Probeer het eens bij het kerkhof, zegt de boer

De legendarische dienstverlening van de Franse overheid wordt op het platteland ernstig bedreigd. Voor honderden burgemeesters en andere bestuurders aanleiding om hun ontslag aan te bieden.

`Demissionaire gemeente' staat er te lezen op een bordje aan de gevel van het stadhuisje van Magnat-l'Etrange, een dorpje in de Creuse, midden-Frankrijk. Het bordje hangt er sinds 23 oktober, toen 260 burgemeesters, wethouders en deputeerden van de streek hun ontslag indienden.

Het is een primeur in de geschiedenis van de republikeinse democratie, maar de aanleiding is dat niet minder. Sluipenderwijs is de legendarische service public – de dienstverlening, symbool van de verhouding tussen burger en staat – de afgelopen jaren ingekrompen, ontmanteld, opgedoekt. Met de voorgenomen sluiting, eind dit jaar, van vijf belastingkantoren in de regio is de maat vol. De élus, de volksvertegenwoordigers, zijn het zat.

Ingebed tussen Limoges en Clermont-Ferrand is de Creuse hét voorbeeld van een verdwijnend Frankrijk. Het is la France profonde, het landelijke Frankrijk, van Jacques Tati's filmheld Monsieur Hulot en van burgemeesters met modderlaarzen. Dit kalme boerenland, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, heeft geen bestaansrecht meer. Onder druk van `Europa' en mondialisering hebben privatiserende nutsbedrijven geen boodschap meer aan dit dunbevolkte departement, met de gemiddeld oudste bevolking van Frankrijk, wat, van Europa zelfs.

Het is een vicieuze cirkel. Wil het wegtrekken van de steeds schaarsere jeugd worden tegengegaan, dan moet telefoonbedrijf Francetelecom infrastructuur voor ADSL-internetverkeer aanbrengen. Dat loont niet. Hetzelfde geldt voor de zendmasten voor mobiele telefonie: een onmogelijke investering zonder hulp van de staat. ,,Probeert u het eens bij het kerkhof'', zegt een oude boer die op zijn erf messen zit te slijpen. Iedereen zegt dat, in de hele streek, gezien de veelal hogere ligging van de begraafplaatsen.

Burgemeester Lucien Mestat van Magnat-l'Etrange, een buurtschap van tachtig inwoners, praat op overwegend moedeloze toon, die alleen wijkt voor het met misprijzen uitgesproken woord `rendabel'. Niet alleen de regionale belastingkantoren verdwijnen. Het postkantoortje naast zijn stadhuis, dat alleen nog in de ochtenduren open is, staat ook op de nominatie gesloten te worden.

,,De staat trekt zich terug, het contract van de Republiek met haar burgers wordt niet langer nagekomen. Nu willen ze dat ik mijn budget ga beheren per computer, met aan de andere kant van de lijn een naamloze ambtenaar die ik niet ken en die geen idee heeft van wat hier speelt. Ik verdom het. Ze zoeken het maar uit.''

Magnat-l'Etrange is de kern van een twintigtal dorpjes tellende commune, die in haar geheel onder Mestat valt. In totaal gaat het – Mestat is er niet geheel zeker van – om 212 of 213 inwoners. ,,Ik heb 20 kilometer weg te onderhouden: tien inwoners per kilometer. Dat kan natuurlijk helemaal niet, als de staat niet bijspringt. En nu, met de toetreding van de tien nieuwe lidstaten, trekt Europa zich ook al terug. Er zijn ineens nooddruftiger gebieden dan de Creuse.''

