`De komiek is op zijn best voor gewoon publiek'

In Londen zijn theaterproducenten van plan geen pers meer uit te nodigen op hun premières. Ook in Nederland bestaat onvrede over de ,,oneigenlijke druk'' op zulke avonden.

André van Duin gaat over twee weken in première met zijn Jubileumshow, maar de recensenten zijn die avond in theater Carré in Amsterdam niet welkom. Kortgeleden hebben ze allemaal een brief ontvangen waarin producent Joop van den Ende uitlegt waarom hij hen niet uitnodigt: ,,André van Duin is als volkskomiek op zijn best als hij voor een `gewoon publiek' speelt. Bij premières met een zaal met louter genodigden kon hij in het verleden vaak een geforceerde indruk maken. Ik wil dit voor hem vermijden en ervoor zorgen dat het jubileumjaar voor André goed van start gaat.'' De pers kan natuurlijk wel op een andere avond komen kijken – na de première.

Van den Ende is met die beslissing de Londense theaterproducenten te vlug af. Maandag werd bekend dat zij gaan experimenteren met premières zonder pers. De huidige premières zijn allesbeslissende avonden geworden, vinden ze, waarop de recensenten voornamelijk worden omringd door relaties van het gezelschap. Dat de publieksreacties daardoor niet meer representatief zijn, merkte ook Maria Goos wier toneelstuk Cloaca in The Old Vic dit najaar in première ging voor ,,150 bankiers'' namens de bank die het theater sponsort, en ,,150 man pers''. Liever nodigen de Londense producenten de pers voortaan op een andere avond uit, temidden van betalend publiek.

Ook in Nederland staat de traditionele première hier en daar ter discussie. ,,Bij het Noord Nederlands Toneel is de première al sinds twee jaar een non-woord,'' zegt publiciteitsman Rein Bish. ,,We nodigen onze relaties niet langer voor één speciale avond uit, maar laten hen kiezen uit verschillende data. Ook de recensenten zijn vrij om te kiezen. Weliswaar leert de praktijk dat de pers meestal toch op de eerste avond na de try-outs komt, maar het wordt wel veel informeler. En voor de acteurs haal je zo de oneigenlijke druk van zo'n eerste avond af.''

Zijn collega Perkyn Spiekerman van het Nationale Toneel ziet voorlopig echter geen aanleiding voor een drastische verandering: ,,De spanning van de eerste avond is er altijd. Je weet dat je vrienden, familie en de pers met argusogen in de zaal zitten te kijken. Dat kun je nooit helemaal voorkomen. Al streven we er wel naar om ook voor de première-avond kaartjes in de vrije verkoop te hebben. Tot dusver hebben we op die avond 50 betalende bezoekers – 10 procent van het totale aantal aanwezigen. Maar eigenlijk vinden we dat te weinig, we hebben net besloten dat het er voortaan méér moeten zijn.''

Bij het impresariaat Hummelinck Stuurman, dat cabaret en toneel produceert, geldt zelfs de regel dat de zaal tijdens een première nooit voor meer dan helft vol mag zitten met genodigden. ,,Dat betekent dat we soms familie en andere medewerkers moeten teleurstellen,'' zegt Arjen Stuurman. ,,Maar de helft is echt de grens. Verder zie ik er geen heil in critici op andere avonden uit te nodigen. Een première zit nu eenmaal vol spanningsverhogende factoren, waarvan de pers er één is. Eén keer slikken met zijn allen, dan ben je ervan af. Dat is beter dan de pijn uit te spreiden.''

Maar woordvoerder Anita Hofman van Het Toneel Speelt, dat met zijn premières tout Amsterdam naar de Stadsschouwburg trekt, lacht alle bezwaren weg. ,,Ons wordt vaak verteld dat we de leukste premières van Nederland hebben,'' zegt ze.