Voeren

Na een wandeling over de Brooklyn Bridge streken we neer in Pete's Downtown, een Italiaans restaurant aan de kade van de East River, vlakbij Brooklyn Heights, dat prachtige, dure wijkje waar schrijvers als Truman Capote en Thomas Wolfe hebben gewoond.

Het lunchuur was al ver gevorderd, er zaten alleen nog wat zakenlieden en paartjes te eten. De obers hadden weinig te doen en letten daarom op ons als ouders op kinderen die slecht eten.

,,Kijk niet meteen achterom'', zei mijn vrouw, ,,maar die kerel achter jou lijkt wel een figuur uit een maffiafilm.''

Ik keek meteen achterom en moest haar gelijk geven. Zouden Robert de Niro en Al Pacino wel eens beseffen hoezeer zij school hebben gemaakt? De man was ruim in de veertig, maar hij wilde er jonger uitzien met dat lange hemd over zijn spijkerbroek. Zijn donkerharige hoofd had iets uitgesproken onguurs, sommige hoofden hebben dat nu eenmaal, en hij praatte druk op een veel jongere vrouw in. Hij was verliefd op haar, of deed alsof, en zij misschien ook op hem, maar wel iets minder.

Terwijl we dooraten, hoorde ik ergens achter de eetruimte een man gierende huilgeluiden maken – de obers dempten kennelijk hun verveling met wat geintjes.

Het verliefde paartje stond op om de zaak te verlaten. De man bleek een bekende van `Mark', een ober met nogal agressieve trekken, en stelde zijn vriendin aan hem voor: ,,Dit is Paulette.'' Ze praatten even en namen toen afscheid van elkaar.

Terwijl Paulette en haar minnaar buiten naar hun auto liepen, gingen de obers hun tafel opruimen. De obers lachten tegen elkaar. De verliefden bleken voor elkaar boodschappen op het papieren tafelkleed te hebben geschreven die de obers nu probeerden te ontcijferen.

Twee zakenmensen aan een aangrenzend tafeltje zagen het gebeuren. De oudste, een kale man van een jaar of zestig, vroeg lachend: ,,Waren die net getrouwd?''

,,Ik denk het'', zei een ober.

De zakenman grinnikte. ,,Hij voerde haar soms, zag je dat?''

Ober Mark keek de man aan en vroeg: ,,Bent u getrouwd?''

,,Jazeker, al 37 jaar.''

,,En voert ze u nog steeds?''

Het was een impertinente vraag, maar hij wist een kwaadaardige toon te vermijden, al had hij het misschien wel zo bedoeld.

,,Ja'', zei de zakenman, ,,alleen niet op een fysieke manier. Maar ze maakt wel mijn eten nog klaar. En ik hou nog steeds van haar.'' Hij lachte er een beetje dubbelzinnig bij. Verbazingwekkend zoals sommige mensen je zonder te verblikken of te verblozen een blik gunnen op het intiemste deel van hun leven.

Ik liep naar de wc en moest daarvoor door een schemerig vertrek achter de eetruimte. Aan een tafel zaten twee mannen. De ene zat in gewone burgerkleding en huilde onbedaarlijk, met lange uithalen. De ander, een man met een sikje, zat in donkere oberkleding onaangedaan tegenover hem. ,,Mijn vrienden hebben me voor je gewaarschuwd'', zei hij.

Toen we even later buiten stonden, zagen we hoe een jong Chinees bruidspaar zich uitgelaten liet fotograferen bij de East River. Je moet optimistisch blijven, zoiets straalden ze uit.