Raat kan het plakken niet laten

Thomas Raat (1979) won vorige maand voor de tweede keer de Koninklijke Prijs voor Schilderkunst zonder een kwast aan te raken. Raat schildert namelijk niet, hij plakt. Met stukken plakplastic, stickers en tape bouwt hij zijn voorstellingen. Die tonen vaak desolate beelden: verlaten schuren, mannen in antistralingspakken, een breedbetraliede kooi, verlaten bedden, konijnen opeengepakt in hokken.

Naar eigen zeggen ontleent Raat die afbeeldingen aan foto's en filmstills, om daar vervolgens door zijn materiaalgebruik weer afstand van te nemen – en hoe. De manier waarop Raat het plastic gebruikt grenst aan het wellustige: het zit in dikke lagen op het papier, is joyeus gescheurd en dat in tientallen lonkende en vrolijke kleuren. Op het moment dat je het zo beschrijft begrijp je ook meteen waar Raats plotselinge populariteit vandaan komt: zijn werk is modieus, het ziet er fijn uit en gaat ook nog eens ergens over, zo lijkt het.

Maar beschrijven is iets anders dan in het echt zien. Het merkwaardige aan Raats werk is dat het in theorie interessant klinkt, maar dat Raat die drie elementen in werkelijkheid niet in balans weet te brengen. Dat is op zich niet erg op zijn leeftijd, maar wat wel zorgen baart is dat Raat buitensporig verliefd lijkt op zijn eigen techniek – hij kan het plakken niet laten. Dat keert zich op verschillende manieren tegen hem. Allereerst leidt de overdaad aan kleuren en frummels en frutsels sterk af van de inhoud, maar erger is het dat het zijn werk iets protserigs geeft, iets van kijk-eens-mama-wat-ik-kan. Daarmee stuurt Raat zijn toeschouwers een kant op die hij vermoedelijk zelf niet wil: hij dwingt vooral bewondering af met zijn techniek, zijn ambachtelijkheid. Met de buitenkant, kortom.

Dat is extra tragisch omdat Raats werk in veel opzichten doet denken aan dat van Michael Raedecker. Ook Raat hanteert ongebruikelijke technieken en toont vooral verlaten ruimtes waarin hij door zijn vorm spanning probeert aan te brengen. Maar juist die parallel met Raedecker toont ook Raats grootste probleem: hij kan niet kiezen. Waar Raedeckers beelden vol spanning zitten omdat hij zijn doeken leeg laat, en zo de suggestie aan de macht brengt, vult Raat alles zo ver in dat er voor de toeschouwer nauwelijks plaats meer is.

Het is dan ook veelzeggend dat het enige werk op de twee tentoonstellingen dat me werkelijk raakte Haas (2004) was, een tekening van een groep hazen, opeengepropt in hun hokken. Raat laat hier veel weg, de krijtlijnen domineren het beeld, en de plastick-kleuren blijven bijna volledig beperkt tot zwart en rood. Ook durft hij hier de illusie te doorbreken met rare, zwevende rode bollen die mooi echoën in de hazenogen. Aan zo'n uitstekende tekening is goed te zien dat Thomas Raat inderdaad een talent is, maar ook een talent dat er door iemand voor zou moeten worden behoed zijn ene vondst tot in het oneindige uit te melken.

Tentoonstellingen: Thomas Raat, Pretty - Pretty. T/m 28 nov. in Buro Leeuwarden, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Di t/m zo 11-17u en in Galerie De Expeditie, Leliegracht 47, Amsterdam. T/m 20 nov. Wo t/m vr 11-18u, za 14-18u.