Tekenend voor de neerwaartse spiraal waarin de streek zich bevindt, is de middenstand in Magnat: één kruidenier, één café-annex-tabakswinkel en één restaurant, waarvan de uitbater zojuist het bijltje erbij heeft neergegooid. Het etablissement is eigendom van de gemeente. ,,We gaan proberen een nieuwe uitbater te interesseren'', zegt Mestat. Maar in haar kruidenierszaakje met veel ingeblikte bonen op de planken zucht de 72-jarige Denise Sentione maar eens diep. ,,Ik ga door zolang mijn gezondheid het toelaat, maar van een steeds kleiner en ouder wordende klantenkring die af en toe eens een brood komt halen kan een gezin natuurlijk niet bestaan. Ik haal het einde van de maand met zuinig leven, maar ik ben wel de laatste in mijn soort.''

Zelfde verhaal bij caféhoudster Paulette Mazière, 80 jaar, die `sinds lang' is opgehouden met maaltijden of zelfs maar broodjes te serveren en zich beperkt tot koffie, alcohol en tabak. ,,Ik doe het voor de aanloop, het praatje. Maar op een gegeven moment zal ik wel gedwongen zijn bij mijn dochter in Parijs te gaan wonen. Toen mijn kinderen hier naar school gingen, waren er nog drie, vier klassen, met hondervijftig leerlingen. Nu is het er nog één, met één onderwijzer, voor alle niveau's, en voor twaalf kinderen.'' Nee, zegt de burgemeester later: ,,Véértien kinderen.''

Over het massale ontslag van de bestuurderen moet de prefect van het departement binnen een maand, voor 23 november, een beslissing nemen. Mestat: ,,Weigert hij, dan weet ik niet hoe het verder moet. Aanvaardt hij het, dan komen er nieuwe verkiezingen.'' Hij zal zich niet kandidaat stellen – hoewel de kiezers ook een niet-kandidaat als hun burgemeester kunnen aanwijzen. ,,Ik moet nog zien, dat-ie het niet weer gaat doen!'', zegt een voorbijlopende boer, die zich in het gesprek mengt. ,,Vast wel!'' Mestat grijnst.

Het is precies wat burgemeester François Chatoux van het westwaarts gelegen Faux-la-Montagne irriteert. De zichzelf `marxist' noemende Chatoux, sinds 1977 in functie, heeft als enige burgemeester niet zijn ontslag ingediend. In één van de goedbezochte restaurants – er zijn er drie – in zijn dorp, veegt hij rondborstig en luidruchtig mét de kruimels het veronderstelde verband tussen de service public en de ontvolking van tafel. ,,Wat moeten mensen met een belastingkantoortje dat twaalf handelingen in de maand verricht? Mij kan het geen reet schelen, dat ze verdwijnen! Wij hebben hier gezorgd voor slagers, een apotheek, een crèche, een verenigingsleven. In de jaren tachtig was tennissen mode, dus legden we tennisbanen aan. Nu is er een golfbaan. En ze verklaren me voor gek, maar volgend jaar is hier ook een skateboard-baan.''

Chatoux heeft enig recht van spreken. Twaalf leerlingen telde het plaatselijke schooltje nog slechts bij zijn aantreden: het zijn er nu 58. ,,Dát is pas een gevecht'', zegt Chatoux, boer van beroep, strijdlustig. ,,Klassen sluiten is geen probleem, maar ze weer openen!'' Waardering heeft Chatoux alleen voor Philippe Breuil, lid van de Conseil Général van het departement, het provinciebestuur. Het ontslag, dat ook Breuil indiende, is niet afhankelijk van inwilliging door de prefect en dus automatisch van kracht.

Breuil heeft van zijn kant ook waardering voor Chatoux, een `oude strijdmakker'. ,,Maar hij heeft gemakkelijk praten, hij heeft een meer in zijn gemeente. Dat trekt mensen aan. Ik ken oude mensen die een abonnement op een krant hebben genomen om zeker te zijn dat in elk geval de postbode één keer per dag langskomt, voor een praatje. Dat verdwijnt. Door Europa. Weinig kans dus, dat ik voor die Europese grondwet ga stemmen.'' Burgemeester Mestat gromt instemmend.