Rechter laakt Bush over Guantánamo

Een Amerikaanse rechtbank heeft bepaald dat een Jemenitische gevangene op de Amerikaanse basis Guantánamo Bay in Cuba recht heeft op een proces waarin wordt vastgesteld of hij onder het oorlogsrecht van de Geneefse Conventies valt. Deze uitspraak wordt gezien als een belangrijke tegenslag voor de Amerikaanse regering.

De vermeende Al-Qaeda en Talibaan-strijders die gevangen werden genomen na de invasie in Afghanistan zijn in de ogen van de Amerikaanse regering ,,vijandelijke strijders''. Daarmee zouden de ,,ongeveer 549'' gevangenen in Guantánamo buiten het oorlogsrecht vallen.

De Jemeniet Salim Ahmed Hamdan (34), die volgens de VS de lijfwacht en chauffeur van Osama bin Laden was, is een van de vier gevangenen die tot op heden zijn aangeklaagd door de Amerikanen. Op 7 december had hij moeten verschijnen voor een militaire commissie, een soort tribunaal. Door de uitspraak van rechter James Robertson van een arrondissementsrechtbank in Washington wordt dit proces stopgezet. Of de processen van de drie andere aangeklaagden nog doorgaan, is onzeker.

De rechter bepaalde gisteren dat een ,,competent'' hof eerst had moeten oordelen of Hamdan een krijgsgevangene is die recht heeft op een behandeling zoals vastgelegd in de Geneefse Conventies. Volgens Robertson negeert de Amerikaanse regering een ,,belangrijk element'' van de Geneefse Conventies.

In de uitspraak van 45 pagina's stelt Robertson dat alleen een krijgsraad kan oordelen dat Hamdan geen krijgsgevangene is.

Juristen van de regering-Bush hebben altijd betoogd dat dit artikel ,,onnodig'' is, omdat de president reeds heeft geoordeeld dat de verdachten ,,illegale strijders'' en geen krijgsgevangenen zijn. Robertson was het hier niet mee eens: ,,De president is geen jury'', schreef hij.

Bovendien oordeelde hij dat Hamdan nog niet door de commissie had mogen worden aangeklaagd wegens ,,samenzwering tot het plegen van oorlogsmisdaden, waaronder aanvallen op burgers, moord en terrorisme'', voordat een zogenoemd ,,herzieningspanel'' zijn status had kunnen beoordelen. Sinds het Amerikaanse Hooggerechtshof in juli heeft bepaald dat de gevangenen hun zaak mogen voorleggen aan een Amerikaanse rechter, heeft de Amerikaanse regering deze herzieningspanels opgericht. De panels, niet te verwarren met de commissies, bepalen of een gevangene terecht de status van vijandelijk strijder heeft.

Het Amerikaanse ministerie van Justitie zei gisteren in een reactie ,,het sterk oneens te zijn met de uitspraak, te zoeken naar een noodschorsing van de bepaling en direct in beroep te gaan''. ,,Door de legale status van de Geneefse Conventies aan de Al-Qaeada-strijders te verlenen, heeft de rechter terrorisme op gelijke voet gesteld met wettige methodes van oorlogsvoering'', aldus een woordvoerder van het ministerie in Washington.