De vrede is hersteld, geen winnaars of verliezers

Na vijf maanden ruzie tussen kabinet, vakbeweging en werkgevers, werd zaterdag in alle vroegte een sociaal akkoord gesloten. Voor elk van de drie partijen levert het voordelen op.

Het kost een slordige som, maar de sociale vrede is hersteld. Dreigende arbeidsonrust is afgekocht en voor de duur van de kabinetsperiode zijn afspraken over hervormingen in de sociale zekerheid vastgelegd. Het sociaal akkoord dat het kabinet, werkgeversorganisaties en vakbonden afgelopen zaterdag in alle vroegte hebben gesloten, levert voor elk van de drie partijen meer voordelen dan nadelen op. Tegen een prijs: minister Zalm (Financiën, VVD) schat de extra kosten van de nieuwe levensloopregeling 364 miljoen euro in 2006, oplopend tot 639 miljoen euro in 2011. Deze schattingen zijn afhankelijk van de mate waarin van de bestaande levensloopregeling gebruik wordt gemaakt.

Wie zijn de winnaars en de verliezers.

Het kabinet heeft gewonnen door vast te houden aan de afschaffing van de belastingaftrek van de premies. De regeling blijft wel gelden voor werknemers geboren vòòr 1950. De vakbeweging heeft winst binnengehaald voor werknemers die 40 jaar gewerkt hebben. Zij mogen er met 63 uit. Pensioenfondsen mogen hiervoor extra regelingen treffen die door jongere werknemers worden opgebracht. Ook komt er extra ruimte om bestaande pensioenregelingen ruimer te benutten, bijvoorbeeld voor een vroegere pensioenleeftijd. De werkgevers zijn aan de andere kant tevreden omdat de pensioenleeftijd formeel 65 jaar blijft.

Ze kunnen wel in CAO's afspraken maken waardoor werknemers voor hun 65ste met pensioen kunnen, mits die meer sparen. Toen de vakbonden op 18 mei het overleg afbraken, was het breekpunt het prepensioen met 62,5 jaar. Een exacte leeftijd voor het nieuwe, verruimde ouderdomspensioen is niet te geven, maar die zal gemiddeld rond de 63 liggen. De afschaffing van VUT- en prepensioenregelingen levert de werkgevers een meevaller van jaarlijks 2 tot 3 procent van de loonsom op. Dit geld zullen de vakbonden in de CAO-onderhandelingen opeisen om gaten in bestaande pensioenregelingen op te vullen of voor de levensloopregeling.

Het kabinet heeft vastgehouden aan de individuele levensloopregeling, al kunnen er collectieve afspraken gemaakt worden met de werkgevers. Het kabinet heeft afgezien van de uitsluiting van de pensioenfondsen aan de regeling.

Er blijft een `opt out'-mogelijkheid bestaan voor werknemers die niet willen deelnemen aan een levensloopregeling en die het beschikbare bedrag niet willen sparen maar direct willen opnemen. De werkgevers verwachten dat in onderhandelingen met de vakbeweging verlofregelingen opgeschoond kunnen worden.

De vakbeweging heeft solidariteit bedongen door de extra belastingkorting voor deelnemers aan de regeling.

Bij de hervorming van de WAO zijn geen winnaars of verliezers, of het moeten de tienduizenden WAO-ers jonger dan 50 jaar zijn die na – strengere – herkeuring in de bijstand dreigen te komen. De hervorming van de WAO die dit én vorige kabinetten wilden, gaat door. Het compromis over de precieze uitwerking dat door werkgevers en werknemers in de SER was bereikt, is uiteindelijk tóch overgenomen door het kabinet. De ministers De Geus en Zalm kunnen ermee leven dat iets meer werknemers in de verzekering voor volledig arbeidsongeschikten (IVA) komen omdat de criteria minder streng zijn.

De werkgevers zijn tevreden omdat de premies voor de regeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA) voor de helft door werknemers wordt betaald. Dat stond in het oorspronkelijke SER-advies, maar was aanvankelijk weer van tafel. De vakbeweging heeft toegezegd het loon van werknemers in het tweede ziektejaar niet bij CAO-afspraken tot honderd procent aan te vullen, maar te beperken tot de uitkering die de werkgever wettelijk verplicht is: zeventig procent.

Ook bij de WW is het gelijkspel: het dossier is terugverwezen naar de Sociaal-Economische Raad. Het kabinet eist dat de sociale partners de ingeboekte bezuiniging van 250 miljoen euro opbrengen, maar laten open hoe ze dat invullen. Werkgevers en werknemers verwachten dat dit kan door aanscherping en activering van de bestaande WW.

In het Najaarsakkoord van 2003 zegde de vakbeweging toe gedurende twee jaar geen looneisen te stellen. In 2005 zou de stijging ,,naderend tot nul'' zijn. Die toezegging ging van tafel met het mislukken van het voorjaarsoverleg. Het kabinet heeft nu genoegen genomen met de toezegging van de vakbeweging ,,uiterste terughoudendheid'' te betrachten en accepteerde daarmee in feite de looneis van FNV voor 2005 van 1,25 procent. De werkgevers hadden vrijdag tijd nodig om dit te slikken, vooral de kleinere werkgevers verenigd in MKB en LTO, maar gingen uiteindelijk overstag. Bij de huidige lage inflatie is een geringe loonstijging voor iedereen makkelijker te dragen.

De vakbeweging en werkgevers wonnen een psychologisch punt op het kabinet met de intrekking van het dreigement om CAO's niet langer algemeen verbindend te verklaren.