De geldkraan staat iets te ver open

De Poolse bank PKO wordt vandaag geprivatiseerd via een uiterst succesvolle beursgang. De regering doet nu ook andere staatsbedrijven van de hand. Maar zou zich hierbij van haar gierigste kant laten zien.

Bezuinigen bleek te moeilijk, belasting heffen te impopulair. Maar de Poolse regering lijkt nu toch een geldkraan te hebben gevonden: privatiseren. Vandaag gaat PKO, onder het communisme al en nog steeds de grootste bank van Polen, de deur uit voor een recordbedrag van 8 miljard zloty (1,86 miljard euro). Als het aan Warschau ligt, is dit het begin van een trend.

Privatiseringen hebben een slechte naam in Polen. Er hing in het verleden vaak een lucht van corruptie omheen. De politiek verkwanselt ons staatskapitaal, is een veelgehoorde klacht van `meneer Kowalski', de Poolse Jan met de pet. Maar die politiek heeft een remedie gevonden tegen de klaagzang: het staatskapitaal wordt voortaan verkocht. Aan meneer Kowalski zelf.

PKO is het eerste bedrijf in vijf jaar dat via de beurs wordt geprivatiseerd. De beursgang was sterk gericht op particulieren die nog nooit eerder aandelen hebben gekocht. Dankzij de introductie van een vereenvoudigde variant op de beleggingsrekening werd het kopen van aandelen kinderlijk eenvoudig gemaakt. En werd de geldkoorts aangewakkerd. Want de beursgang was een daverend succes. De Polen stonden afgelopen maand massaal in de rij voor de aandelen.

De regering wil dit succes herhalen. Niet één keer, maar wel tien keer. Momenteel wordt de educatieve staatsuitgeverij WSiP verkocht en voor 2005 staan talrijke privatiseringen op de rol: een witgoedproducent, een wodkastoker, een transportbedrijf, twee chemische fabrieken, vier energiebedrijven. De Warsaw Stock Exchange (WSE) zelf staat ook in de etalage. Minister Socha (Schatkist) is groot voorstander van privatiseren via de beurs. Het gaat er transparanter aan toe dan met strategische investeerders en biedt extra mogelijkheden aan lokale pensioenfondsen om geld te verdienen. En het begrotingstekort kan ermee worden ingedamd.

Het voor 2004 geplande tekort zal overigens niet lager uitvallen door de PKO-beursgang: de Poolse regering heeft een berucht gat in haar hand. Het zal er hooguit niet hoger door uitvallen. Het steeds voorspelde tekort van 45 miljard zloty oogt dankzij de PKO-verkoop een stuk realistischer.

De WSE spint garen bij de aangekondigde privatiseringsgolf. Inclusief PKO hebben dit jaar al 24 bedrijven een beursnotering gekregen en eind december staat de teller naar verwachting boven de 30. Het jaar 1999, toen 28 bedrijven een beursnotering kregen, zal worden overtroffen. Warschau telt in 2004, op Euronext en de Londense beurs na, de meeste beursgangen.

De beurs van Warschau kan de belangrijkste speler van Midden-Europa worden, zo concludeerde dagblad Rzeczpospolita onlangs. De totale beurswaarde van de WSE is omgerekend 39 miljard euro, PKO niet meegerekend. De komende maanden komt daar zo'n 10 miljard euro aan beurswaarde bij. Warschau, schreef de krant, kan groter worden dan Wenen, met een waarde van 52 miljard euro de grootste beurs in de regio.

Econoom Edmund Pietrzak, tevens adviseur van de Poolse president, drukte de pret meteen door aan te geven dat Warschau in relatieve termen uitgedrukt nog niet zoveel voorstelt in Europa, ondanks de spectaculaire groei. Zo bedraagt de handelswaarde van de WSE als percentage van het Poolse bruto binnenlands product zo'n 20 procent. Het Europees gemiddelde is 50 procent. ,,Nog afgezien daarvan'', vervolgde Pietrzak, ,,wordt de beurs van Moskou altijd genegeerd als we het hebben over Centraal- en Oost-Europese markten. Die van Moskou is natuurlijk de grootste.''

Pietrzak is bang dat het succes van de WSE bij Poolse politici voeding zal geven aan ,,het bombastische idee om Warschau in een regionaal financieel centrum te veranderen'', terwijl de beurs veel meer gebaat zou zijn bij een meer bescheiden scenario, namelijk een alliantie met een andere beurs, in navolging van het Euronext-model. In september toonde de beurs van Wenen, die al mede-eigenaar is van die van Boedapest, interesse voor de privatisering van de WSE, eind volgend jaar. En ook het Zweeds-Finse beursbedrijf OMX streeft naar een alliantie met Warschau.

Het huidige succes van de WSE staat in schril contrast met de situatie enkele jaren geleden: in 2001 meldden zich slechts vijf bedrijven bij de beurs, in 2002 vier. Met de beursgang van PKO, de grootste ooit in Polen, heeft de WSE de wind weer in de zeilen. Met PKO krijgt de beurs er in één klap 12 procent van zijn waarde bij. Maar de eerste tegenwind is al waargenomen.

De regering, klagen financieel analisten, heeft zich met PKO van haar gierigste kant laten zien. Oorspronkelijk zou 30 procent van PKO worden verkocht. Maar door de grote belangstelling werd vorige week besloten de tranche te vergroten tot 38 procent. De prijs per aandeel werd gezet op 20,50 zloty, de hoogst mogelijke prijs. Een meevaller voor de staatskas: er is nu 2 miljard zloty méér verdiend dan verwacht. Maar beleggers zullen door die hoge prijs hun aandelen in eerste instantie minder hard zien stijgen. Hun enthousiasme, ook voor volgende privatiseringen, kan flink bekoelen. De geldkraan mag dan eindelijk zijn gevonden, hij staat iets te ver open.