Van Johan Remkes raakt niemand opgewonden

In het eerste kabinet Balkenende gold minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) als een ervaren bestuurder. In het huidige kabinet speelt hij de tweede viool. Als het over terreur gaat of de veiligheidsdiensten, doet niet hij, maar minister Donner (Justitie, CDA) het woord.

Het valt minister Johan Remkes van Binnenlandse Zaken wel op als hij naar actualiteitenprogramma's kijkt: gebeurt er iets op zijn beleidsterrein, dan vragen Kamerleden niet om hém, maar om Donner, de minister van Justitie (CDA). Remkes vindt het beeld dat hij de tweede viool speelt ,,natuurlijk vervelend''. Donner coördineert het voorkomen van terreur. Remkes: ,,Ik ben er om de rotzooi daarna op te ruimen.''

Af en toe moet de minister van Binnenlandse Zaken de indruk corrigeren dat Donner de dienst uitmaakt. Vorige week donderdag maakte Donner, terwijl Remkes naast hem zat, bekend dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) na de moord op Van Gogh ,,de opdracht heeft gekregen'' het onderzoek naar radicale moslims op te voeren. Maar, zegt Remkes, er is maar één minister verantwoordelijk voor de AIVD, en dat ben ik. Als hij overlegt met burgemeesters, politiecommissarissen of andere gezagsdragers, is er over de verantwoordelijkheden ,,geen enkel misverstand''.

Volgens vrienden en bekenden is er echter meer aan de hand met Johan Remkes dan een misverstand in de beeldvorming. ,,Het is jammer, gezien mijn relatie tot Remkes'', zegt VVD-coryfee en vriend Henk Vonhoff, ,,maar ik denk dat hij te makkelijk meegaat met wat Justitie doet.'' Remkes heeft ,,onvoldoende getaxeerd'' wat de gevolgen zijn van het neerleggen van de coördinatie van de terreurbestrijding bij Justitie . ,,Dat is helemaal verkeerd'', zegt Vonhoff. ,,Er hoort bestuurlijke coördinatie plaats te hebben. Daarvoor is Binnenlandse Zaken. Justitie is er voor de uitvoering. Remkes heeft onvoldoende affiniteit met dit deel van zijn portefeuille.''

Remkes is een ,,fletse bestuurder geworden'', zegt voormalig Kamerlid Theo Rietkerk (CDA). De gedeputeerde in Overijssel behoorde tot de bewonderaars van Remkes toen hij onder Paars II als lid van de oppositie tegenover hem stond. De VVD'er was de eerste liberale staatssecretaris van Volkshuisvesting (Remkes zei liever: van Wonen). Terwijl PvdA-minister Pronk van Ruimtelijke Ordening rode contouren over de kaart trok, vond Remkes liberale oplossingen. Maar nu helpt de politiek van ,,de korte klappen'' hem niet, meent Rietkerk. Remkes is volgens hem ,,minder goed'' in zaken die met rechtsstaat en grondwet te maken hebben. ,,Remkes toont geen visie'', zegt partijgenoot en burgemeester van Leeuwarden Geert Dales, ,,Kom met grandioze toespraken en sleep ons daarin mee. Zoals hij het nu doet, raakt niemand er opgewonden van.''

Binnen het departement van Binnenlandse Zaken wordt Remkes wel gewaardeerd, zegt Bob Visser, korpschef van de politie in de regio Kennemerland en voorzitter van de raad van hoofdcommissarissen. Hij leerde Remkes goed kennen toen hij van januari tot en met juli 2003 op het ministerie van Binnenlandse Zaken werkte als project-directeur-generaal beveiliging en bewaking. Visser maakte met Remkes in een half jaar de verkiezingen van 2003 mee, de vogelpest, de sars-dreiging en de militaire interventie in Irak. ,,Ik heb gezien hoe hij met dergelijke dossiers omging: bedachtzaam en vooral secundair reagerend. Hij luistert en geeft dan pas een reactie.'' Op het departement treedt Remkes op als `spelverdeler', zegt Visser. Maar hij is ,,geen opperbevelhebber die de ministerstaf opent met visionaire vergezichten of zijn ego voorop stelt.''

Een weidse visie op hoe het moet in de wereld is nooit het handelsmerk geweest van de Groninger Johannes Wijnandus Remkes. Het liberalisme was in de van oorsprong katholieke familie Remkes vanzelfsprekend sinds grootvader, tuinder en landbouwer, ernaar overstapte. Thuis in het Zuidoost-Groningse Zuidbroek kregen Remkes en zijn broer daarvan vooral mee `dat je hard moet werken voor je geld', weet hij nog. ,,Dat heeft mij gevormd''.

