In theorie begint pensioen bij 60

Om kwart voor één waren ze er uit, vrijdagnacht. Een sociaal akkoord van bonden, bedrijven en kabinet. ,,Actievoeren heeft wel degelijk zin.''

De drie voormannen van de vakbeweging deden het alledrie nadrukkelijk, vrijdagnacht: de demonstranten en stakers bedanken die de afgelopen maanden protesteerden tegen het kabinetsbeleid. ,,Actievoeren heeft dus wel degelijk zin. De solidariteit in de samenleving is behouden'', zei FNV-voorzitter Lodewijk de Waal triomfantelijk.

Waar de mensen de straat voor opgingen, was vooral het behoud van het recht vóór hun 65ste te stoppen met werken. Als je de vakbeweging mag geloven, hebben ze daar een grote overwinning behaald. ,,Geregeld is dat iedereen rond zijn 60ste kan stoppen met werken'' staat vandaag op de website van de FNV te lezen. Dat is eerder dan de huidige gemiddelde prepensioenleeftijd van 61,3 jaar. Is er met het akkoord tussen vakbeweging, werkgevers en kabinet dan een eind gekomen aan de mantra van dit kabinetsbeleid, `langer werken'?

De `zestig jaar' waar de vakbeweging mee schermt is vrij theoretisch, maar het kabinet heeft wel een veer moeten laten. De inzet van de ministers De Geus (Sociale zaken) en Zalm (Financiën) was om de fiscale ondersteuning van het prepensioen te schrappen. Dat blijft zo na het akkoord van de vroege zaterdagochtend. Maar het kabinet was in augustus al met een vervangende fiscale ondersteuning gekomen voor het eerder ophouden met werken: verruiming van het `vervroegde ouderdomspensioen'. Door meer te sparen voor het ouderdomspensioen dan werknemers nu meestal doen, kunnen ze vóór hun 65ste stoppen, zij het met een lagere uitkering.

,,Voor 80 procent van de werknemers kunnen we de prepensioenregelingen overeind houden'', zei De Waal direct na het afsluiten van het akkoord. Dat geldt volgens FNV voor werknemers in bijvoorbeeld de metaalsector en voor ambtenaren. Anderen (bouw, zorg, wegvervoer) zullen de nieuwe levensloopregeling moeten gebruiken om op hetzelfde resultaat uit te komen.

Om dat resultaat te bereiken moest de fiscale spaarmogelijkheid van het ouderdomspensioen verder worden uitgebreid. Oudere werknemers, die weinig tijd meer hebben om bij te sparen, krijgen extra mogelijkheden om fiscaal-vriendelijk hun pensioen aan te vullen. Verder krijgen pensioenfondsen de mogelijkheid werknemers met veertig pensioenjaren op hun 63ste te laten stoppen, ook als ze niet genoeg hadden gespaard. Of die regelingen er komen en hoeveel geld daarvoor is, zal per sector door werkgevers en werknemers moeten worden bekeken.

De bewering van de vakbeweging dat `iedereen rond zijn zestigste kan stoppen met werken' lijkt overdreven. Daar zullen werknemers zelf in ieder geval fors aan bij moeten dragen. Ze moeten hun hele ouderdomspensioen hebben volgespaard, én de volledige levensloopregeling. Die nieuwe regeling is uitgebreid. Werknemers kunnen ruim twee jaarsalarissen sparen, waarmee ze drie jaar verlof tegen 70 procent van hun loon kunnnen kopen. Dat kost ze wel 12 procent van hun bruto jaarinkomen, gedurende 17,5 jaar. Het kabinet draagt ook bij: behalve dat ze meer inkomstenbelasting misloopt, geeft het kabinet alle sparende werknemers ook een heffingskorting van 183 euro per jaar.

Voor de vakbeweging is een belangrijk voordeel dat collectieve afspraken over vroegpensioen mogelijk blijven. In het voorjaar brak het overleg op de vraag of de levensloopregeling een individuele spaarregeling moest worden (kabinet en werkgevers) of een collectieve regeling (vakbeweging). Het resultaat is dat er een collectieve afspraak is over pensioenen met verplichte deelname. De levensloopregeling blijft individueel, maar werkgevers en werknemers mogen bij CAO afspraken maken over bijvoorbeeld de bijdrage van de werkgever, en wie de regeling gaat uitvoeren.