Wat na Falluja

De Amerikaans-Iraakse aanval op Falluja om de stad te ,,zuiveren'' van terroristen is meer van hetzelfde. Tactiek en strategie van de Amerikanen zijn onveranderd, alleen gaat het er nu massaler en heftiger aan toe. De grote vraag is: wat komt er ná Falluja? Is er zicht op een politiek die antwoord geeft op de hoofdvraag: wanneer wordt het vrede in dit gekwelde land? Voorlopig wordt het er alleen maar erger op. De Amerikaanse inzet in Falluja heeft zoals elders in Irak veel weg van het blussen van een veenbrand. Overal raast het vuur, maar nergens krijgt de brandweer er echt vat op. Opstandelingen die in Falluja of Samarra of waar dan ook actief zijn, worden `weggemept'; het is even rustig, maar als de troepen zijn vertrokken begint alles opnieuw. Of men wijkt uit naar elders. Dit is een van de hoofdkenmerken van de guerrilla.

Zo strompelt Irak naar de verkiezingen toe, begin volgend jaar. Van de opbouw van een rechtsstaat is nog weinig terechtgekomen. Dat is niet alleen de Amerikanen te verwijten. De interim-regering is niet doortastend en kan zich nauwelijks beroepen op geloofwaardigheid onder de Iraakse bevolking. Extremisten blijven zich roeren; wapens zijn volop aanwezig en wie maar wil kan een strijdgroep beginnen en zich in zijn schuttersput ingraven. In zo'n groot land als Irak, met zoveel potentiële vrijheidsstrijders of – afhankelijk van het gebezigde jargon – terroristen, is ontwapening moeilijk zoniet onmogelijk. Toch wordt er te weinig werk van gemaakt. De veiligheid in een samenleving staat of valt bij de beschikbaarheid van vuurwapens voor burgers.

Voor de Amerikaanse kiezer was de Irak-politiek van George W. Bush geen reden de president te laten vallen. Hij heeft een tweede termijn gekregen waarin Bush, als we diens minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell mogen geloven, zijn ,,agressieve'' buitenlandse politiek zal voortzetten. ,,Agressief in de zin van: het aangaan van uitdagingen, kwesties'', aldus Powell vandaag in een interview met de Britse zakenkrant Financial Times. Waar mogelijk zal Washington de internationale gemeenschap bij het buitenlands beleid betrekken, maar als het nodig is zullen de VS alleen optreden. De president heeft daarvoor het mandaat van de kiezer, zegt Powell.

Vrij vertaald: Bush kan voorlopig zijn gang gaan in Irak. De kiezer wil het zo – of heeft althans niet voor een wezenlijk andere aanpak gekozen. Powells woorden verrassen nauwelijks. Het lag niet in de lijn van de verwachting dat Bush na zijn herverkiezing ineens van politiek zou veranderen. Maar dat hij de volmacht van de kiezers heeft, betekent nog niet dat Bush' strategie in Irak de juiste is. De Amerikanen zijn medeverantwoordelijk voor de wanorde en de onveiligheid in het land. Door voort te marcheren op een route die de guerrilla eerder aanjaagt dan tegengaat, brengen zij hun bondgenoten in een lastig pakket. Moeten die zich committeren aan de Amerikaanse koers? En hoe lang? Nederland wil in maart 2005 weg uit Irak. Minister Bot van Buitenlandse Zaken sloot onlangs verlenging van de militaire aanwezigheid door ,,onvoorziene omstandigheden'' niet uit. Dat was een voorbarig geluid. Tot nader order geldt dat Nederland zijn termijn uitdient en dan vertrekt. Geen bondgenoot hoeft zich te verplichten tot een uitzichtloze anti-guerrilla.