Mohammed B. is een amateur

Uit de brief die Mohammed B. achterliet op het lichaam van Theo van Gogh rijst het beeld op van een eenzame moslim die zich onder de voet gelopen voelt door het verbale geweld van niet-gelovigen, meent Maurits Berger.

De brief die Mohammed B. op het lijk van Theo van Gogh heeft gepind, heeft voor veel commotie gezorgd.

Het zou gaan om een typisch gebruik van moslimradicalen, waarvoor soms zelfs verwezen werd naar de islamitische middeleeuwen. Ook de wijze van uitdrukken zou typisch islamitisch zijn.

Voor zover ik kan zien betreft het hier de handeling van een Nederlandse moslimradicaal: uniek in uitvoering, amateuristisch in ideologie, en Nederlands in achtergrond. Het is opmerkelijk dat de brief is opgesteld in keurig en vrijwel correct Nederlands. Tot nu toe waren brieven, verklaringen en testamenten van moslimradicalen altijd opgesteld in het Arabisch.

De boodschap van Mohammed B. is duidelijk – de islam wordt in Nederland bedreigd en moet desnoods met geweld verdedigd worden – maar geformuleerd met een selectie uit het keuzemenu van termen uit de radicaal-islamitische ideologie. Juist deze termen, samen met de gezochte schrijfstijl en vreemde vertalingen in het Nederlands, maken de brief zo bizar. De uitdrukking `mijn Meester' doet bijvoorbeeld eerder denken aan de aanspreektitel die een godsdienstwaanzinnige in een van de boeken van Dan Brown (schrijver van Da Vinci Code) gebruikt, dan aan het bedoelde `mijn Heer'.

Ook voor de koranverzen maakt Mohammed B. gebruik van Nederlandse vertalingen van de koran, iets wat een devote moslim zou afkeuren omdat de waarlijke boodschap en kracht van het Arabisch dan verloren gaat. Zo haalt hij het bekende koranvers aan waarin de Laatste Dag wordt beschreven. De angst die hij met de beeldende tekst wil opwekken gaat verloren door de Nederlandse vertaling van het Arabisch.

Mohammed B. probeert wanhopig een toon aan te slaan die naar zijn mening typisch islamitisch zou zijn. Dat dit niet goed lukt blijkt vooral uit het gedicht `In bloed gedoopt', dat hij op zak droeg ten tijde van de moord. Het is potsierlijk in zijn rijmwoorden en gezocht in woordkeuze.

Dit neemt niet weg dat wel degelijk sprake is van een dreigbrief met een islamitisch-gemotiveerde extremistische ideologie. Daarmee komen we bij de volgende vraag: is dat typisch islamitisch? Met de wijze waarop wordt geschermd met koranverzen, uitspraken van de profeet en islamitische termen wordt gepoogd aansluiting te vinden bij de toepassingen daarvan in de islamitische theologie.

Dit amateurisme is echter precies het typerende van het hedendaagse moslimradicalisme. In toenemende mate wordt door moslims het recht opgeëist om zelf de heilige teksten van hun religie te mogen interpreteren. Het betreft vooral de jonge, goed opgeleide middenklasse die intellectueel en eigenwijs genoeg is om te menen dat zij zelfstandig een mening kunnen vormen over Gods wil.

In de moslimwereld heeft dit dilettantisme geleid tot confrontaties met het religieus establishment van moslimgeleerden, die menen dat iemand geschoold moet zijn in de veertienhonderd jaar oude islamitische theologie alvorens de heilige teksten te interpreteren. In Europa speelt deze confrontatie niet. Integendeel, door het gebrek aan moslimgeleerden moeten moslims noodgedwongen zelf de heilige teksten ter hand nemen.

De jonge dilettanten zijn niet alleen bezig met hun persoonlijke religiositeit, maar ook met de ordening van de samenleving waar zij deel van uitmaken. In het Midden-Oosten wordt die gevormd door een politieke, economische en sociale crisis waarin werkloosheid, corruptie en politieke onderdrukking de hoofdrollen spelen. Onder de moslims in Europa gaat het vooral om hun positie als minderheid.

Het amateurisme van deze `fundamentalisten' die in de letterlijke zin van het woord teruggaan naar het tekstuele fundament van hun religie, leidt ertoe dat men de meest uiteenlopende vormen van islam tegenkomt. Osama bin Laden gebruikt de heilige teksten om zijn terroristische strijd tegen westerse `kruisvaarders' te voeren, sjieke bankiers gebruiken ze om de nieuwe vormen van islamitisch bankieren rendabel te maken, en moslimfeministen verkondigen dat de slechte positie van de vrouw in de islam te wijten is aan het feit dat de teksten zijn geïnterpreteerd misogyne mannen.

Het verwarrende is nu dat dit allerlei soorten moslims oplevert: preciezen en rekkelijken, activisten en huiselijke devoten. Dit levert liberale activisten en conservatieve moskeegangers op, fundamentalistische politici en sociaal-werkers, maar ook de verknipte raDicaal die met het mes in het ene en de koran in de ander hand zijn gelijk wil halen. Mohammed B. zit zonder meer aan dit extremistische uiteinde van de brede waaier van moslim-amateurs.

Uit de brief maak ik op dat Mohammed B. een eenzame moslim in Nederland is die zich onder de voet gelopen voelt door het verbale geweld van personen als Hirsi Ali en Theo van Gogh. Ik ga er vanuit dat deze boosheid zonder meer gedeeld wordt door de meeste moslims in Nederland. Maar de manier waarop Mohammed B. zijn woede verwoordt met zelfgekozen teksten en zelfgemaakte versjes, en vervolgens omzet in een moord – dat wijst eerder op een daad van ultiem individualisme.

Maurits Berger is Arabist en jurist en verbonden aan Instituut Clingendael.