Voor het overnemen van het ouderlijk tuindersbedrijf voelde Remkes niets. De eenzaamheid van het agrarische bestaan trok hem niet, vertelde hij eerder in een interview. Op het Aletta Jacobscollege, zijn HBS aan het Winschoter Diep, stonk het naar de strokartonfabrieken, de bieten- en aardappelcampagne. Maar de wereld was er groter. Op school zaten naast de kinderen uit de streek, de boeren, ook `tuten': kinderen uit het westen van het land die in een internaat zaten. Johan Remkes behoorde tot de `boeren', vertelt schoolgenoot Willem – `Willy' – Vermeend, zelf ook 'boer' en later als PvdA-staatssecretaris en minister collega van Remkes in Paars II.

Als student werd Remkes geen lid van afdeling Groningen-stad van de liberale jongerenorganisatie JOVD. Daar zou hij immers alleen hetzelfde circuit van corpsstudenten tegenkomen als tijdens zijn – afgebroken – studie economie. Het werd Zuidlaren, want ,,daar waren de meisjes leuker'', zegt Remkes. ,,Minder formeel.'' Zuidlaren was voor hem de ,,juiste mix van gezonde opinievorming, opstandigheid en feest''.

Vermeend herkent in Remkes nog altijd dezelfde ,,authentieke jongen'' die roept wat in hem opkomt. Nu hij minister van Binnenlandse Zaken is, vallen zijn hartenkreten soms verkeerd. Hij pleitte voor de ,,rotschop'' tegen amokmakers, na de moord in 2002 op de Venloër René Steegmans op straat. Hij toonde openlijk verbazing over de milde straf voor de moordenaar van Pim Fortuyn. En vorige week bevestigde hij, voordat hij zelf de details goed kende, `geluiden' te hebben gehoord dat de verdachte van de moord op Theo van Gogh een bekende was van de AIVD. ,,Remkes maakte van zijn hart nooit een moordkuil'', zegt Vermeend. ,,Maar als minister van Binnenlandse Zaken zal hij het wel wat moeilijker met zichzelf hebben.''

Remkes zelf vindt dat hij het recht heeft op het tonen van zijn emotie. ,,Ik kende Theo van Gogh ook.'' Hij heeft voor hij minister werd mediatrainingen gehad waarin hij leerde zich duidelijk uit te drukken en welke kleur overhemd je aan moet op tv. De laatste sessie was met de bijklussende tv-journalist Victor Deconinck. Toen is hij gestopt. ,,Je moet jezelf geen geweld aandoen.''

Remkes is ,,uit ervaring niet bescheiden'', zegt hij zelf, maar VVD-leider zal hij nooit worden. Ten eerste acht hij zichzelf niet de bevlogen spreker die je daarvoor moet zijn – hij kent zijn beperkingen. Maar hij verdraagt ook niet, zegt hij ,,zo'n grote aanslag op m'n privé-leven''. Nog steeds keert de vrijgezel vrijwel elk weekeinde terug zijn huis in Groningen, om ,,Den Haag achter me te laten''. Daar bezoekt hij zijn stamkroeg, en onderhoudt hij zijn sociale contacten. Hij streeft ernaar twee keer per jaar met vakantie te gaan in Thailand of Brazilië. In beide landen is hij samen met vrienden mede-eigenaar van een vakantiehuis. Het leukste is als de vriendengroep samen gaat voor de eigenarenvergadering.

Dat is het wel, wat van zijn privé-leven bekend mag worden. Verder is het plotselinge overlijden van Remkes vriendin eind jaren tachtig min of meer tegen zijn zin bekend geworden via het blad Opzij. Dat Remkes, toen gedeputeerde in Groningen, sindsdien al zijn energie heeft gericht op het besturen, was zeker ook ,,ter compensatie'' van dit verlies, vertelt Henk Vonhoff, destijds commissaris van de koningin in Groningen. Remkes bleef elf jaar gedeputeerde.

Toen hij in 1993 door Bolkestein naar de Tweede Kamer werd gehaald – na eenmaal een tussentijds vrijkomende plaats te hebben geweigerd – gold Remkes als een gerijpt bestuurder. Hij kende iedereen in de VVD, en was ook geoefend in de politieke overlevingskunst. Zo overleefde hij zonder veel kleerscheuren een rechtszaak over zijn verantwoordelijkheid als provinciebestuurder voor een fraudezaak die eind jaren tachtig speelde bij de visafslag van Lauwersoog.

