Schermen met bahco en aansteker

Sportcentrum Olympus, Arnhem-Zuid. In de zaal van schermvereniging Scaramouche staan oefenpoppen en hangen zwartgazen maskers. Trainer Martin Ariaans coördineert de kleine `winkel'; schermbenodigdheden worden in Nederland door verenigingen in eigen beheer verkocht.

Ariaans: ,,Als lid kun je het eerste jaar gratis spullen lenen. Een trainingsvest en broek heb je voor 130 euro. Ze weerstaan een druk van 350 newton. Een wedstrijdvest kost 138 euro, een broek 82 euro. Ze zijn gemaakt van wit stretchkatoen met Kevlar en kunnen 800 newton hebben. Wedstrijdschermers doen maar zo'n half jaar met een pak; er wordt constant op ingestoken en geslagen. Op internationale toernooien draag je bovendien aan de gewapende zijde een half ondervest (63 euro). De broek reikt tot onder de knieën met daaronder witte kousen (8,25 euro). Schermschoenen hebben een verstevigde zijkant; je achterwaartse voet leunt vaak op de binnenzijde (70-95 euro). Squashschoenen zijn half zo duur en hebben ook verstevigde zijkanten. De handschoenen zijn aan de binnenkant gemaakt van zeemleer, de rugzijde van steviger leer (25 euro).''

We staan bij een vitrine met wapens achter glas. Ariaans: ,,Je hebt drie takken binnen de schermsport: degen, floret en sabel. Bij de degen is het hele lichaam trefvlak; bij de sabel alleen bovenlichaam en bij floret alleen de romp. Oefenwapens hebben plastic punten. Een degen heeft een grotere kom en dikkere kling. Omdat je met een sabel ook mag slaan, loopt die kom rond de hand door. Oefenwapens kosten 25 tot 45 euro.''

Bij wedstrijden worden treffers elektronisch geregistreerd; raak je de tegenstander, dan brandt er een lampje. In de kom van wedstrijdwapens zit een stekkertje, verbonden met een draad die door de mouw en via de rug verbonden is met een kabel die via een enrouleur automatisch uit- en oprolt.

Ariaans: ,,Op de punten van wedstrijdfloret en -degen zitten schuifdopjes. Als die worden ingedrukt, gaat een lampje branden. Bij de sabel gebeurt dat als het wapen contact maakt met de plastron, een geleidend vest. Wedstrijdschermers verslijten jaarlijks zo'n tien klingen. Sommige zijn van maraginstaal, een legering die recht afbreekt en niet in de lengterichting splijt, wat erg gevaarlijk kan zijn. De goedkoopste wedstrijdsabel is 54 euro, de duurste degen 130 euro.''

In een kast staan losse klingen ter vervanging en blauwe plastic bakjes vol handgrepen, kommen en stekkers. Op een plank liggen hardplastic bh-cups en borstkurassen, die vrouwen onder hun tenue voorbinden. Uit een vitrine pakt Ariaans zwartgazen maskers met witte keellappen: ,,Deze kan 350 newton hebben – voldoende voor trainingen – en deze 1.600 newton, die kost 115,95 euro.''

In Nederland zijn circa 2.500 schermers actief. De Haagse Ruby de Wilde (46) begon op haar 28ste. Ze traint één avond per week (lidmaatschap 47 euro per kwartaal, les: 15 euro per halfuur) en doet mee aan wedstrijden in Nederland en België. We praten in een kleedkamer, terwijl vanuit de zaal blikachtig wapengekletter klinkt: ,,Op deze vereniging, Des Villiers, kun je alleen met degen schermen. Een degen is stugger dan floret of sabel. Daardoor kunnen treffers harder aankomen.'' Ze toont een rond plekje bij haar sleutelbeen. ,,Na iedere trainingsavond heb ik enkele blauwe plekken.''

Ze opent haar schermtas: ,,Degens vallen onder de wapenwet, je mag er niet zo maar mee over straat lopen. Bij wedstrijden heb ik er vier bij me, want ze worden soms afgekeurd of gaan kapot.'' Ze pakt een degen. De kling loopt iets krom: ,,Dat is beter, anders komt het hard aan; ook bij je eigen pols. Als ze ouder en soepeler worden, moet je ze soms weer recht buigen.''

Het metalen schuifdopje op de punt beweegt middels twee interne veertjes. Vandaar loopt een dun elektriciteitsdraadje door een gleuf in de kling. De Wilde: ,,De meeste schermers vervangen ze zelf als ze kapot gaan. Eerst maak je de kling vetvrij. Je zet de draad vast in de punt, lijmt hem in die gleuf met bisonkit en verbindt die met de stekker in de kom. Vervolgens span je de kling krom, zodat de draad niet breekt als hij later buigt. Je laat hem zo een nacht, bijvoorbeeld klemgezet onder een vensterbank, drogen.'' Ze pakt een hol controlegewicht, dat ze over de punt schuift en test met een apparaatje: ,,Als het schuifdopje goed is afgesteld, brandt het groene lampje; als het rode lampje brandt, is er sluiting. Thuis heb ik een koffertje met een 6 mm-bahco om het schuifdopje vast te draaien, een aansteker om plastic rond elektriciteitsdraadjes weg te branden, tangen, schroevendraaiers, nieuwe punten en veertjes, een toolset, en een inbussleutel om de greep vast te zetten. Het is thuis te klein voor een bankschroef, dat is wel een gemis.''