Triomf van de polder

Terwijl Nederland in zijn voegen kraakte na de moord op Van Gogh, sloten kabinet, werkgevers en vakcentrales een akkoord dat de onrust in het sociaal-economische compartiment van het land kan bezweren. De premier en de vice-premier deden wat ze moesten doen – leiding geven – en na wat bemiddeling over en weer werden de partijen het in de beste poldertraditie eens over aanpassingen van de gewraakte kabinetsvoorstellen over VUT, prepensioen en WAO. Kon maar zo gemakkelijk een akkoord worden gesloten over de verdraagzaamheid in Nederland. Die laat zich niet afdwingen door een beroep te doen op de redelijkheid en de noodzaak om tot een vergelijk te komen. Toch valt wel degelijk iets te leren van de manier waarop de `sociale partners' in dit land ook na heftige ruzies toch altijd weer samen verder gaan. Met elkaar is moeilijk, maar zonder elkaar kan niet.

Uiteraard is het goed dat er een sociaal akkoord is. Wat opvalt is dat het hoofdzakelijk bestaat uit technische wijzigingen, waarvan het de vraag is of hiervoor nu zo massaal actie moest worden gevoerd. Hier wordt wat versoepeld, daar iets verlengd of uitgesteld. De scherpste kantjes zijn eraf en in die zin heeft het kabinet geluisterd naar de bonden en verontruste geluiden uit de samenleving. Vooral met zijn pensioenplannen zaaide het kabinet onrust. Dat wordt nu geredresseerd door een compromis waarin zowel ouderen als jongeren zich kunnen vinden. Het besluit om de fiscale aftrek van VUT- en prepensioenpremies per 1 januari 2006 te schrappen, blijft gehandhaafd. Voor deze twee dure arrangementen komt een levensloopregeling waarmee iedere werknemer (vrijwillig) kan sparen voor verlof. Ouderen houden hierdoor de mogelijkheid om eerder met werken te stoppen; jongere werknemers kunnen sparen voor een tussentijdse verlofperiode, waaraan de laatste tijd steeds meer behoefte is ontstaan. Het is goed dat door een spaarvorm `vervroegd uittreden' mogelijk blijft, ondanks demografische bezwaren. Maar het principiële zit in de keuze: meedoen aan een VUT-regeling is niet verplicht. Men kan ervoor sparen, maar men kan dit ook laten. Dat uitgangspunt is pure winst.

De partners hebben met hun pensioenakkoord eindelijk een doorbraak bereikt. Dit kan een nieuwe fase inluiden, zoals dat ook gebeurde toen de VUT-regeling eind jaren zeventig werd ingevoerd. Het belangrijkste is dat de rust en de zekerheid kunnen terugkeren, twee zaken die van essentieel belang zijn bij zoiets vergaands als een levensloopregeling.

De versobering van de WW wordt tot april volgend jaar opgeschort in afwachting van een advies hierover van de Sociaal-Economische Raad. Het probleem wordt vooruitgeschoven, maar zal in 2005 niet minder zijn. De toekomst van de werkloosheidsuitkering – met de WAO en de AOW het visitekaartje van de verzorgingsstaat – staat op het spel. De regeling kan best wat zuiniger, maar ook hiervoor geldt dat het compromis de beste pasmunt is. Wat de WAO betreft hebben partijen wijselijk genoeg een eerder uitgebracht SER-advies overgenomen. Dat had veel eerder gemoeten. Zo controversieel was dat stuk niet.

Na een paar maanden van escalatie en polarisatie, van acties en stakingen en een betoging van honderdduizenden in Amsterdam, is een breed akkoord gesloten waarmee het land weer vooruit kan. De arbeidsonrust kan luwen. De onzekerheid over het pensioen is voorbij. De afkorting voor polderend Nederland, de SER, doet nuttig werk c.q. heeft dit gedaan voor de WW- en WAO-regelingen. Daarmee is, onder leiding van de politiek, het onderling vertrouwen hersteld. Premier Balkenende wees daar met recht vrijdagnacht al op. Nu wacht hem een grotere taak: redding van de maatschappelijke samenhang.