Hoogopgeleide vrouwen moeten langst werken

Als ik de strekking van het artikel `Hoog opgeleid en gezond? Dan langer werken!' van Johan Mackenbach en Wilma Nusselder (Opiniepagina, 28 oktober) goed begrijp, willen de schrijvers een verband leggen tussen gezondheid, opleidingsniveau en gerechtigde pensioenleeftijd.

De schrijvers stellen voor te gaan differentiëren op bedrijfstak en functieniveau. Maar is dat wel werkbaar? Wat gebeurt er als iemand vlak voor pensioen switcht van hoger naar lager niveau, of andersom omdat hij/zij altijd onder zijn kunnen heeft gewerkt? Hoe kan je onderscheid aanbrengen op functieniveau? Wat is de grens? Bijvoorbeeld schaal 15 mag op z'n 65ste met pensioen, schaal 16 pas op zn 67ste? Dat demotiveert iedereen die stap te maken. Onderscheid in bedrijfstakken maakt het helemaal ondoorzichtig. Want men kan ook daar switchen. Ik zie de pensioenfondsen al juichen vanwege nog meer complexiteit.

Maar niet alleen praktisch lijkt het mij een onhaalbaar verhaal, ook principieel: Trek de lijn in het betoog eens verder door naar het verschil in Nederland qua gemiddelde levensverwachting van de man versus die van de vrouw. Mannen leven minder lang dan vrouwen, mogen zij dan ook eerder met pensioen? De levensverwachting van de vrouw is nu 80,9 jaar. Die van de man 76,2 jaar. Degene die het langst moeten doorwerken in Nederland zijn dus de hoog opgeleide vrouwen. En de man mag vier jaar eerder met pensioen. Wat ik me wel kan voorstellen is dat we de pensioenleeftijd relateren aan de gemiddelde levensverwachting. Die is de afgelopen 50 jaar met 5 jaar voor de man en 8 jaar voor de vrouw gestegen. Dus waarom trekken we dan ook niet de pensioenleeftijd elke tien jaar met bijvoorbeeld 1 jaar omhoog, totdat wellicht de groei in levensverwachting afvlakt?