Het vrije woord

Tot voor kort was geitenneuker een woord dat we zelden in de media tegenkwamen, maar sinds de moord op Theo van Gogh hoor je en lees je het opeens overal. En niet alleen in citaten van Van Gogh (,,de vijfde colonne van de geitenneukers'') maar ook voor `Arabieren' of `islamieten' in het algemeen. Ik hoop dat dit snel weer overwaait, want het is niet bevorderlijk voor wat dan ook. Als wij Arabieren of islamieten onbekommerd geitenneukers gaan noemen, zetten we de deur op een kier voor woorden als roetmoppen, poepchinezen, spleetogen, rotjoden, smousen, spaghettivreters enzovoorts.

Na de dood van André Hazes schreven sommige kranten: ,,Er is een Amsterdammer doodgegaan.'' Ik wist dat niet, maar dit is de titel van een liedje van Wim Kersten dat in 1975 op de plaat is gezet door Johnny Kraaykamp (,,Er is een Amsterdammer doodgegaan,/ hij zat gewoon in z'n café te kaarten./ Hij kreeg een glaasje bier van tante Sjaan/ en hupsakee, hij gaf de pijp aan Maarten''). Na de executie van Theo van Gogh zei burgemeester Job Cohen: ,,Er is een Amsterdammer vermoord.'' Let op mijn woorden: dit wordt een gevleugelde constructie. Ik vrees dat andere grote steden niet willen achterblijven, en als straks een andere bekende stadsbewoner de pijp aan Maarten geeft, vredig of anderszins, komt er in overlijdensadvertenties of kranten te staan: er is een Rotterdammer doodgegaan, er is een Hagenaar of Hagenees doodgegaan, enzovoorts. Met iemand uit Utrecht zie ik dit niet gebeuren, omdat Utrechtenaar ook `homoseksueel' en `pederast' betekent.

Sommigen vonden ,,Er is een Amsterdammer vermoord'' poëtisch, maar mij heeft het gestoord, waarschijnlijk omdat ik het van Randstedelijke hoogmoed vind getuigen. Hoezo nou Amsterdammer? Was een Maastrichtenaar minder erg geweest? Van Gogh was columnist en filmmaker – dát heeft hem uiteindelijk het leven gekost, niet dat hij in Amsterdam woonde. Zoals bekend kwam hij oorspronkelijk uit Wassenaar; dit raakt de vraag of je meteen Amsterdammer wordt als je er gaat wonen. Bij allochtonen ziet menigeen dit anders – die blijven `buitenlander', zelfs als ze in Nederland geboren en getogen zijn.

Theo van Gogh wordt nu bewierookt als de verdediger van het vrije woord. Van diverse kanten is er al op gewezen dat hij het vrije woord heel erg kon misbruiken, maar dit ter zijde. Ik wil hier nog even stilstaan bij de herkomst van deze uitdrukking. In het Frans (la parole libre) en het Engels (the free word) komt de verbinding wel voor, maar nauwelijks in oudere literatuur. Hoogstwaarschijnlijk leenden wij het vrije woord uit het Duits. Luther sprak op 28 april 1521 in een brief aan Karel V van het ,,algemeen bekende, duidelijke en vrije woord Gods'', de Duitse socialistische dichter Georg Herwegh publiceerde in 1841 een ode aan het vrije woord getiteld Das freie Wort, en de Duitse letterkundige A.H. Hoffmann von Fallersleben, bekend als auteur van `Deutschland, Deutschland, über alles', publiceerde in 1843 ook al een gedicht Das freie Wort, een jubelend loflied op het vrije woord. In het Nederlands treffen we de uitdrukking vanaf 1865 aan, aanvankelijk voornamelijk in religieuze context, later met name in socialistische publicaties. Vanaf het einde van de 19de eeuw gebruikten diverse kranten en tijdschriften `het vrije woord' in de titel.

De moord op Van Gogh bracht menigeen ertoe om Voltaire weer eens te citeren, met varianten op de woorden ,,Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik sta met mijn leven in voor uw recht om het zeggen''. Niet dat het er nu veel toe doet, maar Voltaire heeft dit nooit gezegd. Ik hoop daar binnenkort op terug te komen.

Van Ewoud Sanders is zojuist een selectie uit WoordHoek verschenen: `Woorden met een verhaal', Prometheus/NRC Handelsblad, 214 blz., €12,50