Na één periode als Kamerlid en één regeerperiode als staatssecretaris was Remkes in het onervaren kabinet-Balkenende I als een vanzelfsprekende factor van bestuurlijke stabiliteit, te midden van ruziënde LPF'ers. Hij werd vice-premier. Als minister van Binnenlandse Zaken corrigeerde hij zijn LPF-collega Bomhoff (Volksgezondheid), die zich van een hoge ambtenaar wilde ontdoen. Hij had het naar eigen zeggen wel ,,te druk'' in die tijd, met alleen staatssecretaris Hessing van de LPF aan zijn zijde.

Dat Remkes zijn rol als vice-premier weer moest opgeven toen VVD-leider Zalm tot Balkenende II toetrad, heeft hij zich niet merkbaar aangetrokken. Hij bemoeit zich bijvoorbeeld nog steeds met kwesties buiten zijn eigen portefeuille.

Zo heeft hij een duidelijke mening over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Hij is er tegen, omdat de omvang van de problemen met mensenrechten, godsdienstvrijheid en werknemersverkeer worden onderschat. Bovendien heeft Europa ,,geen geopolitieke visie'' op de oostgrens. Remkes heeft inmiddels besloten geen aantekening te maken als de ministerraad instemt met de toetreding van Turkije. Hij gaat akkoord, maar ,,met een graat in de keel''.

Ook in kwesties van bestuurlijke vernieuwing trekt Remkes een eigen lijn, en die spoort niet geheel met die van zijn collega De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66). Deze wil het kiesstelsel veranderen, maar dat vindt Remkes persoonlijk ,,niet nodig''. Hij conformeert zich slechts aan de politieke afspraak in het regeerakkoord. Volgens Geert Dales timmert ,,onderminister'' De Graaf ,,formidabel'' aan de weg. Remkes is nog ,,de echte minister van Binnenlandse Zaken'', maar ,,het gevaar van erosie van zijn macht ligt op de loer''.

Lokale en provinciale bestuurders trekken flink tegen Remkes van leer over zaken als de centralisering van politiebevoegdheden en de beperking van hun budget. Remkes gaat met dat verzet niet slim om, signaleren Dales en Rietkerk, zelf actief in het lagere bestuur. Remkes heeft ,,een manier van optreden die me wel eens doet afvragen of het hem eigenlijk wel interesseert'', zegt Dales, die in Remkes' afstandelijkheid ,,licht cynisme'' ziet. Remkes verliest door zijn optreden gezag, ziet Rietkerk. ,,Je merkt dat zijn grappen niet meer geaccepteerd worden in kringen van bestuurders. Burgemeesters als Cohen in Amsterdan en Deetman in Den Haag hebben een positie. Remkes laat dat glippen.'' En dat is niet alleen omdat hij zegt dat agenten ook in hun vrije tijd niet in een coffeeshop mogen komen, terwijl hij zelf op recepties rokend onder een bord `niet roken' kan worden aangetroffen.

Minister Donner lijkt zich soms te ergeren aan het behoedzaam opereren van Remkes. Deze zomer opperde Donner dat politietaken voor zware criminaliteit en terreurbestrijding beter in één apparaat voor de veiligheid kunnen opgaan, liefst onder Justitie. Remkes vindt het toenmalige optreden van Donner nog steeds onverstandig. ,,We hebben aan het begin afgesproken niet met de ruggen naar elkaar te opereren. Je moet de brug pas oversteken als je ervoor staat.'' Over de richting: ,,Ik wil geen volledig justitiële politie.''

Remkes onderstreept dat hij en Donner ,,heel verschillend'' zijn. Donner heeft ,,sneller de neiging'' de grenzen van de bestaande wetten te onderstrepen. ,,Ik zeg dan: maar die kun je toch veranderen als je een probleem moet oplossen?'' Remkes is het eens met VVD-fractieleider Van Aartsen dat haast moet worden gemaakt met hervorming van het strafrechtssysteem om moslimextremisme aan te pakken.'' Van Aartsen heeft meermalen het kabinet ,,laksheid'' verweten. Remkes: ,,Ik zeg: politici doen te gemakkelijk een beroep op het bestaande.'' Van Aartsen heeft inmiddels ,,indringende gesprekken'' met Donner gevoerd over zijn zorgen, zei hij vrijdag in de Volkskrant. Met partijgenoot Remkes was dat er nog niet van gekomen.

mmv Jos Verlaan