Speelgoedkooktoestel voor een miniatuurprijsje

Een kind dat net begint weet niet wat groot en klein is. Het moet het nog leren van Sesamstraat. Ik loop met een kind op mijn rug onder een viaduct door waar een trein overheen komt. Het gooit zijn hoofdje in zijn nek en lacht naar het viaduct. Niet onder de indruk van de constructie en de afmetingen, het vindt het viaduct net zo grappig als een varkentje.

Veel later gaat de maat van de dingen mensen wat doen. De betovering bij het zien van een mandje jonge hondjes of een poppenhuisservies. ,,Schattig, beeldig, aggosje wat lief.'' De maat maakt het aandoenlijk. Zelfs een Amerikaanse marinier met een automatisch wapen in de ene hand en een granaat in de andere, is een schatje. Van plastic, schaal 1:72.

In het speelgoed gelden regels voor de maat, niet verplicht voorgeschreven, maar de koper die zich een wereldje bouwt waarover hij de baas is, wil het. Tenminste, als het een volwassene is. Die wil dat alles klopt.

De meest gangbare schaal voor modeltreintjes is 1:87. Geef een volwassene niet achteloos een doos soldaten om zijn treinen te verdedigen. De kans is groot dat ze 1:72 zijn. Dat is geen gezicht. Ze passen beter bij modelvliegtuigen, die zijn ook 1:72.

Poppenhuishoudelijke artikelen en meubilair moeten een twaalfde zijn van de afmetingen van de echte spullen. Maar het zijn uitsluitend volwassen vrouwen – kijk op internet, het zijn felle dames in de miniwoninginrichting – die zich fanatiek aan deze schaal houden. Kinderen hoor je er niet over. Ze hechten niet aan verhoudingen.

Ik timmerde een poppenhuis voor een meisje en liet de inrichting aan haar over. Alles blijkt te kunnen, een moeder heeft een zoon die drie keer zo groot is als zijzelf en een koe zo klein als een schoothondje. Urenlang speelt ze alleen of met vriendinnen met de talrijke bewoners van het poppenhuis en wat hen omringt. Geen kind stoort zich aan een koekenpannetje dat naar verhouding groot genoeg is om een olifant in te braden.

Met een gerust hart kocht ik daarom een kooktoestel. Het was niet dringend nodig in het poppenhuis want een jongetje dat te logeren was maakte al een hele dag soep in een pannetje op een koppelingsstuk voor dikke stalen pijpen. Wat kon hij dik tevreden kijken als je wat lucht slurpte uit zijn kopje en zijn kookkunst prees. Zoals culi's elkaar voor de gek houden in de grote mensenwereld.

Het kooktoestel kwam tevoorschijn op een plek waar men geen poppenhuisattributen verwacht. Een roestvrijstalen pannetje, dun als blik, van 7 centimeter hoog, een bordje van roestvrij staal en een stalen korf waarin een spiritusbrandertje past. Het bordje moet op de korf, het pannetje op het bordje en onderin moet een spiritusvlammetje branden. In het poppenhuis is dat vlammetje minder gewenst, de sprinklerinstallatie is nog niet af. Zonder vlam is het in het huis al goed soep koken maar op de betegelde keukenvloer kan een kind met vuur spelen.

Het is de maat die het kooktoestel tot speelgoed maakt. En het is helemaal geen speelgoed. De prijs alleen al. Poppenhuisspullen in speelgoedwinkels zijn duur.

In een Chinese supermarkt in Amsterdam stond een stapeltje grauwe dozen zonder tekst of plaatje erop. Alleen een feloranje stickertje met de prijs. En die maakte nieuwsgierig. Wat kan er voor 2,95 euro nou helemaal in zo'n doos zitten? Dit complete kooksetje! Bedoeld voor het echte werk. Chinees fonduen. Al kan er ook boerenkoolstamp in warm gehouden worden. Speelgoedboerenkool of echte. Bovendien is het ding geschikt voor proefondervindelijk onderzoek.

Een speelgoedwinkelier zou voor zoiets moois als dit Chinese minikooktoestel het tienvoudige vragen. Maar hij mag het niet verkopen. Het is geen speelgoed en het is gevaarlijk. Maar ik kan een kind 1:3 koken leren.