Celstraffen geëist in Landis-zaak

Justitie heeft zes maanden onvoorwaardelijke celstraf geëist tegen twee oud-bestuurders van het failliete automatiseringsbedrijf Landis. Tegen twee commissarissen zijn voorwaardelijke celstraffen geëist.

Justitie beschuldigt de voormalige top van Landis ervan valsheid in geschrifte te hebben gepleegd. Contracten zouden zijn geantedateerd waardoor opties – die het recht geven aandelen te kopen tegen een vooraf afgesproken prijs – tegen te gunstige koersen aan de top werden verstrekt en waardoor te weinig belasting werd afgedragen aan de fiscus. Landis ging in 2002 failliet en telde op het hoogtepunt 3.000 werknemers en een omzet van 0,7 miljard euro.

De officier van justitie laakte gisteren voor de Amsterdamse rechtbank de bedrijfsethiek bij Landis. ,,Niet integer en transparant handelen door een complete raad van bestuur en raad van commissarissen van een beursgenoteerde vennootschap. We praten hier niet over de gemiddelde burger die zoiets doet. We hebben het over personen met een duidelijke voorbeeldfunctie.''

Tegen oud-topman Paul K. en oud-financieel directeur John B. eiste het openbaar ministerie negen maanden celstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk plus een boete van 20.000 euro. De officier van justitie ziet in het duo de ,,intellectuele daders'' die geen enkele inkeer toonden.

Tegen de commissarissen – toentertijd twee – is 160 uur taakstraf plus drie maanden voorwaardelijke celstraf geëist. De commissarissen werden ook met opties beloond en profiteerden volgens het openbaar ministerie (OM) van de aangepaste contracten.

De administratie van Landis liet volgens het OM te wensen over. Directienotulen ontbraken, de notulen van commissarisvergaderingen waren ,,zeer mager'' en er bestond een groot gebrek aan goede financiële informatie. ,,Men was bij Landis bezig met snelle groei. Acquisities waren belangrijker dan administratie en correcte vastleggingen'', aldus officier J. van Dis-Setz.

Volgens justitie hebben de commissarissen hun toezichtstaak ,,verzaakt'' en hebben zij zich ten dele door eigen gewin laten leiden.

Volgens de officier van justitie hebben bestuurders en commissarissen van een beursbedrijf een voorbeeldfunctie. In dit verband wees officier J. van Dis-Setz erop dat voormalig Landis-commissaris Adriënne V. (advocate in Amsterdam en oud-senator voor D66) ook lid is van het college van toezicht op de kansspelen. ,,Verdachten hebben het aanzien van hun functie en het vertrouwen dat anderen in het maatschappelijk verkeer aan hun handelen mogen ontlenen ernstig geschaad.''

Volgens Adrienne V. zaten er fouten in de notulen waar beslissingen over de opties zijn genomen. Toch accordeerde zij die notulen. ,,Ik bevond mij op dat moment als beginnend commissaris van Landis nog niet in de positie om een en ander te herschrijven, hoewel ik dat wel zou hebben gewild'', verklaarde ze.