Eigen gelijk eerst

In den beginne was het woord en daarom raadplegen mensen heilige teksten als zij in wrok, angst en verwarring verkeren. Iedereen heeft wel een persoonlijke canon. Dat kan een bijbeltekst zijn, of een koranvers. Meestal zoek ik m'n troost bij verdriet of houvast bij onzekerheid in poëzie, maar de afgelopen dagen heb ik meermalen twee prozateksten herlezen.

Ik herlas de aanhef van P.C. Hoofts Nederlandse Historiën, het heldenverhaal over de wording van dit land, een tekst vol onheilspellend tromgeroffel.

,,...Ik ga een werk aan, dat is opgeleid van lotwissel en menigerlei geval; gruwzaam van veldslagen, waterstrijden, belegeringen; bitter van twist; warrig van muiterij; beklad van moorddaad buiten de baan des krijgs; wrang van wreedheid, zelfs in pais. Voorspoed, tegens, thans vrede met uitheemsen. Straks inwendige partijdigheid, en oorlog daaruit ontfonkt. 't Zelve plotselijk gesmoord; en weder stilte, maar getergd.''

Maar getergd! Burgeroorlog. De Nederlandse Historiën beginnen in het jaar 1555.

De tweede tekst waar ik, soms dwangmatig bijna, de afgelopen dagen telkens naar greep, is de beroemde rede van prof. mr. R.P. Cleveringa op 26 november 1940 voor Leidse studenten gehouden naar aanleiding van de ontheffing uit zijn functie door de Duitse bezetter van de joodse hoogleraar burgerlijk recht E.M. Meijers.

Een paradigma van ingehouden woede. En de woede blijkt juist uit de inhouding.

,,Ik geef u dit bericht in zijn naakte kaalheid en zal niet pogen het nader te kwalificeren. Ik vrees, dat de woorden, die ik zou kunnen vinden, hoe ik ze ook koos, te ver ten achter zouden blijven bij de smartelijke en wrange gevoelens, die het bij mij en mijn ambtgenoten heeft opgeroepen (...) Ik geloof van een poging tot vertolking ervan ook daarom af te kunnen zien, omdat ik een gevoel heb als zweven op dit oogenblik onze gedachten en stemmingen zonder klanken niettemin volkomen nauwkeurig kenbaar over en weer en af en aan tusschen ons allen.''

Over de bedrijvers van het onrecht wilde hij niet spreken. ,,Hun daad kwalificeert zichzelf afdoende.'' Hij sprak over de grote rechtsgeleerde Meijers op een wijze zoals een boekhouder zijn cijfers presenteert. Maar toch: ,,Ik zeide u niet over mijn gevoelens te zullen spreken; ik zal mij eraan houden, al dreigen zij als kolkende lava te barsten door alle spleeten, welke ik bij momenten de indruk heb, dat zich, onder den aandrang ervan, in mijn hoofd en hart zouden kunnen openen.'' Waarna Cleveringa – hij werd uiteraard gearresteerd en weggevoerd – eraan herinnerde dat in overeenstemming met de Nederlandse tradities de grondwet iedere Nederlander, onafhankelijk van zijn godsdienst, in het genot stelt van dezelfde burgerlijke en burgerschapsrechten.

Met deze teksten – ik kan maar kleine passages citeren – heb ik op mijn manier geprobeerd de naargeestige, deprimerende week die achter ons ligt, door te komen. Vandaag is de crematie van de gruwelijk vermoorde Theo van Gogh. Morgen moeten zijn nabestaanden verder met hun verdriet en de rest van de Nederlanders met hun boosheid en verscheurdheid. Hopelijk komen we dan ook toe aan reacties die uitstijgen boven de primaire reflexen, die uitingen zijn van de `wrange gevoelens', maar tegelijk al te vaak behalve primair ook primitief van aard zijn.

Het is mogelijk je in die primitieve uitingen te verplaatsen, zonder ze goed te keuren. Ik begrijp de marktkoopman en de taxichauffeur die hun opgekropte rancune over onbegrepen nieuwkomers, concurrenten annex onderkruipers, uitvreters, de vrije loop laten en ik begrijp de verongelijkte moslim die zich als vijand in het isolement gebracht en als potentiële moordenaar beschimpt voelt. Ik begrijp zelfs de politici die reflexmatig hun stellingen betrekken, hun gelijk van de daken schreeuwen en met een schuin oog naar de peilingen kijken. Ik begrijp de `Theo-en-ik, ik-en-Theo' verhalen van publicisten die toch zeker óók belangrijk en niet voor de poes zijn. En die elkaar haken in het vlees slaan om hun eigen gelijk te halen.

,,Zie je wel!'' Wie lukt het zich aan die menselijke reflex te onttrekken? ,,Heb ik het niet gezegd? En heeft die ander niet geweigerd naar me te luisteren, waardoor het hiertoe kon komen?'' Garen spinnen, elkaar beschuldigen, vliegen afvangen, het is de reactie van: eigen gelijk eerst. Zelf reageer ik precies zo. Mijn intuïtie blijft zeggen dat burgemeester Cohen het bij het rechte eind had en heeft met zijn streven een gemeenschappelijk antwoord te vinden op de desintegrerende trends in de samenleving, terwijl de intuïtie van anderen zei en zegt dat deze `Tefal-burgemeester', deze `man van lijm', die laatste softie, de zaak te lang heeft laten begaan en eerder de confrontatie met `de islam' had moeten zoeken.

Een instinctieve reactie volstaat niet. Uit instinct en gewoonte kwam er bij mij walging op toen vice-premier Zalm gewag maakte van een heilige oorlog die nu in Nederland begonnen is en die gevoerd moet worden. Velen, onder wie premier Balkenende, schrokken even hard als ik van die woorden. Olie op het vuur! Maar is dat niet een te snel oordeel? Laten we bezonnen de vraag stellen waar nu eigenlijk de grens ligt tussen delicten en oorlogshandelingen en welke politieke en juridische argumenten een zware misdaad kwalificeren als daad van terrorisme, dat zich per definitie in het grensgebied tussen delict en oorlog afspeelt.

Ik wacht dus toch maar even alvorens Zalm van ophitsing te betichten, in de wetenschap dat hij niet kan hebben beoogd brandstichting en aanslagen op moskeeën en islamitische scholen aan te moedigen. Zo hoop ik tegelijk dat anderen even wachten met smadelijke aanvallen op Cohen, die er al eerder (na zijn Cleveringa-lezing, jawel) van werd beticht het probleem te ontvluchten met een gemakzuchtige parallel met de Tweede Wereldoorlog.

Ik geloof geen moment dat Zalm oorlogszuchtig is of de Kristallnacht wil herhalen. Wel geef ik, primair reagerend op de schok die iedereen voelt, de voorkeur aan de verantwoordelijkheid en het morele leiderschap van Cohen, hoe ook als watje gesmaad: onverzoenlijk tegen religieus fanatisme en terreur, tegelijk hartstochtelijk ervoor pleitend de diversiteit van alle Nederlanders te respecteren en niet ,,de boel uit elkaar laten knallen door elkaar te gaan verketteren''.