Commissarissen met commissariaten

Veel commissarissen van de koningin hebben het druk met bijbanen die niets met hun ambt van doen hebben. ,,Mijn eigen moraal is de toetssteen.'

De commissaris van de koningin in Zuid-Holland, J. Franssen, heeft het druk. Niet alleen met zijn baan als commissaris, maar ook met zijn 31 bijbanen.

Het gros (24) van de nevenfuncties heeft niets met zijn werk voor de provincie te maken. Het gaat om commerciële en niet-commerciële functies die niet voortvloeien uit zijn ambt. Zo is Franssen voorzitter van de raad van advies van Deloitte en Touche/ICS. Daarnaast treedt hij op als adviseur. In 2001 en 2002 werkte hij één dag per week voor het ministerie van Defensie. Dat betaalde hem boven het hoogste ambtelijke niveau, berichtte Elsevier.

Over het groot aantal bijbanen van Franssen ontstond in april dit jaar enige ophef in Provinciale Staten van Zuid-Holland. De Statenleden accepteerden in meerderheid zijn uitleg. Franssen liet onder meer weten 66 uur per week te werken, en aan zijn privé-bijbanen niet meer dan 406 uur per jaar te besteden.

Vorige week bogen de Staten van Noord-Brabant zich over de nevenfuncties van hún commissaris, H. Maij-Weggen. Zij zou drie baantjes niet publiek gemaakt hebben, hetgeen volgens de Provinciewet wel moet. Sinds 1987 zijn er regels voor openheid over bijbanen van personen die een openbaar ambt bekleden. De regels moeten belangenconflicten voorkomen.

Ook de Brabantse Statenleden accepteerden de uitleg van hun commissaris. Het was een slordigheid, ze had nooit iets willen verzwijgen. Maij-Weggen heeft tien bijbanen, waaronder een commissariaat bij de ING-bank.

De meeste van de twaalf commissarissen van de koningin zijn druk buiten hun provinciehuis. Samen hebben ze 149 bijbanen die geen verband houden met hun ambt. Dat is bijna twee keer zo veel als het aantal nevenfuncties (75) dat zij vervullen uit hoofde van hun baan als commissaris van de koningin. Dat blijkt uit de door de provincies gepubliceerde lijsten op het internet. Het gaat om zowel commissariaten in het bedrijfsleven als om (niet)commerciële functies in het maatschappelijk leven.

Commissaris B. Staal (Utrecht) is bijvoorbeeld commissaris bij uitgever VNU en Nestlé Nederland, president-commissaris van Twynstra Holding en zorgverzekeraar ONVZ alsmede voorzitter van de ANWB én lid van de raad van toezicht Publieke Omroep. Collega H. Alders (Groningen) is voorzitter van de raden van commissarissen van de Gasunie en de stichting Nationale Sporttotalisator, waarvoor hij betaald krijgt.

De Gelderse collega J. Kamminga heeft de minste bijbanen (7). Hij is onder meer commissaris bij de Noordelijke Dagblad Combinatie. M. Jager (Flevoland) heeft enkel niet-commerciële bijbanen. R. ter Beek (Drenthe) ook, al zijn er drie bezoldigd, zoals zijn voorzitterschap van de Vereniging voor Professioneel Schaatsen.

Op de meeste provinciale webpagina's ontbreekt informatie over het tijdsbeslag van de bijbanen. Dat is wettelijk niet verplicht. Ook hoeven commissarissen niet al hun nevenwerk te melden. Een incidentele dienst of een verstrekt advies, ook als dat tegen betaling was, hoeft niet geopenbaard te worden. Echte nevenfuncties moeten wel gemeld worden. Maar over de financiële belangen die daarmee gemoeid zijn, daar hoeven ze geen openheid over te geven.

In antwoord op Kamervragen zei minister Remkes (Binnenlandse Zaken) na de `kwestie Franssen' wel dat het ,,gebruikelijk [is] dat bij de openbaarmaking van de functies wordt aangegeven of deze functie bezoldigd of onbezoldigd is. [..] waarbij de toegankelijkheid tevens wordt bevorderd door de informatie op de provinciale website te plaatsen.' De helft van de commissarissen weigert dit.

Commissaris Franssen meldt via zijn woordvoerder het ,,niet nodig' te vinden om te melden of een bijbaan bezoldigd is of niet. En wat hij verdient ,,dat is een zaak tussen hem en de belastingdienst.' Franssen laat bovendien weten dat Provinciale Staten zijn gedrag controleren, en niet de media. ,,Hij doet niet mee aan de hype waarbij bestuurders voor van alles en nog wat ter verantwoording worden geroepen', zegt zijn woordvoerder.

Volgens minister Remkes is het aan de commissarissen zelf om af te wegen of een nevenfunctie passend is of niet. Er zijn geen wettelijke beperkingen. Zo kan het dat Franssen president-commissaris is van Holdingmaatschappij Roosdom Tijhuis. Het bedrijf heeft belangen in `zijn' provincie Zuid-Holland, in bouw, projectontwikkeling en onroerend goed. Onder meer via dochter Rotij BV in Capelle aan den IJssel.

Franssen meldt als commissaris ,,een behoorlijke afstand' te hebben ten opzichte van de projecten van het bedrijf. Hij vindt de bijbaan verenigbaar. ,,Anders zou ik het niet doen. Mijn eigen moraal is de toetssteen.'

Rectificatie / Gerectificeerd

Borghouts

Het overzicht bij het artikel Commissarissen met commissariaten (9 november, pagina 7) vermeldt dat de commissaris van de koningin in Noord-Holland, H. Borghouts, PvdA-lid is. Hij is echter lid van GroenLinks.