Het beeld

Het is koud in de hemel sinds het vertrek van God. In 1906, tijdens de grote aardbeving van San Francisco, heeft Hij voor het laatst van zich laten horen, zegt een engel, gespeeld door Emma Thompson. Met andere gevleugelde `vorsten' kleumt ze in trui en ijsmuts achter een tafel om een zojuist aan aids overleden profeet aan te horen.

Toen Tony Kushner het toneelstuk Angels in America: A Gay Fantasia on National Themes schreef, regeerde president Bush sr., vormde aids de grootste bedreiging voor de westerse beschaving en werd Kushners onorthodoxe religieuze appèl als een progressieve daad beschouwd. Dat wordt ook beweerd over regisseur Mike Nichols' zesdelige televisieversie uit 2003, waarvan de VPRO zaterdag het laatste deel uitzond. Hier kijken we daar misschien een beetje anders tegenaan, zeker deze week.

In de productie van zestig miljoen dollar spelen sterren als Meryl Streep en Al Pacino de sterren van de hemel. De Britse Thompson, sprekend met een bestudeerd New Yorks accent, daalt af met donder, bliksem en vleugelgeklapper. Het gevecht met de engel wordt onder meer gevoerd door Streep, die in de serie meerdere oude, niet-materialistische waarden vertegenwoordigt, als oude rabbijn, de geest van de communistische Ethel Rosenberg en de mormoonse moeder van een Republikeinse homo. De engelen zijn, zoals wel meer in Angels in America, kitscherige religieuze nostalgie, waarvan je niet zeker weet of die ironisch bedoeld is.

In Nederland is het even afgelopen met de ironie, nu er bij de moord op Theo van Gogh, volgens Freek de Jonge, zestien miljoen gewonden vielen. Waar de politici in praatprogramma's krijgszuchtige taal uitslaan, weten de satirici het niet meer. In Kopspijkers waren de typetjes zaterdag vervangen door ongekostumeerde cabaretiers die niets meer dorsten te zeggen en De Jonge gooide zijn aflevering van De vergrijzing om, zodat hij in een met filosofische liedjes gelardeerde preek kon uitleggen dat we te maken hebben met een oorlog tussen boze fundamentalisten en fundamentele consumenten, die elkaars universele aanspraken op de wereld betwisten. Dat was ook precies de strekking van de door Tegenlicht herhaalde documentaire De berg van Jos de Putter uit 2002.

God, wat hebben we de VPRO nodig in zo'n week, voor wat reflectie te midden van al het gekakel. Voor de internationale en historische blik. En voor het eenmalig overnemen van het uitstekende programma XLF van regionale zender AT5. Daarin hield Felix Rottenberg in één, veertig minuten zo goed als ononderbroken camerainstelling, een urgent, bewogen en zeer informatief interview met de Amsterdamse wethouder van Integratie Ahmed Aboutaleb. Die zei eerlijk dat je zelfs in een dictatuur niemand honderd procent veiligheid kunt garanderen, stelde dat maar heel weinig Marokkanen in Nederland Theo van Gogh kennen en dat moord in de Linnaeusstraat van een andere orde is dan pesten in de Diamantbuurt. En dat Mohammed B. het schoolvoorbeeld vormt van een hoog opgeleide, geslaagde allochtoon. Het blijft voorlopig koud.