Schotelend skiën

Skibanen zijn populair. Gemiddeld bezoekt 11 procent van de Nederlanders boven de 12 er wel eens eentje, blijkt uit een onderzoek van het Nederlands Research Instituut voor Recreatie en Toerisme over de periode 2000 tot april 2003. Mogelijkheden genoeg.

Wie niet naar de bergen wil of kan rijden, hoeft al lang geen genoegen meer te nemen met de ouderwetse borstelbaan, waarbij skiërs over ruwe harige kunststof matten glijden. Diverse skibanen bieden de mogelijkheid aan om te skiën over kunstmatige sneeuw. En in het Zuid-Hollandse Den Hoorn staat een zogeheten schotelbaan, die het mogelijk maakt om tot in het oneindige door te skiën.

De eenvoudigste en goedkoopste manier om het effect van sneeuw te simuleren, is met behulp van de borstelbaan. De eerste skibaan in Nederland, Il Primo in het Noord-Hollandse Bergen, valt in deze categorie. Deze baan bestaat al sinds 1964. Het principe van de borstelbaan is simpel. Het enige wat nodig is, is een al dan niet kunstmatige helling, en een speciale borstelachtige ondergrond bestaande uit kunststof matten. Een dergelijke ondergrond is niet alleen voordeliger dan kunstsneeuw, het betekent ook dat er bij de weersomstandigheden passende kleding kan worden gedragen. Kunststof matten smelten immers niet. De borstelbaan heeft wel wat nadelen. Hoewel je erop kunt leren skiën, ben je snel beneden en voelt de speciale mat niet echt aan als sneeuw.

Rollerbanen, ook wel rolbanen genoemd, nemen een van die nadelen weg: de constante gang naar de bovenkant van de helling. Bij een rollerbaan wordt geskied op een schuine mat die, vergelijkbaar met een roltrap, onder de skiërs door wordt getrokken. Omdat skiërs naar beneden glijden, en de mat in tegenovergestelde richting rolt, blijven sporters als een moonwalkende Michael Jackson op (ongeveer) dezelfde plek. De mat bestaat veelal uit nylon kunstgras, die echter wit in plaats van groen is gekleurd. Behalve de rolsnelheid kan ook de hellingshoek worden ingesteld. Wie het trucje nog niet helemaal beheerst, kan zijn vertrouwen stellen in de veiligheidsstang aan de onderkant van de rollerbaan. Daaraan kunnen te snel glijdende skiërs zich vastgrijpen mochten ze het remmen nog onvoldoende beheersen. ,,We beginnen daarom ook met het leren van het remmen'', zegt Chantal van Ruler van Indoorski Discovery in Den Haag.

Een speciale variant van de rollerbaan is de schotelbaan. Ook hier wordt gebruikgemaakt van een `eeuwigdurende' beweging, al vindt deze in dit geval plaats op een kantelende schijf. De komvormige

R-Evelution heeft een doorsnee van 12 meter en staat bij Alpine Sports in Den Hoorn. Volgens bedenker Rob van Schie benadert het skiën op de R-Evelution meer het gevoel van echt skiën: ,,Je voelt hierbij ook de voorwaartse snelheid.'' Gebruikers vallen als het ware naar een lager punt in de kom, dat echter nooit bereikt wordt doordat de kom roteert.

Verreweg het dichtst in de buurt van echt skiën komt het gebruik van kunstsneeuw. Die term kan echter beter niet worden gebruikt bij SnowWorld in Landgraaf. Henk Gravestein, vestigingsdirecteur van SnowWorld in Landgraaf, verslikt zich zo ongeveer in zijn tong bij het horen ervan. ,,Het gaat hier om echte sneeuw'', aldus Gravestein, die vooral bang is voor associaties met chemicaliën. Die worden namelijk niet gebruikt bij SnowWorld. De term `kunstmatig geproduceerde sneeuw' kan er wat Gravestein betreft nog net mee door.

Toch is er weinig natuurlijks aan de sneeuw waarop bij banen als SnowWorld kan worden geskied. De enige overeenkomst is dat zowel natuurlijke als kunstmatig geproduceerde sneeuw uit water bestaat. Chemicaliën hoeven er bij kunstsneeuw inderdaad niet aan te pas te komen. Maar daar houdt iedere vergelijking op.

Natuursneeuw ontstaat op grote hoogte uit waterdamp. Wanneer de atmosfeer afkoelt, condenseert deze waterdamp en worden er kleine druppeltjes gevormd. Als de temperatuur maar laag genoeg is, worden er geen druppels gevormd, maar kleine ijskristallen. Deze groeien vervolgens aan naarmate meer waterdruppels afkoelen en als het ware aan het kristal vastgroeien. Is de sneeuwvlok groot en zwaar genoeg, dan zal deze naar beneden vallen. Niet zelden eindigt de sneeuwvlok als regendruppel: in de hogere luchtlagen is het zelfs in de zomer vaak koud genoeg om sneeuw te vormen. Wanneer ook nabij de grond de temperatuur maar laag genoeg is, valt er sneeuw.

Sneeuwmachines waarvan skipistes en bedrijven als SnowWorld gebruikmaken, pakken de zaken aanzienlijk agressiever aan dan de natuur. Hier wordt niet eindeloos gewacht totdat vocht uit de lucht condenseert en kristalliseert. In plaats daarvan krijgt een sneeuwkanon onder hoge druk koud water van net boven het nulpunt aangevoerd, die vervolgens wordt verneveld en met lucht onder druk de sneeuwbaan over wordt gespoten.

Bij overdekte skibanen zoals die bij SnowWorld wordt de lucht vervolgens tot onder nul gekoeld. Vanaf hier lijkt het proces weer op dat in de natuur: de piepkleine waterdruppels kristalliseren. Het spreekt vanzelf dat een kunstsneeuwbaan als nadeel heeft dat warme kleding noodzakelijk is.

Gravestein mag dan gelijk hebben als hij zegt dat kunstsneeuw geen chemicaliën bevat, sommige sneeuwmakers gebruiken wél speciale bacteriën om de natuur een handje te helpen. Populair is het Amerikaanse product Snomax, bestaande uit een eiwit van de bacterie Pseudomonas syringae. Snomax wordt bestraald zodat de bacteriën meest het loodje leggen. Het eiwit werkt als katalysator, en zorgt ervoor dat er zich sneller en bij minder lage temperaturen sneeuw vormt.

Ondanks al deze kunstgrepen is ook nagemaakte sneeuw eenvoudig van echt te onderscheiden: kunstsneeuw vormt kleinere vlokken. Een sneeuwkristal dat vanaf kilometers hoogte naar beneden dwarrelt, heeft over het algemeen veel meer tijd om samen te klonteren met andere kristallen dan eent die op meters hoogte boven een overdekte skibaan ontstaat. En kleinere vlokken zorgen voor een andere soort sneeuw dan in de natuur voorkomt. De wintersportgebieden hoeven zich dus nog geen zorgen te maken – al wordt ook daar in sneeuwmagere tijden de natuur een handje geholpen.