Conservatieven bieden zich aan

Amper vier jaar na de oprichting is de Edmund Burke Stichting volop in het nieuws. Maar niet op de manier die directeur Spruyt voor ogen stond.

Steunt de Edmund Burke Stichting nu wel of niet de groep Wilders? Die vraag werd gisteren na een paar dagen van grote verwarring bevestigend beantwoord door de directeur van deze conservatieve denktank, Bart Jan Spruyt: ,,We steunen Wilders, maar we hebben geen partij opgericht met hem.''

Intussen hadden enkele leden van de raad van aanbeveling (de CDA-prominenten Van Agt en Hillen en ChristenUnie-senator Van Middelkoop) van de stichting al boos hun lidmaatschap opgezegd. Zij wilden niet geassocieerd worden met een stichting die openlijk flirt met Wilders.

In een verklaring stelde de stichting dat het statutair onmogelijk is om zich exclusief aan één politieke partij te committeren, maar het kwaad was al geschied.

De Edmund Burke Stichting, vernoemd naar grondlegger van het conservatisme – de Britse achttiende-eeuwse parlementariër Edmund Burke – werd in januari 2001 opgericht door een groep jonge conservatieven. Zij besloten de tot dan toe vooral als scheldwoord gebruikte term `conservatief' als een geuzennaam te voeren. De onvrede van de conservatieven richtte zich met name op de teloorgang van ,,de twee pijlers onder onze beschaving'', de joods-christelijke en klassiek-humanistische tradities. ,,Sociale verbanden zijn afgebroken en in die leegte van individualisering en anonimisering is de rol van de overheid steeds groter geworden'', aldus de stichting.

De conservatieven pleiten voor een herstel van waarden en fatsoen, voor het belang van familie, gezin, verenigingen, buurten en kerken, voor opvoeding en onderwijs en voor een slanke overheid die haar kerntaken nakomt. Doel van de stichting is het conservatisme breder bekend te maken.

De eerste maanden hadden de conservatieven niet echt de wind mee. ,,In Nederland was men nog liever dief dan conservatief'', aldus de stichting op haar website. Conservatisme stond gelijk aan nostalgisch terugverlangen naar vervlogen tijden, en aan een blinde gehechtheid aan het verleden.

Pas toen Pim Fortuyn met zijn felle kritiek op de paarse kabinetten een groter publiek wist te bereiken, nam ook de aandacht voor de Burke-stichting toe. Het ledental groeide, het aantal donateurs nam toe en de stichting stelde in oktober 2002 een full-time directeur aan: de historicus Bart Jan Spruyt, voormalig parlementair verslaggever van het Reformatorisch Dagblad.

Met de komst van de beide kabinetten-Balkenende lijkt de politiek wat conservatiever te worden. Vooral Balkenendes pleidooi voor waarden en normen sluit aan bij de doelstellingen van de stichting, hoewel Spruyt c.s. het niet eens is met de vertaling die Balkenende daaraan geeft. Het kabinet werkt slechts aan ,,de uiterlijke orde'', terwijl de conservatieven benadrukken dat vooral de innerlijke orde centraal moet staan. Ze vinden dat het kabinet aankoerst op een politiestaat door de bevolking ,,slechts op een dierlijk niveau aan te spreken: op de angst voor straf en de angst voor het verlies van reputatie''.

Spruyt kwam begin dit jaar in het nieuws toen columnist Paul Cliteur wegens bedreigingen zijn baan opzegde bij het tv-programma Buitenhof. In een opiniestuk in NRC Handelsblad verklaarde Spruyt zelf met regelmaat met de dood bedreigd te worden door ,,links-radicalen van autochtone afkomst''.

De Edmund Burke Stichting heeft de afgelopen jaren geprobeerd haar gedachtegoed bij onder meer het CDA en de VVD in te brengen. Spruyt erkent dat dat maar zeer ten dele is gelukt. Het CDA hangt toch meer de eigen christelijk-sociale koers aan en de VVD wil onder Van Aartsen niet conservatief maar juist sociaal-liberaal zijn. De keuze om de diensten van de stichting onder de aandacht van Geert Wilders te brengen leek dan ook een logische. Wilders doet het goed in de peilingen en hangt een conservatieve lijn aan. De stichting voert later deze week gesprekken met de drie `afvalligen' die hun lidmaatschap opzegden naar aanleiding van de berichten vorige week, om ze weer terug te krijgen in de raad van aanbeveling.