zich achter auto's, klaar om het pand – waarvan meerdere bewoners zeggen dat het om nummer 88 gaat – te bestormen. Op dat moment stonden naar eigen zeggen zeker drie van de buren van dat huis voor het raam toe te kijken. Zoals de heer Mathijsen. Hij woont tegenover het huis in de Antheunisstraat. Op het moment dat de politie met drie man binnenvalt, hoort hij een harde ,,klap''. De politie zal later zeggen dat het om een handgranaat ging, die naar de agenten gegooid is. Meerdere bewoners zijn ervan overtuigd dat de deur voorzien was van een boobytrap, een soort mijn die na aanraking met een touwtje ontploft. De drie raken hierbij gewond, worden afgevoerd naar het ziekenhuis en een verdere bestorming blijft uit. Er wordt wel geschoten – onduidelijk is wie dat doet. Iets daarna sleept de politie een man, in ondergoed, aan zijn haren uit het portiek de straat over. Hij wordt afgevoerd. De politie zal later zeggen dat één persoon is opgepakt.

In de uren daarna schreeuwen politie en een van de mannen in het huis elkaar herhaaldelijk toe. Meerdere buurtbewoners horen onafhankelijk van elkaar dezelfde kreten, zoals ,,je zit hier niet in Spanje of Israël, hier praten we met elkaar''. Maar er wordt ook gescholden. De politie roept ,,Kutmarokkaan, jij bent vast ook zo'n fietsendiefje. Je stelt niks voor'', vertelt een buurvrouw. De man binnen zou daarop gereageerd hebben door te zeggen: ,,Schiet mij maar dood.'' Op de vraag van de politie hoe de man heet, antwoordt hij: ,,Noem mij maar de Zwarte Dood''. De man gebruikt in de uren dat de bewoners nog toekijken een spiegel om zichzelf niet bloot te geven.

In de vroege ochtend heeft de politie twaalf straten rond het huis afgesloten met behulp van politieagenten uit de hele regio. Ook de mobiele eenheid helpt bij de afsluitingen. Alle agenten dragen kogelwerende vesten. Niemand mag de wijk meer in, bewoners die de wijk willen verlaten worden eerst ondervraagd. In het afgezette gebied, controleert het groeiende aantal agenten steeds strenger. Naarmate de ochtend vordert, rijdt een tiental ME-busjes de wijk in. Rond tienen staat op elk kruispunt een busje met ME'ers. Ze bevelen iedereen die zich op straat begeeft om naar hun huis terug te keren of de wijk te verlaten. Ze waarschuwen dat de actie ,,nog tot diep in de nacht'' kan gaan duren.

Buurtbewoners zeggen dat het pand eigendom is van een huisjesmelker. De portiekwoning op de eerste verdieping ziet er slecht onderhouden uit en wie er woonden, was niet bekend. Het zou gaan om mannen met een Noord-Afrikaans uiterlijk.

De omwonenden werden opgevangen in het nabijgelegen gebouw van de Haagse Hogeschool. Voor de deur staat een ambulance, in de hal wordt het de rondlopende studenten duidelijk dat ze vandaag wat minder welkom zijn in hun eigen scholencomplex: ,,De HEBO-kantine is deze ochtend alleen toegankelijk voor opvang Laakkwartier''.

Hoewel de politie de bewoners van buitenstaanders afschermt, willen enkelen toch praten. Van de politie hebben ze niets gehoord. Ook de medewerkers van de Haagse sociale dienst aanwezig zijn, willen de bewoners niets vertellen. Op de eerste verdieping, waar de kantine gevestigd is, grappen twee docenten op de gang: ,,Ik durf met jou niet weg hier. Jij ziet er veel te allochtonisch uit.''