Nederlands eerste zwarte entertainer

Heel televisie kijkend Nederland vond hem om op te vreten, toen hij in Pension Hommeles een van de bekoorlijkste liedjes zong die Annie M.G. Schmidt en Cor Lemaire voor die serie schreven: Ik zou je het liefste in een doosje willen doen. Zijn koesterende stem, zijn lenige danslijf, die onschuldige oogopslag en dat onweerstaanbare Amerikaanse accent maakten hem op die zaterdagavond in 1958 tot de publiekslieveling die hij zijn leven lang is gebleven.

Donald Jones, die dit weekeinde op 72-jarige leeftijd overleed, was een van de eerste zwarte sterren in Nederland. Hij kwam uit New York, uit Harlem, waar hij als jongetje de jazz-muzikanten 's avonds op de bus zag wachten om naar clubs te gaan. Zelf liep hij met een vriendje naar Broadway om zich te vergapen aan de foto's van musicals die daar werden opgevoerd. Als danser kon Jones begin jaren vijftig terecht bij het showgroepje The Moderniques, dat per vrachtschip de oversteek maakte om in diverse Europese steden emplooi te vinden. Door perikelen met een louche manager viel het groepje in Amsterdam uiteen. Jones had al een ticket terug, maar het Amsterdamse artiestenkringetje waarin hij was beland, haalde hem over om te blijven.

De acteur Henk van Ulsen nam hem mee naar Sieto en Marijke Hoving, die in 1956 hun eigen cabaretgroepje Tingel Tangel oprichtten. In hun eerste programma trad Donald Jones op als zanger van spirituals. En toen Annie Schmidt en haar producer Wim Ibo hem daar zagen, kreeg hij prompt een vaste rol als de werkstudent Dinky in hun tv-serie Pension Hommeles die in het najaar van 1957 begon. Zo werd hij een van de eerste zwarte sterren van Nederland. Overal trok hij bekijks. ,,Vooral mijn kroeshaar werd heel bijzonder gevonden'', zei hij in het boekje De eerste neger van Rudie Kagie. ,,Als ik een vriendinnetje had, was het eerste dat ze wilde doen mijn haar kammen.''

Hij trouwde met Adèle Bloemendaal, met wie hij zijn zoon John Jones kreeg, en bleef ondanks een snelle scheiding met haar bevriend. Acht jaar lang danste Jones jazz-achtige solonummers in de Snip & Snap-revue, en daarna vier jaar lang in de revues rondom André van Duin, waar hij ook in sketches meespeelde. Ook werd hij een komieke kinderheld in tv-series als Mik en Mak en Pipo en de Waterlanders. Maar zijn mooiste acteerprestatie was in 1987 te zien in de toneelvoorstelling De fantast, als ingetogen tegenspeler van Johnny Kraaykamp – twee oude mannen op een bankje in Central Park.

Donald Jones bracht een vleugje Broadway naar een land waar dat soort show business toen nog nauwelijks bekend was. En af en toe ondervond hij hoe Nederlanders met de beste bedoelingen toch racistisch konden zijn. Toen hij in 1989 in Amsterdam werd uitgeroepen tot Prins Carnaval, zei oud-scheidsrechter Leo Horn van het carnavalscomité tegen hem: ,,Donald, al ben je zwart, toch ben jij een van ons.''